mesdag in oostende

 

Je kunt langs de Belgische kust van kuststadje naar kuststadje fietsen, ze liggen niet ver van elkaar, en bij elk stadje fiets je omhoog naar de Zeedijk en overal ziet het daar hetzelfde uit, een brede betegelde autoloze boulevard, naar zee uitkijkende hoge flats uit de jaren zestig en zeventig, lichtgeel zandstrand, winkeltjes, families, toeristen, blauwgroene zee – overal hetzelfde en toch is elk stadje volstrekt anders en uniek, het is wonderlijk hoe dat werkt. De Belgische kust zou lelijk moeten zijn maar dat is ze niet, ook niet die jaren zestig en zeventig-architectuur, die lelijkheid is aangepraat, het duurde even voor ik dat doorhad.

Al die stadjes met hun Zeedijken en hun flats en hun strand en hun zee staan haarscherp en kleurig afgetekend tegen de helblauwe lucht, met hun geel en oker en gebroken wit en metalen balkonhekjes. Glashelder stadje na glashelder stadje. Natuurlijk is die helderheid afhankelijk van de dag waarop we op de fiets stapten, en van hoe je ernaar kijkt, van wat je wilt zien. ‘Hoe het is hangt helemaal van jou af’ – hang dat maar eens boven je bed en zie dan maar eens of je nog een oog dichtdoet.

Wanneer je terug bent in Oostende merk je dat het niet waar is, van die haarscherpe kleurigheid, Oostende onttrekt zich daaraan, het glinstert hier te veel, het zeefront lijkt IMG_20190603_195912570door die glinstering een impressionistisch geheel, de samenhang is prettig rommelig en bochtig, met de Venetiaanse gaanderijen en de renbaan, ook bij glasheldere dagen glinstert er altijd wel iets, helemaal eenduidig is het hier nooit. Het hemelvaartsweekend was het druk, met mensen en skelters en vrijgezellenparty’s, nu de toeristen weer naar huis zijn, is de Zeedijk weer van de oude echtparen. Ze lopen langzaam over de gele tegels, ze zitten op de witte bankjes bij het Kursaal, ze zitten naast je op een terras, zo nu en dan een woord wisselend, met een klein knikje naar de zee of een passerende hond. Echtparen waarvoor je geen leven hoeft te verzinnen, ze hebben al een leven en wie zijn wij om personages van ze te maken, sinds wanneer zijn schrijvers en columnisten zich zo superieur gaan voelen als het gaat om oudere echtparen aan de kust, of om de wereld? Zullen we daar een keer mee ophouden? Zoals De Man zei: Je wordt niet bijzonder door je de rest van de wereld als niet bijzonder voor te stellen.

En verder: het leven imiteert de kunst. We zitten negen hoog aan zee. Als ik naar buiten kijk is het alsof ik in een Panorama Mesdag logeer.

IMG_20190529_195841463

Advertenties
Geplaatst in kunst, leven | Tags: , , , | 3 reacties

hockney vs. van gogh

 

hockney

Tussen alles door gelukkig nog tijd om met collega vH naar het Van Gogh Museum te gaan, om Hockney te zien. Het was, mailde ze later, ‘vitaliserend’ en ze had gelijk. Van te voren hield ik mijn hart een beetje vast, al die felle kleuren, bijna fluorescerend, hoe dicht zouden Hockneys groot formaat boslandschappen tegen de kitsch aan schurken – helemaal niet, zo bleek. Het was lichtgevend, zeker, op veel manieren. In your face, ‘dit durf ik,’ een beetje als de late Picasso, zei vH. Ik vroeg me nog even af: ja, maar stel dat deze grote doeken geschilderd zouden zijn door een volkomen onbekende, wat zouden we er dan van vinden; maar dan zouden we waarschijnlijk zeggen: hé, zou dit ook niet wat zijn voor die ouwe Hockney?

De grote doeken waren het mooist. Boven hing kleiner werk, ook mooi, maar minder overrompelend. De expositie heet ‘Hockney – Van Gogh’ en dus hingen er op midden in de zaal neergezette panelen landschappen van Van Gogh, maar dat werkte niet goed; die Van Goghs leken grauw en klein, de kleuren vielen weg tegen het geweld van Hockney. Alleen Van Goghs tekeningen hielden zich staande.

In de catalogus  werd alles rechtgetrokken: naast elkaar afgebeelde Hockneys en Van Goghs bezaten eenzelfde helderheid, wisten elkaar hier wél in evenwicht te houden. De afgedrukte Van Goghs waren minder grauw, de afgedrukte Hockneys misten de lichtgevende helderheid van de originelen. Het doorbladeren van de catalogus (die op een lessenaar in de bovenzaal lag) maakte op deze manier eigenlijk onderdeel uit van de tentoonstelling, om je te bepalen bij de verschillen tussen wat je in de zaal had gezien en hoe het hier werd gepresenteerd. Je zag het ook bij de tot groot formaat opgeblazen prenten van Hockneys iPad-schilderijen die op de bovenzaal hingen: ze misten helderheid en diepte. Dat kunst reproduceerbaar zou zijn, is misschien altijd een misverstand geweest.

