waarom de tijd sneller gaat bij de tandarts

 _/\_

De tandarts had er drie kwartier voor uitgetrokken. Een oude, afbrokkelende amalgaamvulling die ooit bijna een hele kies had gevuld, moest worden verwijderd; daarna zou dezelfde kies worden herbouwd met sneldrogend wit vulmateriaal.

Voor dergelijke (of ingrijpender) operaties had ik vaker in deze stoel gelegen, en nog veel vaker in de stoel die mijn tandarts hiervoor had, dus ik wist wat me te wachten stond. Het uitboren van de oude vulling, eerst met een fijn boortje, daarna met de oncomfortabel grommende grote boor; de klem om de kies; het vullen, laagje voor laagje, waarbij elk laagje wordt uitgehard met uv-licht. Ik bereidde me voor op een lange, nerveuze zit – maar eigenlijk was de hele procedure verbazingwekkend snel voorbij. Langer dan een half uurtje kon het niet hebben geduurd. De tandarts had de behandeltijd natuurlijk ruim ingeschat, zodat hij vóór de volgende behandeling nog tijd zou hebben voor een kop koffie.

Maar nee, toen ik mijn telefoon weer inschakelde, zag ik dat ik wel degelijk drie kwartier in de stoel had gezeten. Dat kon maar één ding betekenen: de meditatie begon zijn vruchten af te werpen. Door stil te zitten en je gedachten niet te volgen leer je dus blijkbaar ook om andere perioden van nietsdoen te doorstaan, ook onder meer stressvolle omstandigheden. Meer dan een jaar lang elke dag twintig minuten op een kussentje zitten heeft dus wel degelijk effect: de tijd gaat sneller bij de tandarts. Dat ze daar niet mee adverteren! Van tevoren wordt van alles beloofd, betere concentratie, innerlijke rust, sterkere rugspieren, wereldvrede – maar het belangrijkste vergeten ze dus gewoon te vermelden.

Het verschil valt me vooral op omdat ik me de tandartsbehandelingen uit de tijd dat ik aan emetofobie leed nog zo goed herinner, zeker als ik weer in diezelfde ruimte in de stoel lig. Traag kroop de tijd voorbij, elke minuut tot aan de rand gevuld met zijn eigen onderdrukte paniek. Ik weet nog dat ik daar hele koude voeten van kreeg. De berekeningen en bezweringen die je dan maakt: ‘We schieten al op, het meeste klemmen en watten zijn al uit mijn mond verdwenen.’ ‘Als ik nu opsta en naar het toilet ren, komt het niet meer goed en moet ik met een open wortelkanaal naar huis.’ ‘Gelukkig ligt hier geen tapijt.’

De belangrijkste bezwering bestond er natuurlijk uit om niet met een gevulde maag naar de tandarts te gaan. Maar er was een periode waarin ik vlak voor elke tandartsbehandeling antibiotica moest slikken, in de vorm van een reusachtige pil met ruw oppervlak en een vreemde nasmaak. Daar werd ik zo ongerust van dat ik daadwerkelijk iets tegen misselijkheid kreeg voorgeschreven. Ik kan me niet meer herinneren of dat hielp.

(In diezelfde periode van uitgebreide sanering vroeg ik me liggend in die stoel ooit ongerust af wat er zou gebeuren als de stroom in de behandelkamer opeens uitviel. Een minuut later viel de stroom inderdaad uit. Het toeval was minder groot dan het nu misschien lijkt. Voordat ik bij de tandarts aanbelde, had ik gezien dat de gracht voor de praktijkruimte openlag, er werd aan leidingen gewerkt; zowel mijn ongeruste gedachte als de stroomuitval zelf zullen met die werkzaamheden te maken hebben gehad. In ieder geval weet ik nu wat er gebeurt als de stroom in de behandelkamer van de tandarts uitvalt: in het schemerduister wacht je samen met de tandarts op het moment dat de stroom het weer doet.)

 

 

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in leven en getagged met , , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s