op weg naar de uitvoering

 

Ik was in Schiedam om een verjaardag te vieren (twee verjaardagen, eigenlijk) en toen ik ’s avonds vertrok, vroeg H. of ik een viool mee terug wilde nemen naar Amsterdam, het was de lesviool van een haar dochters. Die dochter was al jaren geleden gestopt met lessen en de viool moest nu toch eindelijk eens terug naar de verhuurder.

Dus liep ik door het donker met een viooltas naar station Nieuwland. Wachten op een leeg perron, de trein in, overstappen op Rotterdam CS. De mensen die denken dat daar een violist loopt – dat is een idee dat wel bevalt, het geeft je opeens iets interessants. Maar die kleine opwinding vervaagt snel. Het is ook weer niet zo dat iedereen naar je kijkt, en het gaat er bovendien niet om wat anderen denken (anderen denken helemaal niet, wist je dat niet? Je bent de enige die dat doet), het gaat erom hoe dit je houding verandert. Je beweegt anders, je hebt een viool bij je. Je dráágt een viool. Het weegt bijna niets, zo’n instrument. Maar je loopt rustiger, je kijkt uit dat je nergens tegen aan stoot, je laat mensen voor gaan die je anders had afgesneden. Je neemt ook grotere stappen, het is alsof je een doel hebt dat voorbij het banale idee ligt dat je onderweg bent naar huis. Daar loop je dan, je bent het en je bent het niet, je denkt er steeds minder bij na, het gaat al bijna vanzelf, je bent een man met een viool.

Dat zou je vaker moeten doen, rondlopen met een instrumentenkoffer. Je zou een er aantal thuis in de hal hebben moeten staan, voor je naar buiten gaat kies je het instrument dat het beste bij de dag past. Nee, toch niet, dan moet je er te diep over nadenken. Er zou een anonieme instantie moeten zijn die over je voordeursleutel beschikt en die elke ochtend, nog voor de krant wordt bezorgd, een instrumentenkoffer op de mat zet – en daar moet je dan de rest van de dag de straat mee op.

Dan breken er interessante dagen aan. De dag dat je een contrabas kreeg, net toen je naar die bruiloft in Vlissingen moest. En die keer dat je de hele dag rondsjouwde met een grote zwarte kubus op wieltjes; je had geen idee wat er in zat, je vermoedde dat het iets met slagwerk te maken had, maar je durfde het ding niet open te maken. En ook al wordt de keuze voor het instrument op het hoofdkantoor genomen door een computerprogramma dat geen weet heeft van je innerlijke bewegingen, toch krijg je soms de indruk dat de keuze van het instrument wel degelijk op je geestestoestand is afgestemd, zoals die keer dat je was opgestaan met het vervelende idee dat je bestaan er niet toe deed en je op de mat een in een lullig linnen tasje verpakte triangel aantrof; die dag heb je je ziek gemeld, en het is dat je geen brood meer in huis had, anders was je de deur helemaal niet uit geweest.

Maar dat was een uitzondering, de andere dagen ging je gewoon de straat op, met welke koffer ze je ook hadden opgezadeld. Er sloop na verloop van tijd zelfs een zekere achteloosheid in de manier waarop je ermee rondsjouwde. Toch voelde je altijd de vage hoop dat je ooit anderen met soortgelijke koffers zou zien lopen, en dat dan langzaam duidelijk zou worden dat jullie allemaal op weg waren naar hetzelfde punt.

Niet dat iedereen op dat punt aangekomen zijn instrument zou uitpakken om tot eigen verbazing en die van de omstanders een perfecte uitvoering van een bekende symfonie te geven, dat zou wel heel zoet zijn, en onverklaarbaar, wie zou jullie opeens met dat tijdelijke talent moeten hebben gezegend?

Nee, het is anders: onderweg naar het verzamelpunt begin je je steeds minder op je gemak te voelen, je ziet steeds meer mensen met instrumentenkoffers sjouwen en je vraagt je ongerust af of jij straks de enige bent die zijn instrument niet beheerst.

Maar je maakt je ongerust om niets, want kijk wat er aan de hand is: op het punt waarnaartoe jullie onderweg zijn, hebben zich de leden van het orkest verzameld, in groepjes staan ze te wachten, nog in vrijetijdskleding. Hun blikken glijden langs de instrumentenkoffers en wanneer ze geen beschadigingen registreren ontspannen ze zich, aardige mensen zijn het, kalm en rustig, dankbaar nemen ze de instrumenten in ontvangst, ze schudden je de hand, ze geven je zelfs een vrijkaartje voor het concert van vanavond, daar, aan de overkant van het plein, zie je wel, het grote gebouw met die pilaren. Je bedankt ze en stopt het kaartje in je binnenzak, je hebt eigenlijk best zin in een concert. Eerst maar eens wat eten. Je kijkt om je heen, je ziet zo al twee, drie restaurants die er veelbelovend uitzien.

 

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in verhalen en getagged met , , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s