Na afloop liepen we over het Museumplein richting Wildschut. De zon scheen door de bomen, overal zagen we Hockney-effecten, als hij stadslandschappen met bomen zou schilderen zou het er zó uitzien –het is altijd een goed teken als je ook buiten het museum nog steeds door de tentoonstelling loopt die je zojuist hebt verlaten. Op het terras van Wildschut zaten zelfs twee Hockneys: oudere mannen met wit haar en zware ronde brillen, gehuld in felgekleurde truien. Dat ging natuurlijk wel wat ver en we waren bijna op ze af gelopen om te vragen of ze hiervoor werden betaald.

 

 

(afbeelding afkomstig van de site van het Van Gogh Museum)

 

 

Geplaatst in kunst | Tags: , , , , , | Een reactie plaatsen

de deur uit

Voor eventuele inbrekers die graag zouden willen weten wanneer ik uithuizig ben omdat ze ervan uitgaan dat ik het geldbedrag maandagavond in nieuwe, ongemerkte biljetten heb meegekregen in een koffertje dat ik thuis onder de bank in de woonkamer heb geschoven, heb ik in de menubalk hierboven een ‘agenda’ toegevoegd.

bank

Geplaatst in de goede zoon | Tags: , | 4 reacties

prijs

Deze galerij bevat 2 foto's.

Librisprijs 2019.

Galerij | 24 reacties

op de shortlist:

 

shortlist libris

Geplaatst in de goede zoon | Tags: , , | 12 reacties

op de longlist van de libris

longlist libris 2019

Afbeelding | Geplaatst op door | Tags: , | 4 reacties

om de kerkhoven heen

 

De eerste dag van 2019 was grijs en kil, met vlagen motregen – zoals elke eerste dag van elk jaar, wie doet dat toch steeds? ’s Middags liep ik naar het Amstelstation en langs de Weespertrekvaart naar de viaducten van de rondweg. Aan de overzijde van de vaart stonden blokkerige nieuwe huizen waar ooit slordige begroeiing en vreemde bouwsels de Hells Angels en andere rafelrandbewoners aan het zicht onttrokken. Elk pand verschilde van het buurpand, alles was nieuw en schoon, het grijze weer en de vlagen motregen pasten beter bij hoe het hier vroeger uitzag. Het zal aan het weer en de kou en het verlaten kaarsrechte pad langs de trekvaart gelegen hebben dat me eindelijk weer eens die twee sombere, plechtstatige maar prachtige regels uit ‘A Prayer for my Daughter’ van Yeats te binnen schoten:

And for an hour I have walked and prayed
Because of the great gloom that is in my mind.

Hoewel er jaren met meer gloom zijn begonnen. Maar de gloom van het verleden verdwijnt nooit helemaal, in tegenstelling tot de sneeuw van vorig jaar. (Waar is die dan gebleven? Nou, dat zeg ik, die is verdwenen. Oh, oké.)

Na de viaducten van de rondweg daalde ik de dijk af en liep Betondorp in, waar je een kanon kon afschieten – je kan natuurlijk overal een kanon afschieten, maar gistermiddag in Betondorp had je niemand geraakt, tenzij je op de huizen richtte. Hier en daar brandde licht. Ik stelde me voor dat daar oude vooroorlogse communisten en socialisten hun oude vooroorlogse communistische en socialistische kranten zaten te lezen, want elke wijk is gebouwd voor een bepaalde tijd en eigenlijk denk ik dat die tijden blijven bestaan, dat alle tijden naast elkaar bestaan, zoals ik ook altijd denk als ik een verfrommelde oude man in een regenjas uit een bruine kroeg zie komen dat die man dateert uit de hoogtijdagen van Simon Carmiggelt en dat hij maar naar huis hoeft te lopen om een Parool uit 1956 uit de bus te halen en dat hij dan naar boven kan gaan om in de woonkamer van zijn etage in die krant te lezen over het nieuws uit 1956 – en dat ik maar achter hem aan die trap op hoef te lopen om ook in 1956 terecht te komen. Alle tijden zijn er nog, je moet alleen de wegen kennen.

Ik liep Betondorp uit en kwam langs de achteruitgang van de Oosterbegraafplaats. Er stond een hek open maar ik ging niet naar binnen, want een dag eerder was ik begonnen aan een verhaal van Alice Munro dat ‘Too Much Happiness’ heette; het leek me wel een goede titel om het nieuwe jaar mee in te gaan. De eerste scène van het verhaal speelt op 1 januari 1891; twee Russen, een man en een vrouw, lopen rond op een kerkhof, de vrouw zegt plagerig tegen de man dat een van hen zal sterven in het komend jaar, want dat gebeurt wanneer twee mensen op de eerste dag van het nieuwe jaar op een kerkhof rondlopen. En hoewel ik noch Russisch noch bijgelovig ben en daar in m’n eentje rondliep besloot ik toch het risico niet te nemen, en in plaats voor de dood voor de overmaat van geluk te kiezen. Dat leek me wel een goed voornemen voor het komend jaar: om de kerkhoven heen blijven lopen.

Ik liep dus langs het hek van het kerkhof, sloeg de Middenweg in, en wandelde met een beker koffie van de Coffee Company via de Ringdijk en de Berlagebrug terug naar huis.

 

Geplaatst in Geen categorie, leven, lezen, wandelen | Tags: , , , , , , , | 9 reacties