de depressies van de kunstenaar

 

Eindelijk naar het nieuwe Stedelijk geweest; dat werd tijd ook, straks is het weer gewoon het Stedelijk. Die nieuwe badkuip kende ik tot nu toe alleen van langsfietsen, en ik vond hem op een kalme manier spectaculair, een groot gebaar dat verwachtingen wekt. En zelfs die zwarte doos ernaast – de vrachtwagenlift – stoort minder sinds ze er het nieuwe logo van het museum op hebben aangebracht (wat ook weer niet wil zeggen dat het móói is).

P1010348

Maar toen ik deze keer over het Museumplein kwam aanlopen, zag het er allemaal toch opgepropt uit, met dat ezelsoor, die zwarte doos en die badkuip – een groot gebaar in een te beperkte ruimte.

P1010345

Pas als je onder de uitstekende luifel van de badkuip staat, voel je je op de juiste manier klein, en beginnen verwachtingen weer op te spelen. Maar dan zie je opeens hoe treurig het teruggeplaatste Sight Point (for Leo Castelli) van Richard Serra erbij staat. Vroeger rees het indrukwekkend en ongenaakbaar omhoog achter de vijver in de kleine museumtuin, nu staat het bijna onder de rand van de badkuip tussen keurig aangeharkte klinkertjes en lijkt het een stuk kleiner en onbeduidender, als een braaf, ongevaarlijk ornament.

P1010346

Naar binnen dan maar. ’t Is een mooie entreehal, beneden in die badkuip, met lekker veel ruimte om in de rij staan, maar je krijgt niet meteen een idee hoe die nieuwbouw in elkaar steekt. Je ziet trappen en een gele buis waarin de roltrap moet zitten; die zag er op foto’s indrukwekkend uit, maar hij verbindt de tentoonstellingszalen in het souterrain met die op de eerste verdieping, dus bij binnenkomst heb je er niets aan en ben je aangewezen op trap of lift.

Eerst dan maar de oudbouw in. Je komt binnen in het vroegere restaurant, met nog steeds de wandschildering van Karel Appel. Meteen daarna werd in een donkere zaal het nieuwe werk getoond van Guido van de Werve (vooral bekend van zijn verbluffende ‘nummer acht’, waarin hij over een grote ijsvlakte voor een ijsbreker uit loopt). Dit nieuwe werk, ‘nummer veertien’, bleek een film van zesenvijftig minuten. Op de site van het Filmfestival Rotterdam zegt Volgens van de Werve erover: ‘Het is een autobiografisch werk, […] een bij vlagen absurde combinatie van een requiem, een triatlon, de biografieën van Fréderic Chopin en Alexander de Grote, en mijn eigen jeugd in Papendrecht.’ Dat vat het inderdaad wel samen. Indrukwekkend, geestverruimend, pompeus, vol mooie beelden en sterke effecten, maar het door Van de Werve zelf geschreven hoogromantische requiem dat steeds weer opduikt wordt op den duur eentonig.

Enigszins lamgeslagen kwam ik eruit, en toen moest ik het hele museum nog door. Dat dus maar een beetje snel gedaan. De parketvloer in de oude zalen is nieuw en kraakt niet meer, maar we moeten niet nostalgisch gaan doen over oude vloeren. Ik kreeg de indruk dat er minder licht in de zalen hing dan vroeger, en dat is wél jammer. Mooi om oude bekenden terug te zien, ze hingen er toch nog een beetje onwennig. In een klein zaaltje kwam ik ‘nummer dertien’ van Van de Werve tegen, een installatie met als hoofdbestanddeel een video waarin de kunstenaar twaalf uur lang onafgebroken rond zijn huis in Finland rent. Dat was op een bepaalde, desolate manier indrukwekkend. Aan de muur hing een begeleidende tekst over het oeuvre van Van de Werve. Ik las: ‘Elk werk markeert een vlucht uit een existentiële crisis. De kunstenaar put zich uit als remedie tegen zijn depressies.’ Dat was teveel informatie; zo wordt het werk een illustratie bij de psychische gesteldheid van de kunstenaar. Het gaat niet om de depressies van de kunstenaar, het gaat om de depressies van het publiek.

Daarna nog even de nieuwe vleugel verkend. Naar beneden gelopen, over een vervelende trap, en daarna via de roltrap in de gele buis naar boven. Mooie ruimtes, helaas zonder daglicht, ergens bevond zich een aardig auditorium. De overzichtstentoonstelling van Mike Kelley was te lawaaiig en chaotisch na alles wat ik al had gezien. Die roltrap in de buis is trouwens verrassend smal, een geschikte locatie voor een eerste uitstapje van de cursus Omgaan met claustrofobie, voordat de echte lessen beginnen, zoals ‘in de lift’ en ‘levend begraven worden’.

 

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in kunst, leven en getagged met , , , , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s