een dode uit Dood

Gistermiddag een rondje gelopen. Steeds wanneer ik hier de Oosterstraat uitloop, krijg ik een kleine schok: opeens, na het oude gemeentehuis, valt er aan de linkerkant van de straat een gat in de bebouwing en kijk je onverwacht ver uit over de velden en de hoge luchten daarboven. Het is altijd weer een verrassing, alsof de huizenrij waar je langs liep alleen maar een tweedimensionaal decor was; alles blijkt weidser en groter, kijk dan, dit was er de hele tijd al – een mooi effect, dat je mee naar huis zou moeten kunnen nemen.

Even verder, vlak voor de bocht, stond een als camper ingerichte bestelbus. Deuren en ramen waren geopend, een echtpaar met een paar kinderen was binnen aan het rommelen. ‘Daar loopt een dode,’ zei de vader toen ik langs liep. ‘Een dode uit Dood.’ Een van de kinderen schoot in de lach. Ik móét het verkeerd hebben verstaan.

Benedenlangs de spoorlijn naar het Warfummer Bos. Zo’n klein bos verwacht je hier helemaal niet, en het is net alsof het er ook niet echt ligt, alsof het zich hier tijdelijk schuil houdt, tot het weer terug kan naar huis. De bomen waren nog nat van het noodweer dat ’s nachts had gewoed. Over het fietspad dat door het bos loopt, kropen slakken, op weg naar de overkant. Toen ik hier een paar dagen geleden fietste, staken er ook slakken over. Maar die slakken waren kaal, deze hebben slakkenhuisjes. Zouden er verschillende oversteekdagen voor verschillende soorten slakken zijn? Misschien waren dit dezelfde slakken als de vorige keer, en hadden ze aan de overkant hun huisje opgehaald.

Na het bos liep ik door velden met hier en daar een huisje onder een boom, en daarna kwam een nieuw bos, met hogere, statiger bomen. Het was geen bos, het waren de bomen die Breede beschermden. Breede is een oud wit kerkje met vier, vijf oude huisjes er omheen, en een tussen de bomen verscholen camping, en even verderop een landhuis. Vochtige schaduw, warme zon, de wind in de bladeren, wilde bloemen, hoog gras, riet, een donkere sloot met schommelend licht, het blinkende wit van het kerkje tussen het groen – het was een onverwacht gezicht, en onverwacht idyllisch, een locatie voor een vakantiefilm met spanning maar zonder echte problemen, een film over een club bijvoorbeeld, opgericht door kinderen van de camping, er moeten ook een paar grote honden in voorkomen, en noodweer.

Op het trapje van het witte kerkje at ik een boterham. De onderste trede van de trap was een grafsteen. Op het kerkhofje naast de kerk stonden graven die er met hun ijzeren sierhekken uitzagen als ledikanten met een matras van steen.

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in leven en getagged met , , , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s