‘in werkelijkheid wel, dag en nacht, al die jaren’

 

Nu ik deel drie van Maas’ Reve-biografie uit heb, denk ik toch iets milder over de passages waar ik hier nog over viel, juist als het gaat om die terugkerende ellende met auto’s. Als je dan toch een uitputtend levensverhaal wilt schrijven, zoals Nop Maas blijkbaar wilde, dan heeft het wel wat om elke tegenslag met auto’s te vermelden – het krijgt bijna iets van een treurige running gag. Maar nogmaals, geef on dan ook ons foto’s van al die auto’s. En van de huizen. En een lijst van tijdschriften waarop hij geabonneerd was. Welke krant las Reve? Wat vonden zijn tandartsen van zijn gebit? Als je dan toch compleet wil zijn.

En dan Matroos Vos, die als zelfbenoemd financieel eindredacteur alle genoemde geldbedragen verving door sterretjes. Blijkbaar heeft hij de tekst gescand op bedragen die voorafgegaan worden door het guldenteken, en is hem in zijn ijver ontgaan dat Maas niet alle bedragen op die manier vermeldt. Dat levert absurde passages op, zoals deze op pagina 557-558, over de geplande verfilming van De avonden:

Reve vroeg fl *** voorschot. Hij nam geen genoegen met minder en week geen centimeter af van het standpunt dat het contract pas geldig was na betaling van dit bedrag. […] Half januari 1989, terwijl de buitenwereld niet beter wist dan dat alles geregeld was, had Reve nog steeds geen contract getekend. Solleveld had haast en ging door de knieën: Reve kreeg zijn anderhalve ton.

Verder staat het boek vol mooie en aangrijpende dingen. Langzame neergang, schrijnend om te lezen, maar ook stijgt er onverwoestbaarheid uit dit deel op, iets waar je ontzag voor krijgt. Je ziet het allemaal minder worden. De stijl die een routineus stijltje werd. Maar tegelijkertijd krijg je de indruk dat dat stijltje het enige houvast was dat hem staande hield, in stand hield – waardoor het een adembenemend tragische dimensie krijgt.

En uiteraard veel citaten van Reve zelf. Over Matroos Vos: ‘Hij is ontevreden, en van een gemelijk karakter. Hij moet dood, maar dat is ook geen voordeel want hij weet waar alles ligt.’

Ook mooi, uit hoofdstuk 10: hoe de verschillen tussen de broers Gerard en Karel in één klap duidelijk worden uit hun reactie op de verfilming van De avonden. Karel van het Reve vertelde in een column voor de Wereldomroep dat de vroegere huiskamer van zijn ouders er heel anders uitzag dan de nagebouwde versie in de film. Ook elders begon hij daarover:

 Later verklaarde Karel van het Reve nog op de televisie dat er bij hen thuis nooit – zoals de film suggereerde – een exemplaar van de Russische krant de Pravda op tafel had gelegen. Gerard reageerde daarop met: ‘Nee, letterlijk en feitelijk nooit, voor zover ik weet, maar in werkelijkheid wel, dag en nacht, al die jaren.’

 ’t Is als een illustratie van twee opvattingen over kunst. Nee, één opvatting over kunst (Gerard), en één opvatting over… ja, over wat, eigenlijk? Karel van het Reve doet hier nog het meest denken aan een lid van het korporaalschap van Frans Banning Cocq dat in het atelier van Rembrandt voor de zojuist voltooide Nachtwacht staat en verontwaardigd uitroept: ‘Ja, maar zo stónden we helemaal niet!’

 

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in lezen en getagged met , , , , , , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s