weg geweest

Mijn telefoon gaf aan dat mijn sms-geheugen vol zat en dat ik berichten moest verwijderen. Meestal haal ik dan alleen de laatste tien, twintig berichten weg, maar deze keer besloot ik alles te wissen. Toen ik keek of er nog iets belangrijks of ontroerends in de inbox stond dat ik wilde bewaren, kwam ik dit merkwaardige sms’je tegen dat ik een paar jaar geleden ontving en duidelijk niet voor mij was bedoeld (al was het alleen maar omdat mijn moeder nog leeft):

 Jemig.. ik krijg net pas het overlijden van je moeder te horen.. drama natuurlijk.. mooi kut.. sterkte voor jou en iedereen die je moeder lief had! x tim

Volstrekt raadselachtige tekst van Tim, als je erover nadenkt. ‘Ik krijg net pas het overlijden van je moeder te horen’ – alsof er een geluidsband van bestaat. En dat het woord ‘jemig’ nog wordt gebruikt, en dat een overleden moeder behalve een drama ook mooi kut is. Ik dacht altijd dat er in Nederlandse speelfilms en tv-series onnatuurlijk werd gesproken, maar misschien heb ik een ontwikkeling gemist en praat iedereen inmiddels zo – iedereen behalve ik.

En hoe verhouden afzender Tim en de beoogde ontvanger zich tot elkaar? Tim stond blijkbaar niet op de verzendlijst toen de rouwkaarten werden geadresseerd. Waarschijnlijk bevond hij zich ergens aan de periferie van de vriendenkring van degene met de overleden moeder – maar dan toch wel weer zo dichtbij dat de laatste ontwikkelingen uiteindelijk ook tot hem doordrongen. Je ziet hem voor je. Tim. Al op het schoolplein kwam hij er als laatste bijstaan. ‘Ja ja,’ zei hij dan, ‘mooie wedstrijd, die heb ik gisteravond ook gezien.’ Terwijl het niet over voetbal ging, maar over meisjes.

Maar waarom nou meteen weer zo’n sukkeltje van hem gemaakt, kennen we hem soms? Nee. Wie wel? Ooit praatte hij gewoon mee over meisjes en voetbal, maar dat is lang geleden. Hij is opgegroeid, ouder geworden, vastgelopen, en nu heeft hij net een wereldreis van anderhalf jaar achter de rug. Hij had zijn telefoon thuis gelaten, hij moest even met alles en iedereen breken om zijn hoofd helder te krijgen. Dat is gelukt, al bleek helderheid iets heel anders te zijn dan hij dacht toen hij anderhalf jaar geleden vertrok.

Vandaag is hij teruggekomen. Toen hij zijn etage binnenkwam en de stapel post zag liggen die zijn buurvrouw keurig op datum op de salontafel had gelegd, is hij weer naar buiten gevlucht. (Een salontafel, dacht hij terwijl hij de straat op rende, dat was ik helemaal vergeten, ik had een salontafel, dat is waar ook, wat moet ik daar nu weer mee.)

Nu zit hij in de Coffee Company. Hij heeft zojuist zijn telefoon aangezet, hij griste hem mee toen hij wegrende. Het ding lag naast de stapel post, opgeladen en wel (door die dezelfde buurvrouw ongetwijfeld, die denkt aan alles, de planten leven vast ook nog allemaal).

Terwijl hij koffie drinkt, bekijkt hij de sms’jes die tijdens zijn afwezigheid zijn binnengekomen. De meeste dateren van de eerste maanden na zijn vertrek. Hij probeert er zo veel mogelijk meteen te beantwoorden, anders komt het er niet meer van. De meeste namen herkent hij, dit zijn de mensen die hij ooit kende. Als hij ze negeert, had hij net zo goed in dat klooster in Mexico kunnen blijven.

Het sms’en gaat onwennig, en de taal werkt ook niet mee. Het is net of hij de juiste woorden niet kan vinden, alsof hij is verleerd welke woorden bij welke gelegenheid horen. Hij is dan ook wel erg lang weg geweest, en veel Nederlands heeft hij niet gesproken onderweg; zodra hij tijdens zijn omzwervingen ergens landgenoten hoorde aankomen maakte hij dat hij wegkwam. En dan zit er tussen de sms’jes ook nog de mededeling dat de moeder van X dood is.

Heeft hij het nummer van X? Het staat niet in zijn telefoon. Wie is X ook alweer? O ja. Die. Waar is zijn agenda, misschien staat daar haar nummer in. Zijn agenda ligt voor hem, hoe komt die daar nou weer, lag die ook naast de stapel post, heeft hij die tegelijk met zijn telefoon meegenomen? Hij bladert, en kijk, het is nog waar ook, daar staat het nummer van X. Nu nog een bericht. Hij probeert medeleven te verwoorden. Jemig, toetst hij in. Is dat goed? Hij heeft geen idee. Drama natuurlijk. Mooi kut. Praatten ze hier zo toen hij wegging? Vast wel.

Het zweet staat op zijn voorhoofd als hij klaar is. Ik ben nog niet helemaal terug, denkt hij terwijl hij het sms’je verzendt, ik ben nog niet helemaal terug. De rest van de sms’jes bekijkt hij niet meer, hij legt zijn telefoon neer en kijkt naar buiten. Hij wou dat hij nog anderhalf jaar aan zijn wereldreis had vastgemaakt. Hij heeft zijn rugzak niet uitgepakt, hij kan zo weer weg, eerst even een wasje draaien nu hij hier toch is, en dan –  –  maar op het moment dat die gedachte van dat wasje bij hem opkomt, weet hij dat hij hier zal blijven. Hij is terug, hij zal nog eerder met die buurvrouw trouwen dan dat-ie weer een wereldreis maakt. Hij legt zijn telefoon weg en ziet voor zich hoe zijn buurvrouw zijn rugzak openmaakt en de vuile kleren in zijn wasmachine stopt. Wie weet gebeurt dat op dit moment echt, het zou hem niet eens verbazen.

Zijn telefoon maakt een geluid dat hij ontwend is, maar dat blijkbaar betekent dat er een nieuw sms’je is binnengekomen. Het is mijn antwoord op zijn poging tot condoleance. Ik vertel hem dat hij waarschijnlijk iemand anders had willen bereiken. Hij zucht en stelt een kort verontschuldigend sms’je op dat begint met het woord Oeps.

Nee, helemaal terug is hij nog niet.

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in verhalen en getagged met , , , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s