richard dawkins krijgt bezoek van god

‘Ach Jezus,’ zegt Richard Dawkins terwijl hij opkijkt van zijn boek. ‘ God?’

‘Ja,’ zegt God.

‘En hoe bent u binnengekomen?’ vraagt Richard Dawkins. Hij vraagt zich af waar hij dit bezoek aan te danken heeft. Is er geadverteerd voor een herdruk, is er een oud tv-interview herhaald, heeft een krant een groot stuk over atheïsme gepubliceerd en er zijn foto bij gezet?

‘O, ik heb zo mijn methoden,’ zegt God. ‘Maakt u zich niet ongerust, ik kom niet om uitgebreid met u in discussie te gaan, ik kom me alleen maar even laten zien, dat moet genoeg zijn. Nou ja, misschien een paar woorden… Een wederzijdse uitwisseling… ’

‘Natuurlijk,’ zegt Richard Dawkins. Hij steekt zijn hand uit naar de alarmknop die de plaatselijke politie voor dit soort gevallen heeft aangebracht.

‘Sorry, maar dat gaat niet helpen,’ zegt God. ‘Ik heb buiten dit huis de wereld stilgezet, dat leek me het beste.’

‘De wereld stilgezet,’ knikt Richard Dawkins.

‘U gelooft dat natuurlijk niet, en wie zou u dat kwalijk nemen. Toch is het zo, ga maar even buiten kijken.’

‘Dat is goed, loopt u dan meteen even mee?’

‘Haha, ja, erg grappig, ik zie het voor me, en dat u dan meteen de tuindeuren achter me dichtslaat en de politie belt. U merkt dat ik uw gedachten kan lezen.’

‘Daar ben ik niet echt van onder de indruk,’ zegt Richard Dawkins. ‘Ieder ander zou in mijn geval hetzelfde denken.’

‘Misschien toch niet,’ zegt God. ‘Ik ben verschenen aan mensen die huilend van vreugde op hun knieën vielen.’

‘Hysterici,’ zegt Richard Dawkins. Hij loopt naar de tuindeuren, want daarachter is iets vreemds aan de hand. Achter het glas lijkt zich helemaal niets te bevinden.

‘Alles staat stil,’ zegt God. ‘Dat zei ik toch? Ook het licht.’

Richard Dawkins keert zich om. Het is alsof hij in een spiegel kijkt. God is in de gemakkelijke stoel gaan zitten en ziet er precies zo uit als Richard Dawkins.

‘Ik zie u verbaasd kijken,’ zegt God. ‘Ik ben zo vrij geweest onze identiteiten te ruilen. Een wederzijdse uitwisseling, dat zei ik toch net? U bent nu God en ik ben Richard Dawkins. Denk daar maar eens over na.’ Hij haalt een hand door zijn haar. ‘Ik zie u niet lachen, maar ik vind het grappig. “God is zijn eigen ultieme negatie,” ik weet niet meer wie het gezegd heeft, vast een of andere moderne theoloog, maar eindelijk heeft hij toch gelijk gekregen. God is Richard Dawkins, en Richard Dawkins is God. Daar ziet u toch ook wel de ironie van in, mag ik hopen.’

‘Het valt me nu pas op hoeveel u op mij lijkt,’ zegt Richard Dawkins. ‘Heeft u zich laten opereren of zo?’

‘Dat is flauw, nu doet u net of u het nog steeds niet begrijpt. En u bent nog wel God zelf.’

‘Ik wil gewoon niet meegaan in uw krankzinnige gedachtegang. Dat kunt u mij niet kwalijk nemen.’ Maar dan hoort hij om zich heen opeens een groot gemurmel ontstaan, een wolk van woorden die hem omringt. Vragen, verzoeken, smeekbedes om genezing, geroutineerde weesgegroetjes en onzevaders, vragen om kwijtgeraakte dingen terug te vinden, weggelopen personen, verzoeken om hulp, in naam van zijn zoon ook, fragmentarische hartenkreten vol wanhoop – in velerlei talen, die hij opeens allemaal kan verstaan.

‘O shit,’ zegt God.

‘Ziet u wel,’ zegt Richard Dawkins terwijl hij gaat verzitten. De stoel bevalt hem wel. ‘En u dacht dat ik een grapje maakte.’

God slaat zijn handen voor zijn oren. ‘Dit is verschrikkelijk!’ roept hij boven het aanhoudende gemurmel uit. ‘Maar…’ Hij glimlacht en laat zijn handen zakken. ‘Als ik God ben, dan kan ik de ruil ook ongedaan maken.’

‘Natuurlijk,’ zegt Richard Dawkins. ‘Maar denk even na. U bent God. U kunt het geheim van het universum leren kennen. Alles wat u altijd heeft willen weten, ligt binnen uw bereik. En denk eens aan de dingen die u kunt doen! Voor u zijn er geen grenzen meer, op geen enkel gebied!’

God begint aarzelend te knikken.

Richard Dawkins glimlacht. ‘Ja, dat is niet niks, hè? Probeer daar maar eens een voorstelling van te maken. Denk eens aan uw almacht! U kunt zoveel goedmaken! Wacht.’ Hij staat op en pakt een exemplaar van The God Delusion van zijn bureau. ‘Hier, neem mee, hier staat alles in wat u fout heeft gedaan, alle gruwelijke dingen die het gevolg zijn geweest van uw beleid de afgelopen millennia. Misschien kunt u er wat mee, ter inspiratie.’

God pakt het boek aan. ‘Ja,’ zegt hij. ‘Ja. Dankuwel.’ Hij lijkt er nog steeds niet helemaal met zijn gedachten bij. Met het boek onder zijn arm maakt hij de tuindeuren open. Hij loopt de tuin in.

Zodra God uit het zicht is verdwenen, pakt Richard Dawkins de telefoon. ‘Ik heb een geavanceerder alarmsysteem nodig,’ zegt hij. ‘Iets met infrarood, of met camera’s, er gebeuren hier de gekste dingen, ze lopen gewoon naar binnen. Volgens mij knippen ze de draden door of zo.’

‘Dat gaan we voor u regelen, meneer Dawkins. Er komt vanmiddag nog iemand bij u langs.’

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in verhalen en getagged met , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s