‘and everybody laughing, except the sad blond boy.’

 

Ik ging On the Road herlezen omdat ik de film wilde gaan zien. Dertig jaar geleden had ik het boek gelezen, de enige scène die ik voor me zag, was die waarin Kerouacs alter ego Sal Paradise samen met wat andere lifters in de open laadbak van een vrachtwagen zit. Een van die andere lifters probeert onder het rijden te pissen, staand, aan de rand van de laadbak; uiteraard pist hij zichzelf onder. Als ik het met anderen over het boek had, begon ik altijd over die passage.

Nu, bij herlezing, kwam ik vrijwel meteen die scène tegen. In mijn exemplaar staat hij op pagina 27. Toen ik verder las, begon het me langzaam te dagen dat ik onbekend gebied betrad. Ik was in On the Road nooit verder gekomen dan de eerste dertig pagina’s.

Jarenlang over dat boek meegepraat zonder te beseffen dat ik me alleen maar baseerde op algemene ideeën en uit andere bronnen vergaarde wijsheid. En die ene scène in die vrachtwagen.

Dat je kunt meepraten over boeken die je niet hebt gelezen, is niet nieuws natuurlijk. Maar mensen die meepraten over klassiekers die ze hebben gelezen en alleen maar zaken noemen die spelen in het begin van het boek, vertrouwen we dus niet meer. (“O ja, dat boek ken ik, dan gingen ze met zo’n stoomtreintje die Toverberg op hè, helemaal naar boven gingen ze.” “En die Leopold Bloom die bakte dan niertjes, en daarna ging-ie even lekker poepen, ja, dat was een mooi boek.” “Ja, die man woont op de Lauriergracht en doet iets met koffie, ja, dat heb ik ook gelezen, zo’n stijve hark was dat.” “O, en dan komen ze op het station en dan is daar zo’n raar perron, nummer zoveel-en-een-half, en dan gaan ze naar die toverschool waar dan van alles gebeurt, ja, heel spannend is dat.”)

Deze keer las ik het boek wel uit. En het viel mee. On the Road is bij uitstek een boek uit het lijstje ‘Lezen voor je vijfentwintigste, en dan nooit meer herlezen als je de mythe in stand wil houden’, maar ik vond het eigenlijk wel goed. Ik had te doen met al die warrige adolescenten, en irritant waren ze ook. Dertig jaar geleden had ik ze waarschijnlijk stoerder gevonden – als ik de moeite had genomen het boek uit te lezen.

De film viel tegen. Het was een dappere poging, maar soms leek het allemaal iets te veel op een reclame voor hippe jeans. Scènes uit het boek die bij uitstek geschikt leken om te worden verbeeld, ontbraken (hoe ze geruisloos een berg afrijden met een auto waarvan de motor is uitgeschakeld). De Sal Paradise van hoofdrolspeler Sam Riley leek nét niet genoeg op Kerouac, hij was niet de kruising tussen Montgomery Clift en Lee Harvey Oswald waar Kerouac op veel foto’s aan doet denken. Laat hem dan spelen door iemand die helemaal niet op Kerouac lijkt. Erger was dat het hoofdpersonage uit de film veel te flegmatiek was. Kerouacs alter ego uit het boek kijkt gretig om zich heen, met vochtige ogen van ontroering, begeestering, frustratie, dronkenschap.

 

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in lezen en getagged met , , , , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s