kafka, op het strand

kafka, 5 jaarkafka op het strand

In de zomer van 1984 heb ik nog bijna Zuid-Kreta in brand gestoken. Ik zat in een open auto naast een man die me over de bergrug een lift gaf naar Lentas, het dorpje aan de zuidkust waar ik naartoe wilde. Al eerder die dag liep het stroef: toen ik het cafeetje waar ik wat had gegeten verliet en naar de voet van de bergrug liep, werd ik achterna geroepen door de stamgasten op het terras, omdat ik mijn rugzak had vergeten mee te nemen.

Erg helder was ik dus al niet meer, het was een reis vol slaapgebrek geweest. Ik had geen tent bij me, dus ik moest maar een beetje langs de weg slapen, in een slaapzak, maar het was natuurlijk beter om gewoon door te liften. Op de boot van Brindisi naar Patras was ik in de brandende zon in slaap gevallen, en dat was ook niet erg prettig geweest.

De man die me over de bergrug meenam naar Lentas sprak een beetje Engels. Hij reed stevig door, op het midden van weg, ondanks de haarspeldbochten. De weg was stoffig, en niet erg breed. Ik vroeg voorzichtig of het niet verstandig zou zijn rekening te houden met tegenliggers. Hij glimlachte, stak achteloos een sigaret op en gaf er mij ook een. ‘Ik ken iedereen hier,’ zei hij terwijl hij mijn zijn aansteker gaf. ‘Ik weet precies wie wanneer vanuit Lentas naar het noorden rijdt.’

Ik had geen keus dan me aan zijn expertise te onderwerpen. Een paar dagen eerder was ik van een klein tankstation onder aan de Alpen meegenomen naar Rimini door een jonge blonde Duitse vrouw in een zwarte Volkswagen cabriolet. We waren met honderdveertig kilometer per uur over de snelweg geschoten, het was zo druk dat je eigenlijk beter kon zeggen dat we deel uitmaakten van een met honderdveertig kilometer per uur over de snelweg schietende file, inclusief vrachtwagens, en alle vrachtwagenchauffeurs toeterden naar het wapperende blonde haar van mijn liftgeefster. Ook zij had mij een sigaret gegeven, maar door de snelheid en de wind die daar het gevolg van was had je nauwelijks kans om te roken, de sigaret rookte zichzelf, je zag hem zichzelf opbranden tot je alleen nog maar het filter vasthield.

Nu reden we iets langzamer maar verder was deze rit over de bergen net zo’n geëxalteerde rit als die razende file naar Rimini, in ieder geval wel voor mijn overprikkelde gemoed, zeker nadat ik me eenmaal had overgegeven aan de bestuurder en diens kennis over de rijtijden van eventuele tegenliggers. De bergen waren oranje, er groeiden dorre struiken langs de afgrond en toen ik mijn sigaret had opgerookt, gooide ik het peukje achteloos naar buiten, met het zwierige, zorgeloze gebaar dat bij mijn stemming paste.

De bestuurder stond meteen op de rem en vroeg of ik gek geworden was. Hij reed achteruit en dwong me uit te stappen en het peukje te zoeken, dat tussen de lage begroeiing was terechtgekomen. Het duurde even voor ik het vond. Het brandde nog, tussen kurkdroge takken van kurkdroge struiken. Ik maakte het uit. In de achttien jaar dat ik heb gerookt heb ik waarschijnlijk nooit zó definitief een peukje uitgemaakt.

De rest van de rit zat ik schaapachtig knikkend naast de bestuurder, die me de les las over bosbranden. Gelukkig kwamen we algauw in Lentas aan. Dat bleek een wit vissersdorpje met een klein kiezelstrand. Het eerste wat ik zag toen ik het dorp in liep was een man die op zijn gemak een inktvis in stukken sneed. Als mijn liftgever onderweg niet had gezien wat ik met mijn peukje deed, had ik op dat moment achterom kunnen kijken en in de bergen boven het dorp het begin van de brand kunnen zien.

Ik bleef een paar dagen in Lentas. Ik sliep op het hippiestrand vlakbij, maar bracht ook veel tijd door in het dorp. ‘Mister, mister!’ riepen de kinderen, ‘bye, bye.’ Een van die kinderen, een kleine jongen, leek sprekend op Kafka, zoals die op vijfjarige leeftijd werd gefotografeerd naast een opgezet schaap. Hij was het zoontje van de eigenaar van het restaurant dat vlak bij het water stond en liep voortdurend over het strand te sjouwen met boodschappen of kisten met vaatwerk. Hij groette altijd vrolijk. ‘Hey mister!’

Kafka was voor mij een recente ontdekking. Een jaar eerder had Querido het Verzameld Werk uitgegeven in die dikke gele band die toen iedereen las (nee, niet iedereen, je was de enige, pas later kwam je mensen tegen die toen óók in hun eentje dat hele boek hadden doorgewerkt), en toen ik die uithad, was ik aan de biografieën en fotoboeken begonnen – vandaar dat ik dit jongetje meteen herkende. Het was bijna een teken, die gelijkenis met de jonge Kafka, en ik had nu in ieder geval een literair motief waaraan ik het reisverslag kon ophangen dat ik ongetwijfeld zou gaan schrijven als ik weer thuis was, want ik was op de leeftijd waarop alles wat je overkomt interessant genoeg is om over te schrijven – en dat reisverslag zou dan bijvoorbeeld Kafka in Lentas kunnen gaan heten, of, wie weet, Kafka op het strand.

*

Wanneer ik de afgelopen tien jaar dat boek van Murakami ergens tegenkwam, moest ik dus meteen aan Lentas denken, en dat met vaatwerk sjouwende vrolijke dubbelgangertje. Maar ik las het niet, op de een of andere manier trok Murakami me niet zo. Pas een klein jaar geleden las ik voor het eerst iets van hem, toen Metsike in Kafka op het strand bezig was en daar erg enthousiast over was. Ze vond dat ik het ook moest lezen, maar ik koos voor een paar andere boeken van hem, die iets dunner waren. Norwegian Wood, Ten zuiden van de grens, Spoetnikliefde –  ik las ze met gemengde gevoelens. Ze waren goed, maar ze hadden ook iets verleidelijks, en soms vond ik dat Murakami het zijn lezers te veel naar de zin maakte. Maar Metsike bleef erop aandringen dat ik Kafka op het strand zou lezen, dat was erg goed, en ze was erg benieuwd wat ik ervan vond. Lees dat nou es! Nou ja, misschien dat ik het ooit nog zou doen. ‘Doe het dan voor mijn verjaardag!’ riep ze. Tegen zo’n verzoek kon ik niet op. Ze is bijna jarig en ik heb het bijna uit.

Van alle Murakami’s die ik las, is dit de beste. Onwillekeurig verwachtte ik er toch iets in aan te treffen dat te maken heeft met mijn reis naar Kreta van 1984, want ik heb hem toen toch zelf gezien, op het strand, maar ik moet nog maar tachtig pagina’s en ik geloof niet dat het er nog van komt.

 

 

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in kind van de verzorgingsstaat, leven, lezen en getagged met , , , , , , , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s