de kleuren van de apocalyps

 

Er hing de hele dag vreemd licht boven de stad. De orkaan Ophelia had zand uit de Sahara en as van de bosbranden in Portugal naar het noorden meegenomen en daarom hing de zon als een zacht rode of oranje bol aan een grijsblauwe hemel. In de namiddag ging ik de deur uit om het van dichtbij te zien. Langs de Amstel verliet ik de stad. De hemel hing laag, met soms een zweem lila, de verkleurde zon hing in de lucht als een ondergaande zon die de weg kwijt was geraakt. Er hing een post-apocalyptische sfeer, maar dat kwam ook omdat ik net in The Collected Stories van Philip K. Dick, deus iraeDick ‘Planet for Transients’ had gelezen, waarin na een allesverwoestende atoomoorlog een van de laatste mensen over de aarde ronddwaalt, te midden van mutaties als Runners, Flaprabbits en Toads. Later zou Dick dit verhaal samen met Roger Zelazny uitwerken tot de roman Deus Irae en ik stelde me voor dat ver boven me een roestige satelliet ronddraaide waarin een verbannen dj krakende lp’s met symfonieën van Beethoven draaide.

Ik fietste de Kalfjeslaan in, de zon hing nu links van me en was een perfecte bol, ik moest denken aan zonsverduisteringen en zonnevlekken die ik vroeger bekeek door donkere negatieven van foto’s die mijn vader had genomen met zijn Agfa Clack. Het was alsof ik ook nu door zo’n negatief keek: er was te weinig licht. Ik probeerde een foto te nemen IMG_20171017_153354628_HDRvan de zon, maar mijn smartphone gaf de dof rode zon weer als een lichtgele bol, alsof de camera nog ingesteld stond op de normale wereld en de kleuren van de apocalyps zich buiten zijn begripsvermogen bevonden. Als ik in deze wereld wilde overleven, had ik een post-apocalyptische telefoon nodig, zoveel was duidelijk.

Zo nu en dan schoof een flard sluierbewolking voor de zon die exact dezelfde kleur flow my tearshad als de lucht, zodat het leek alsof er landkaartachtige happen uit de zon werden genomen die er niet in slaagden permanente schade aan te richten. Ik zag het nu ook als een vreemd voorteken dat ik de afgelopen dagen op klassieke zenders als Radio 4, Klara en BBC Radio 3 verscheidene malen al dan niet instrumentale versies van ‘Flow My Tears’ van Dowland had gehoord.

Ik fietste door naar het Amsterdamse Bos en wilde koffiedrinken in de Geitenboerderij, maar de Geitenboerderij was dicht. Er was dus inderdaad van alles aan de hand – maar toen bedacht ik dat de Geitenboerderij altijd dicht is op dinsdag. Aan de andere kant, waarom had ik al de tijd dat ik hier rondfietste geen enkel vliegtuig horen en zien overkomen? Dat was toch wel erg vreemd. Om me gerust te stellen kwam meteen een vliegtuig laag overvliegen, voortploegend door het zand en de as.

Bij het Olympisch Stadion fietste ik de stad weer binnen. Ook daar was de oude wereld afgelopen, en inmiddels was men opgewekt aan een nieuwe begonnen: het Olympiaplein, ooit een uitgestrekte leegte met een Febo, was inmiddels voorzien van twee grote woonblokken, waartussen zich een plein bevond dat in niets deed denken aan het oude plein. Op straatniveau waren de gebouwen uitgebreid voorzien van horecagelegenheden waar het op z’n zachtst gezegd niet stormliep. Als bewoner van Berlages Plan Zuid kreeg ik van de week een mailing dat het hele Plan was uitgeroepen tot beschermd stadsgezicht en dat we zelfs in de binnentuinen niets meer mochten optrekken zonder toestemming van de autoriteiten. Degenen die deze blokken hadden neergezet waren deze ontwikkeling duidelijk nog net voor geweest. Ik kocht koffie bij een kiosk en keek uit op een van de nieuwe gebouwen, IMG_20171017_163950397_HDReen groot ding met een reusachtige luifel, niet zozeer een gebouw als wel een idee van een gebouw, waarbij het niet ging om verhoudingen maar om wat mogelijk was. Ik zat ervoor en keek ernaar. Over vijftig jaar, als het er minder nieuw uitziet, is iedereen er vast aan gehecht geraakt, als de zon dan tenminste nog schijnt. Omdat ik er over vijftig jaar waarschijnlijk niet meer bij ben, probeerde ik nu al van het gebouw te houden, maar daarvoor was het nog te vroeg.

