‘het is als oosterbeek hier’

 

nescio

Al bijna twee jaar in huis, nu eindelijk uitgelezen: Verlangen zonder te weten waarnaar, het boek van Maurits Verhoeff over Nescio (en volledigheidshalve: Nescio was het pseudoniem van J.H.F. Grönloh (18882-1961)). Geen biografie, maar een verzameling artikelen over verschillende aspecten van Nescio’s leven en werk. Niet alle stukken zijn even boeiend, het lukte me pas het boek uit te lezen door achteraan te beginnen en terug te lezen, waarbij al te uitputtende en saaie stukken mochten worden overgeslagen. 

Laat ik er dan wel meteen bij zeggen dat ook die taaiere artikelen (‘’t Komt er niet op aan waar we terechtkomen – Nescio de kolonie Tames en Gemeenschappelijk Grondbezit’, ‘Zes hatti er geschreven zei i – Nescio’s schrijfwijze van enclisevormen’ ) stuk voor stuk vallen onder de categorie ‘Goed dat iemand dat allemaal eens heeft uitgezocht’.

Verhoeff is theoloog, en dat is misschien de reden voor zijn wat strenge toon, zeker als hij de vraag behandelt of we de natuurbeleving van Nescio wel als ‘mystiek’ mogen benoemen. Het verklaart misschien ook waarom er een heel stuk is gewijd aan de negentiende-eeuwse sekte de Zwijndrechtse Nieuwlichters. Goed, de lievelingsovergrootmoeder van Nescio was daar lid van, maar aan de Nesciokunde voegt alle informatie over die sekte weinig toe. (Aan de andere kant: interessant is het wel.)

’t Mooiste in dergelijke biografische bundels zijn toch altijd de citaten van het onderwerp zelf. Verhoef citeert uit de brieven die Nescio tijdens een reis naar India in 1925 aan zijn vrouw stuurde. Het was een zakenreis, dus eigenlijk was het niet Nescio die op reis was, maar J.H.F. Grönloh. Maar Nescio was nooit ver weg. Het landschap van India deed hem aan Nederland denken. ‘Maneschijn & neveligheid weer zooals bij ons tegen half October, ik had m’n overjas aan, lekker. Zoo in ’t halve donker kon ’t wel ergens bij Oosterbeek zijn, breede wegen & veel boomen, geen eigenlijke stad.’ En over Lahore: ‘Daar op ’t oude fort zag je weer ’t landschap dat aan de Graafschap deed denken. In de verte staken de vier hoektorens (minareto) van de graftombe van Jehangir uit de boomen. Toch moest ik weer aan onze vacantie & Hollandschen Juni denken.’

Ik vind dat wel groots, op de een of andere manier. Ook al trek je even je wenkbrauwen op, hier schrijft juist niet de provinciaal die alleen maar zijn eigen omgeving als referentiekader heeft. Nescio maakt niet het Indiase landschap kleiner, hij tilt het Nederlandse landschap op, maakt het groter, vouwt het open, kijkt er met buitenlandse ogen naar, zo je wilt. En uit die fragmenten spreekt ook nog Nescio’s heimwee naar (en diepe liefde voor) het landschap dat hij thuis onder bereik weet. (Het is het heimwee van Bekker uit Titaantjes, die een nieuwe betrekking in Duitsland kreeg en tijdens zijn eerste bezoek daar niet had geweten hoe gauw hij terug moest naar het station. ‘Daar lagen gelukkig de rails nog, onafzienbaar, recht, tot aan den horizon, de weg naar Amsterdam.’)

Je kan het ook anders samenvatten, aan de hand van poëzie. K. Schippers schreef het klassieke gedicht ‘Bij Loosdrecht’:

Als dit Ierland was,/zou ik beter kijken.

Een nesciaanse variant van dat gedicht zou zijn:

Als dit Ierland was,/ zou ik aan Loosdrecht denken.

 

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in lezen en getagged met , , , , , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s