verse muntthee

Groot rondje gefietst, langs Wadwerd, Usquert, ’t Lage van de weg, Uithuizen, Uithuizermeeden, Hefswal, Roodeschool, Zijldijk, Garsthuizen, Zeerijp, Loppersum, Middelstum, Toornwerd, Kantens, Usquert en Wadwerd. (Ach, wat een mooi rijtje weer.) Witte wolken, donkerblauwe regenwolken, pas later brak de zon door.

Hoe verder ik naar het oosten reed, hoe slordiger het landschap werd. Er verschenen grote, glimmende opslagtanks aan de horizon, en veel hoge windmolens. Die windmolens maakten  een wat slome indruk. Er stond wind genoeg, maar ze draaiden hun wieken landerig en traag rond, alsof ze hun werk niet helemaal serieus namen, als leerlingen die hun best niet doen omdat ze het vak toch laten vallen.

In Zijldijk kwam ik langs een bescheiden kerkje met een witte gevel. Ik stapte af om te lezen wat er boven de ingang stond. dit is niet dan een huis Gods, met het jaartal 1886. Achter de ramen zag ik een wenteltrap en een tussenverdieping. Ik pakte mijn tas en liep naar een van de bankjes die voor de kerk stonden. Er kwam een jonge vrouw naar buiten.

‘Zo, aan het fietsen?’ vroeg ze.

‘Ja,’ zei ik, ‘’t gaat nog net.’ Ik wees op de grote regenwolk die boven Zijldijk hing.

‘Natuurlijk,’ zei ze opgewekt. Ze liep naar een van de twee lage plantenbakken voor de kerk en rukte er wat takken uit. ‘Ik ga muntthee maken,’ zei ze, ‘moet u ook wat?’

‘Ja,’ zei ik verbaasd. ‘Dankjewel.’ Ze ging naar binnen. Ik at een boterham. Even later kwam ze een glas heet water met takken munt brengen. ‘Alsjeblieft, het moet nog even trekken.’

‘Jullie zijn geen huis Gods meer,’ zei ik.

‘Nee,’ zei ze, ‘we zijn een opvang voor kinderen met een extra zorgvraag. We zijn net nog met z’n allen naar buiten geweest. U mag zo wel even binnen komen kijken.’ Voor ze naar binnen ging, rukte ze nog wat munt uit de plantenbak.

Ik dronk mijn thee. Ik proefde daadwerkelijk pepermunt. Wat ik tot dusverre als verse muntthee had gedronken was een slap aftreksel.

Toen mijn glas leeg was, bracht ik het naar binnen. Van de kerk was weinig overgebleven. De voormalige kerkzaal was een grote kinderopvang geworden, met overal speelgoed, en stevig zeil op de vloer. Achterin de ruimte zat de jonge vrouw die thee had gezet. Ze zat achter een bureau. Er was maar één kind, een meisje met een blauwe jurk.

‘De thee was erg lekker,’ zei ik. ‘Dankjewel.’

‘Eigenlijk moet er nog wat honing in,’ zei de vrouw. ‘Dan is het nog lekkerder.’ Ze leunde ontspannen achterover op haar bureaustoel. Ze leek me iemand die op haar plek was.

‘Ik mag geen honing,’ zei het meisje in de blauwe jurk. ‘Want daar zit suiker in en ik mag geen suiker.’

‘O nee, dat is waar, dat mag jij niet,’ zei de vrouw.

‘Ach,’ zei ik.

‘Gelukkig mag je wel andere dingen,’ zei de vrouw.

‘Ja,’ zei het meisje. ‘En koekjes zonder suiker zijn lekkerder dan koekjes met suiker!’

De vrouw en ik zeiden enthousiast dat dat dan heel goed uitkwam. Daarna viel er een stilte. We wisten alle drie dat koekjes met suiker lekkerder zijn dan koekjes zonder suiker, en het meisje leek teleurgesteld dat we haar gelijk hadden gegeven.