Ik stapte op de fiets en fietste terug naar huis. De oranje zon hing nog steeds een beetje onthand in de paarsige lucht, hij moest nog iets lager zakken voor zijn kleur weer bij zijn locatie zou passen. Dan zou alles weer normaal zijn, al zouden die blokken op het Olympiaplein er nog steeds staan.

Advertenties
Geplaatst in amsterdam, leven | Tags: , , , , , , , , , , , , , | Een reactie plaatsen

ze komen vanzelf als je het speelt

Gustave_Caillebotte_-_Jour_de_pluie_à_Paris

Zaterdag met Metsike naar Utrecht, naar het tweejaarlijkse congres van Onze Taal, het blad waarvoor ze al een aantal jaren interviews maakt. Net voor half zeven waren we terug in Amsterdam. Metsike ging door naar huis om de oude katjes eten te geven, ik bleef op Amsterdam Centraal om bij de Starbucks op perron 2 een grote cappuccino te drinken. Terwijl ik op mijn koffie wachtte, keek ik door natte ramen naar het stationsplein: de hemel net zo grijs als het plein, regen, alles nat, mensen met paraplu’s: Caillebotte in zijn Amsterdamse periode. Toen de koffie klaar was ging ik aan een tafeltje zitten op het balkon dat uitkijkt op de stationshal. Die hal maakt altijd een iets te lage indruk, alsof hij eigenlijk hoger is bedoeld, hoger zou moeten zijn, alsof de vloer een meter of wat te hoog zit. Natgeregende mensen kwamen verspreid binnen en verspreidden zich naar sporen en winkels, de meeste in donkere jassen. Niet zo klein dat je ze, als vanuit het reuzenrad in The Third Man, onbewogen zou kunnen zien omvallen en sterven, ik zat niet erg ver boven ze, als ik mijn best deed kon ik de gezichtsuitdrukking zien van de mensen die onder het balkon doorliepen. In de tegenoverliggende hoek van de hal speelde iemand op de piano, ik hoorde door al het gedruis heen alleen een repetitief basthema, somber en zwaar, met een lichte dreiging, het bleef doorgaan, niet vervelend, het paste goed bij de stemming – alsof er buiten iets zou kunnen gebeuren of al gebeurd was, terwijl ik hier in volkomen gemoedsrust zat, een reiziger in eigen stad, zonder banden, zonder verantwoordelijkheden, er bijna niet zijnd maar zonder consequenties, reiziger naar nergens, twee, drie kilometer van huis. Het was bijna een besloten scène, alle mensen die beneden in en uit liepen, en doorliepen, van links naar rechts, van rechts naar links, ze zouden honderdvijftig figuranten kunnen zijn die steeds weer binnenkwamen of naar buiten liepen, en waarin ik pas individuen zou gaan herkennen als ik hier acht uur bleef zitten, en nog een paar uur later zou ik ontdekken dat ik de honderdeenenvijftigste was; maar ondertussen bleef de pianist zijn basthema herhalen en herhalen, een meisje naast hem speelde op de toetsen rechts van hem, maar die hoorde ik niet, ik hoorde wel wat de jongen speelde, het was de bas van het refrein van ‘Someone Like You’ van Adele, want dat werd nu meegezongen door een paar meisjes bij de piano – het was alsof de pianist het thema zó lang had gespeeld dat die meisjes als vanzelf bij hem waren terechtgekomen – if you play it, they will come. En zo ging het nog even door terwijl reizigers in en uit liepen, hij dat thema spelend, de meisjes het refrein zingend, intens maar bijna terloops – en zo was het, niet alleen bij de piano maar in de hele hal en daarboven op het balkon terwijl het buiten donker was geworden: intens maar bijna terloops; geen slechte stemming, het zou je hele leven mogen duren denk je dan, maar dat gaat niet, daarom denk je het ook.

