what is wrong with me

live & loud P1010521

Ik zag op Recensieweb de kop: ‘Wat is er toch mis met mij?’ Het bleek te gaan om een recensie van de laatste roman van Jamal Ouariachi, maar het was al te laat, ik was twintig jaar terug, op een vorige etage, met een vorige televisie. Het is 1993, ik kijk naar MTV Live & Loud, ze laten een concert van Nirvana zien, en meteen het eerste nummer blaast me al omver, vooral door die ene harde, grauwe regel uit het refrein die door Kurt Cobain bijna grommend wordt gezongen: ‘What is wróng with me, what is wróng with me.’

Ik kende het nummer niet. In Utero was al een tijdje uit maar ik had het album nog niet gehoord, zo’n grote fan was ik nou ook weer niet. Maar die ene regel nestelde zich meteen hardhandig in mijn hoofd, ik was toen behoorlijk gevoelig voor narcistisch getinte melancholie. (Is er een ander soort?) Gelukkig werd dat later minder, op een gegeven moment moet je toch verder.

Om mijn herinnering te controleren meteen maar even gekeken of het concert op YouTube staat, en jawel. De orkaan die ze met behulp van een extra gitarist wisten te veroorzaken is nog steeds overweldigend, ik kan me goed voorstellen dat ik daar twintig jaar geleden door werd weggeblazen.

Verder zegt de playlist al genoeg: 0:00 radio friendly unit shifter 4:24 drain you 8:06 breed 11:10 serve the servants 14:30 rape me 17:07 heart shaped box 21:39 pennyroyal tea 25:17 scentless apprentice 28:45 lithium 33:03 they destroy the stage

Die vernietiging van het podium komt nu wat kinderachtig over, je krijgt zin om Cobain alsnog belerende dingen toe te roepen als: ‘Die frustratie zit al in je liedjes man, wat wil je nou verder nog bewijzen?’ Verder zie ik nu ook hoe jong hij is. Vroeger viel dat nooit zo op, hij was vier jaar jonger dan ik, dan hoor je met enige goede wil nog bij dezelfde generatie, maar nu is hij wel degelijk een stuk jonger.  

Ontstellend jong, zelfs. Maar wat vooral opvalt is Cobains zelfhaat. Hij gebruikt tijdens dit concert al zo nu en dan die parodistische knauw in zijn stem waarmee hij in zijn laatste jaar vaak zijn eigen teksten om zeep hielp. Het is alsof je een Kurt Cobain-imitator ziet die er steeds sterker van overtuigd raakt dat hij iets anders met zijn leven had moeten doen. Al is dit natuurlijk interpretatie achteraf, het kan ook gewoon verlegenheid zijn; maar dan toch ook verlegenheid met de situatie, en zichzelf.

Na ‘33.03 they destroy the stage’ zie je het voor je ogen gebeuren. De band viert een destructief feedbackfeestje en Cobain wenkt het publiek, ze moeten het podium op, de afstand tussen hemzelf en het publiek is te groot geworden, ook in interviews zegt hij dat, hij is de rockgod geworden die hij niet wil zijn.

(Als je er dan zo’n hekel aan hebt, ben je op dit punt geneigd te zeggen, waarom hou je er dan niet mee op? Natuurlijk, je hebt contracten, verplichtingen, maar kom op.)

Eerst wenkt hij ernstig, met urgentie, alsof ze hem moeten komen redden, alsof ze door het podium te bestormen alsnog alles goed kunnen maken, maar meteen daarna wenkt hij met een parodistisch-plechtstatige uitdrukking, kom dan, kijk mij een wenken, dit is toch wat jullie willen?

In een paar seconden heeft hij de onmogelijkheid van zijn eigen redding ingezien, hij doorziet de situatie, hij zit gevangen. Wat hem misschien geholpen heeft dit inzicht te bereiken, is het feit dat er zo weinig mensen door de beveiliging heenkomen die voor het podium staat. Beveiliging? Waar hij is in godsnaam in verzeild geraakt? Hij is de te beveiligen god en het publiek komt voor die god, en je ziet de minachting voor dat publiek dat zo stom is geweest om daar in te trappen.

Maar het publiek valt niets te verwijten, die zijn gewoon naar een concert gekomen, en een goed concert ook nog. De haat voor het publiek is een omweg, het is zelfhaat omdat in het publiek de status wordt weerspiegeld die hij niet wil hebben en waaraan hij zich toch heeft onderworpen. Je ziet het vooral in de verschrikkelijke grimas, die verschrikkelijke gemaakte lach waarmee hij voor het publiek applaudisseert nadat hij zijn gitaar heeft weggegooid, en je ziet het ook in de blik die hij nog even de zaal in werpt als hij meteen daarna het podium afloopt – de berustende blik van iemand wiens lage verwachtingen allemaal zijn uitgekomen.

Maar ook hier kijkt hij in een spiegel. Even denk je aan Johnny Rotten, die na het allerlaatste concert van The Sex Pistols (reünies niet meegerekend) afscheid nam van het publiek met de sneer: ‘Ever get the feeling you’ve been cheated?’ Maar daaruit sprak geen haat, dat was leedvermaak, en misschien zat er zelfs nog enig mededogen bij. En daarom heeft Rotten het wel overleefd: hij keek niet in een spiegel, hij hield zijn publiek een spiegel voor, en verliet het podium als triomfator. Cobain loopt weg in doffe berusting.

En toch gebeurt daar iets wat je bijna als genade zou omschrijven. Want in de blik die Cobain zijdelings naar de zaal werpt, zit geen haat meer, en die afwezigheid van haat geeft hem meteen een waardigheid die verbluffend is. Even lijkt hij niet meer op zichzelf, maar op iemand die groter en ouder is, iemand die waardig zijn verdriet verbijt, een seconde lang is hij een tragische held zonder ironie of parodie.

Die seconde maakt veel goed, maar is ook zo weer voorbij. Achter het podium dat hij verlaat ligt een leegte waar ook tragisch heldendom hem niet helpt, en waarin hij zal rondlopen in een ontstellende eenzaamheid – de eenzaamheid van een gevangene die niet weet dat de deur niet op slot zit.

 

 

 

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in muziek en getagged met , , , , , , , , , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s