Ik praatte nog even met de vrouw over het verschil tussen een kerk en een opvang. Daarna was het tijd om te gaan. Ik had nog steeds het theeglas in mijn hand. Ik zag  naast de voordeur een kleine keuken met een aanrecht van hout. ‘Zal ik mijn glas daar in het keukentje zetten?’ vroeg ik.

‘Ja, prima,’ zei de vrouw. Ik bedankte haar nogmaals voor de thee en liep naar de deur. Wat ik voor een aanrecht had gehouden, bleek een toonbank. Er stonden allerlei kasten met spullen, dit was de plek waar de kinderen winkeltje speelden. Ik aarzelde even, keek om me heen en zette mijn glas toen toch maar op de toonbank.

Soms kan iets eenvoudigs binnen een paar seconden door iets kleins veranderen in iets ingewikkelds en onbevredigends. Dit was zo’n moment. Het was geen zaak van leven of dood, maar ik had om mijn dank uit te drukken mijn glas graag bij andere lege glazen gezet, zoals het hoorde. Maar ik kon moeilijk teruglopen naar achterin de kerk om de vrouw te vertellen dat ik een keuken had gezien waar er geen was. Ze had zelf ook meegespeeld, door me niet te corrigeren toen ik aanbod mijn glas daar neer te zetten. Doordat zij ook net had gedaan of er een keuken was, was er opeens een situatie ontstaan waarin we allebei ongelijk hadden.

Het was geen gezicht, mijn lege theeglas op die toonbank van het speelwinkeltje, maar ik liep toch door naar buiten, naar mijn fiets. Natuurlijk had ik gewoon: ‘Maar dit is helemaal geen keuken!’ moeten roepen, we hadden nog even kunnen napraten over het dorp Zijldijk, of over koekjes met of zonder suiker, misschien waren beide soorten koekjes in huis, dan hadden we een blinddoektest kunnen doen, wie weet had het meisje in de blauwe jurk gelijk.

Verder maar weer. Het stuk tussen Zijldijk en Loppersum was het mooiste deel van het rondje. Smalle fietspaden van betonplaten, zo nu en dan kwam de zon door. Overal om me heen dat vlakke maar uitbundige landschap, waarin je je niet verloren voelt omdat de wegen niet recht zijn en de dorpen nooit verder dan zeven kilometer van elkaar af liggen.

Op de knooppuntborden zag ik dat er een dorp was dat Leermens heette, daar wilde ik meteen heen, maar het lag te ver uit de route. Dat moet ik dan maar als symbool zien, in ieder geval voor deze middag: dat ik Leermens niet heb gehaald.

Toen ik weer naar het westen reed, kreeg ik tussen Loppersum en Middelstum te maken met serieuze tegenwind. Als je die als vijand ziet, ben je verloren; je moet hem omhelzen, als een wat onstuimige vriend, die geen hekel aan je heeft maar wel even wil zien wat je waard bent; het is een grote, uitbundige hond die nog niet helemaal van jouw gezag is overtuigd. In Middelstum scheidden onze wegen, omdat ik daar afsloeg naar het noorden. We namen tevreden afscheid.

Een paar dagen geleden verdwaalde ik nog in Middelstum, nu schoot ik er routineus doorheen, op weg naar Usquert, en naar huis. Vlak voor Usquert kwam ik nog langs een boerderij die het Bernleftheater heette. Wat voor toneel zal daar worden gespeeld? Kalme stukken vol Scandinavische invloeden, met veel witregels, gespeeld door acteurs die gaandeweg het stuk steeds vaker hun tekst vergeten en op een gegeven moment geen idee meer hebben waar ze zijn.

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in leven en getagged met , , , , , , , , , , , , , , , . Maak dit favoriet permalink.

2 reacties op verse muntthee

  1. aly freije zegt:

    grappig Rob om die voor mij bekende plekken door jouw ogen te zien.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s