 

 

(afbeelding: Caillebotte, Rue de Paris, temps de pluie)
Geplaatst in leven | Tags: , , , , , , , , | Een reactie plaatsen

op weg naar omsk

 

We hebben de lach nodig, zonder lach gaat het niet – ook al is het de lach van de man die door wolven achtervolgd zojuist zijn hele familie een voor een uit de slee heeft gegooid en merkt dat ook hij Omsk niet gaat halen; hij voelt zich schuldig vanwege zijn zelfzucht, en omdat het offer van zijn familieleden niet eens heeft geholpen, en hij stoot een schrille lach uit wanneer hij beseft dat hij onbedoeld het lijden van zijn familie heeft bekort en dat hij in feite dus zichzelf heeft opgeofferd – lachend als een gek ziet hij zich omsingeld door wolven, de paarden steigeren. Hij weet nog niet dat zijn in de sneeuw geworpen familieleden door de wolven zijn genegeerd en een voor een opkrabbelen, de sneeuw van hun jas slaan, op elkaar wachten en daarna weer op weg gaan. Want ze hebben nu de kans Omsk te voet te bereiken – de wolven zijn nog wel even bezig, niet met hun vader en echtgenoot, maar met de paarden, want daar ging de wolven de hele tijd om. En terwijl de wolven zich tegoed doen aan de paarden stapt de man uit de slee en ziet vanuit de verte zijn familie aan komen lopen. Ze keuren hem geen blik waardig en lopen met een grote boog om het feestmaal der wolven heen, de kleinste kinderen huilen een beetje om de paarden; en de man kijkt zijn familie na en lacht weer, schaapachtig deze keer.

omsk 3a

 

Geplaatst in verhalen | Tags: , , , , | 2 reacties

alle verhalen tot nu toe

IMG_20170914_083700180

Ik wil u niet overvoeren (ja, dat wil ik natuurlijk wél), maar deze is ook nog uitgekomen: een heruitgave in één band van de twee verhalenbundels, Elektriciteit en Hier wonen ook mensen, met als bonus het niet eerder verschenen verhaal ‘Het orakel van de buitenwijk’, dat ik verleden jaar schreef als tegenprestatie voor mijn studenten aan de Radboud Universiteit in Nijmegen, die zelf ook allemaal een kort verhaal schreven.

Ik ben erg blij met deze bundeling. ‘Van Essen heeft verhalen geschreven die ik tot de beste vind horen van de Nederlandse literatuur,’ schreef Marja Pruis gisteren in De Groene Amsterdammer. (Ze schreef nog veel meer, zie deze recensie, maar dat ging over Winter in Amerika. Daar zal ik binnenkort misschien nog wat over zeggen, al was het alleen maar omdat ze me daar in haar stuk zelf toe uitnodigde: ‘Ja Rob van Essen, bedenker van dit alles, goedemorgen en zeg het maar.’ Er zijn enthousiastere formuleringen denkbaar, maar elke uitnodiging is er een.)

Terug naar deze bundeling: ik ben er vooral blij mee omdat het een tweede kans geeft aan verhalen uit Elektriciteit als ‘Lopend water’, ‘Toen we in Londen naast Freud woonden’ en ‘Hoe ik mijn leraar Nederlands vermoordde’. Waarom heb ik die bundel  destijds eigenlijk niet naar dat laatste verhaal vernoemd?

Waar ik ook blij mee ben is dat ik het verhaal ‘Zondagochtend, zondagavond’ (ook uit Elektriciteit) in deze bundeling alsnog zijn rechtmatige titel kon schenken, ‘Dr. Lisettes gepatenteerde spermamethode’, want zo had dat verhaal natuurlijk altijd al moeten heten. Ooit hoorde ik van een koppel dat de in dat verhaal beschreven methode om te beslissen hoe de zondag moet worden doorgebracht zelf wilde uitproberen, maar ik heb geen idee of het daar ooit nog van gekomen is. Er is niet veel voor nodig: stevig karton, een schaar, een viltstift, een geduldige hand bij de ene partij en enige potentie bij de andere. Als u het eens wilt uitproberen, ga uw gang. Ik hoor het graag. Foto’s hoeven niet.

