het grote geruis

Vrijdag werd Alles komt goed gepresenteerd in De Nieuwe Boekhandel in Bos en Lommer (Léés die boekhandel!). Verwelkoming. Aankondiging. Kort interview. Voorlezen. Onder het voorlezen dacht ik: vroeger trilden mijn handen veel harder bij dit soort gelegenheden.

Sommige genodigden hadden grote afstanden afgelegd om erbij te zijn, wat op een bescheiden, bijna onzichtbare manier toch altijd iets indrukwekkends heeft. Anderen hadden hun toekomst op het spel gezet door halverwege uit colleges weg te lopen omdat ze anders te laat zouden komen. Nog weer anderen kwamen te laat.

Na het voorlezen: signeren. De oude angst dat je opeens de naam vergeten bent van degene die jou een exemplaar van het boek toesteekt in de verwachting dat je daar een persoonlijke opdracht in schrijft. Het gebeurde nog ook. Ik wist precies wie het was, ik kom haar al tien jaar overal tegen op literaire gebeurtenissen, vijf dagen eerder had ik nog met haar staan praten op de Avond van het Korte Verhaal in De Balie. Nu wist ik opeens niet meer hoe ze heette.

Ik pakte het boek van haar aan. Het kon niet dat de naam me niet te binnen schoot. Maar het was wel zo. Ik schreef alvast langzaam ‘Voor…’ op de titelpagina. In mijn hoofd bleef het leeg.

Laat ik het dan maar eerlijk zeggen, dacht ik. ‘Sorry, heel raar, ik heb een totale black-out, ik weet opeens je naam niet meer.’

Achteraf (vooral achteraf) kon ik wel bewondering opbrengen voor de manier waarop ze reageerde. Ze fluisterde niet toegeeflijk haar naam (zoals je dat dan doet; natuurlijk, de stress van zo’n presentatie, is niet erg hoor, kan gebeuren, begrijp ik volkomen), maar keek me breed grijnzend aan en zei: ‘Ga maar gewoon door, schrijf maar een naam op, dan zie ik vanzelf wel wat voor iemand ik volgens jou ben.’

Ze bleef vriendelijk grijnzen, ze had alle tijd. ‘Kom op,’ zei ze. ‘Ik ben benieuwd.’ Een status quo van minuten dreigde. Er zat niets anders op, ik moest een naam verzinnen. Ze kon het krijgen zoals ze het hebben wilde. Was ze een Suzanne? Nee, toch meer een Wilma.

Opeens schoot me alsnog haar naam te binnen. Opgelucht schreef ik hem neer, met een opdracht, en overhandigde haar het boek.

Waarna we erover konden lachen, zij nog steeds grijnzend, ik met een lichte gêne; helemaal gelijk getrokken waren de verhoudingen nog niet – niet in mijn hoofd, in ieder geval. De pijn werd enigszins verzacht toen ze me vertelde dat Erik N. haar een paar minuten eerder volkomen oprecht had gevraagd of ze Bettine Vriesekoop was.

*

Na afloop was er een regenboog boven Bos en Lommer. Alle al dan niet dubbele regenbogen boven Amsterdam van de laatste dagen vat ik op als goede voortekenen. Ik ging met Metsike en E. eten in het kerkgebouw dat vroeger het Theelicht werd genoemd en waar nu het Podium Mozaïek zit. Later was het donker en fietste ik met Metsike naar de andere kant van de stad. De fietspaden van het Vondelpark glommen nog van de regen die eerder was gevallen. Omdat we het park wilden doorsteken, reden we een zandpad in, aardedonker, door bomen overhuifd, het licht van onze kleine fietslampjes net genoeg om een beetje te kunnen zien waar de bochten zaten.

En toen was het pad afgelopen en was er licht van een hoge, vrijwel volle maan, waarlangs rafelige wolken trokken. We stonden op een door roerloze bomen omringde grasvlakte. In het maanlicht zagen we vage vormen van geschoren hagen, en er was een grote, donkere vijver, waarin uit drie fonteinen drie grote stralen recht omhoog stegen. Om ons heen heerste een eeuwenoude rust, die ook onze aanwezigheid niet kon verstoren. Het grote geruis van de fonteinen overstemde de geluiden van de stad.

De stad? We waren heel ergens anders, zoveel was duidelijk. We stonden in een nachtlandschap van Pyke Koch, een maanverlichte tuin met geheimen die te ijl waren om door ons te kunnen worden begrepen. Niets bewoog, ook wat wel bewoog – de wolken en de fonteinen maakten deel uit van iets groters, wat geen beweging kende.

We trokken erdoor, we konden er niet blijven.

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in Alles komt goed, leven, schrijven en getagged met , , , , , . Maak dit favoriet permalink.

Een reactie op het grote geruis

  1. Nogmaals gefeliciteerd, Rob. Zelfs als je handen niet zo hard meer trillen, blijft het verschijnen van een boek volgens mij een magische gebeurtenis. Misschien wel even magisch als een regenboog. Mooi woord: overhuifd.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s