 

Geplaatst in hier wonen ook mensen, recensie, winter in amerika | Tags: , , , , , | 2 reacties

winter in amerika – recensieoverzicht

P1060051ab-foto-roxanne-van-der-stigchel-1024x683 presentatie P1060057ab-foto-roxanne-van-der-stigchel-903x1024 presentatie

Op 30 augustus werd Winter in Amerika ten doop gehouden, in de onvolprezen Linnaeusboekhandel in Amsterdam, met medewerking van Arjen Fortuin (die van de tekst is overgestapt naar het beeld en nu elke avond voor de NRC televisie moet kijken, dus waarschijnlijk is Winter in Amerika het laatste boek dat hij ooit las). Het was een mooie middag, iedereen die erbij was en iedereen die betrokken was bij de totstandkoming van het boek: bedankt! Vanuit de grond van mijn hart.

Inmiddels verscheen er een recensie van Guus Bauer in Tzum (zie hier), en schreef Rob Schouten een recensie in Trouwrecensie trouw 2 sept 2017

Dirk-Jan Arensman schreef een stuk in de VPROGidsWinter in Amerika, VPRO-Gids en Maarten Moll interviewde me voor Het Paroolinterview parool 5 sept 2017

Edith Vroon schreef een recensie in oost-online, zie hier, en Onno Blom besprak Winter in Amerika in de Nieuwsshow, wat hier terug te luisteren is. En afgelopen zondag was ik te gast bij VPRO-Boeken, wat hier is terug te zien.

 

(foto’s: Roxanne van der Stigchel, overgenomen van de site van de Linnaeusboekhandel)
Geplaatst in winter in amerika | Tags: , , , , , , , , , , , , , , , | 4 reacties

smeltende hoofden, zwarte torens (maar niet overal)

 

IMG_20170811_163028556_HDR  IMG_20170811_163119550_HDR IMG_20170811_172934858

 

Ik ging naar het Rokin om de fontein te zien. Die is nieuw, staat tegenover Scheltema en is gemaakt door Mark Manders. Hij (de fontein, niet Mark Manders) bestaat uit twee hoofden, de een kijkt richting Munt, de ander richting Dam. Ze zijn niet compleet, de bovenkant is geërodeerd, verbrokkeld, gesmolten. Langs de hoofden loopt water naar beneden alsof er nog steeds iets smelt, je verwacht dat er nog meer van de bovenkant af zal zijn als je hier weer eens langs komt. De hoofden kijken er kalm bij, gelaten, over je heen kijken ze naar de toekomst, lees de krant, kijk om je heen, we gaan er allemaal langzaam aan. En even verderop wordt er steeds weer een stukje van de gerestaureerde en in oude staat herstelde toren van de Zuiderkerk onthuld, de toren die ooit lichtgrijs was en op sommige dagen een bijna etherische, onstoffelijke indruk kon maken – glimmend zwart geteerd steekt hij omhoog, ook dat is somber, het is alsof de nieuwe fontein en de vernieuwde toren een verbond met de tijdgeest zijn aangegaan.

Etherisch, onstoffelijk lichtgrijs – het is er nog wel, je moet ervoor naar Rotterdam, naar het Timmerhuis dat Rem Koolhaas’ OMA een paar jaar geleden optrok achter het stadhuis en het politiebureau. Ingeklemd tussen die gebouwen en de andere bebouwing daar rijst het bloksgewijs omhoog. Het is bijna alsof de architect bewust heeft gestreefd naar gezichtsbedrog: de gevel is zo lichtgrijs, dat wanneer je het gebouw ziet, het verder weg lijkt te liggen dan het ligt. Het is een lichtgrijs dat je verbindt met verte, met nevelige verschieten, met kleurafname door afstand. Op foto’s laat het effect zich niet goed vastleggen, tenminste niet op de foto’s die ik er laatst nam, al kan je daar op wel zien dat het effect wordt versterkt doordat de lucht en de wolken door de hele gevel worden gereflecteerd, en niet alleen door de ramen. Het is een vreemde, wonderlijke ervaring. En het went niet, telkens wanneer je ’t gebouw achter het poortje op het Raamplein ziet oprijzen, onderga je weer die kleine schok: dit zou verder weg moeten liggen dan het ligt, het is dichtbij en veraf tegelijk. En het voordeel van dit gebouw is dat nooit een restaurateur of architectuurhistoricus zal ontdekken dat het oorspronkelijk gitzwart was, en de autoriteiten ervan zal weten te overtuigen dat het in zijn oude kleurstelling dient te worden hersteld.

IMG_20170530_172030556_HDR

 

 

 

 

 

Geplaatst in kunst | Tags: , , , , , | Een reactie plaatsen

een stevige handdruk

Oligodendrocyte

Het duurde even voor ik begreep waar ik was. Niets was zoals ik het kende, en ik was ook niet langer alleen. Er waren anderen, een paar stonden aan mijn bed. Niet mijn bed, een heel ander bed. ‘U bent er weer,’ zei een man met grijs haar. Was ik weggeweest?

Ik lag in een ziekenhuiskamer, opeens wist ik het weer, de man met het grijze haar was de chirurg die me zou helpen. Of geholpen had. ‘U bent zojuist bijgekomen,’ zei hij.

‘Is het goed gegaan?’ vroeg ik.

‘Geen complicaties,’ zei de man, en hij knikte me geruststellend toe. ‘Zegt u eens,  wat vind u van de kleurstelling van deze kamer?’

Ik keek rond, maar ik kon mijn hoofd nauwelijks optillen, dus veel zag ik niet. Het plafond was wit, de bovenranden van de muren hadden een kleur die langzaam verschoof, van pasteltint naar pasteltint, iets met lichteffecten.

‘Wat vind u ervan? Overdreven? Kalmerend? Moeten ze dat overal doen of is het een verspilling van geld dat beter in andere dingen gestoken had kunnen worden?’

Ik begreep niet waarom hij zoveel belang aan de kleuren hechtte. ‘Het is wat het is,’ zei ik.

‘Heel goed,’ zei de chirurg, en hij knikte even naar de mensen die zich aan het voeteneind van het bed hadden verzameld. ‘Operatie geslaagd.’

Na een dag mocht ik al naar huis. Voor ik werd ontslagen, moest ik nog even langs de chirurg. Hij zat op zijn kamertje naar een hersenscan te kijken. ‘Goed,’ zei hij, nadat hij mij de hand had geschud. ‘U bent weer op de been. Heel mooi. Om het even samen te vatten: we hebben op uw eigen verzoek uw vermogen tot meningsvorming geëlimineerd. Dat is allemaal goed gelukt, geen enkele bijkomende schade, u bent nog helder en volgens de verpleging loopt tijdens de maaltijden het eten niet uit uw mondhoeken naar beneden. Dat laatste is een grapje, dergelijke bijwerkingen hebben we al lang geleden weten op te lossen. Dan moet u alleen dit formulier nog even ondertekenen waarin u vastlegt dat u voor de rest van uw leven afziet van uw stemrecht’ – hij haalde het formulier uit een map waarop iemand ‘a small price to pay’ had geschreven – ‘en dan mag u wat ons betreft naar huis. U weet dat u een jaar lang het recht hebt op een hersteloperatie? Ik knoop met alle plezier de draadjes weer aan elkaar, dus als het verlangen naar meningen opeens bij u opkomt, kunt u altijd bellen. Maar kijk dan eerst even naar wat er op dat moment aan uitwisselingen op twitter en Facebook plaatsvindt.’

Hij kwam overeind, liep met me mee naar de deur en nam afscheid met een stevige handdruk. ‘Het ga u goed,’ zei hij, alsof hij ervan overtuigd was dat we elkaar nooit terug zouden zien.

 

 

Geplaatst in verhalen | Tags: , , , , | 2 reacties