noodzakelijk kwaad

P1010585

 

 

 

 

 

We wisten natuurlijk ook wel dat generaties er in de literatuur niet toe deden en dat het uiteindelijk steeds ging om wat er gebeurde tussen een boek en een lezer, en dat schrijvers alleen maar van belang waren voor zover ze die boeken aanleverden – en het mooie was dan bovendien dat dat ook kon als die schrijver bijvoorbeeld al tweehonderd jaar dood was. (De lezer moet nog wel in leven zijn.)

Maar omdat we het toch over generaties hadden, vroegen we ons af hoe het nu zat met die van ons – de generatie van ná de Grote Drie (of Vier, Vijf), de generatie van schrijvers die, laten we het ruim nemen, geboren zijn tussen 1950 en 1970.

Dat was een vage verzameling, die nooit hun eigen Grote Drie hadden gehad. Van een duidelijke overgang, iets als een wisseling van de wacht, was al helemaal geen sprake geweest.

En wat doet het er ook toe – maar later bedacht ik dat er van een wisseling van de wacht ook helemaal geen sprake kon zijn, sterker nog, dat die wisseling een logische onmogelijkheid want we zijn helemaal geen eigen generatie; wij maken nog steeds deel uit van de generatie van de Grote Drie.

We hebben, bijvoorbeeld, nooit echt vadermoord gepleegd. Nou ja, misschien een beetje op Mulisch, maar dat was geen vader, eerder een wijsneuzige oudere broer met wie je het op een gegeven moment wel had gehad. Maar Reve en Hermans zijn door ons nooit van hun voetstuk gehaald. Wij hebben ze in het laatste deel van hun carrière nog bewust meegemaakt, en ook al ging onze voorkeur uit naar het werk dat eerder was verschenen, toen wij er nog niet of nauwelijks waren, de zaken en mentaliteiten waartegen ze zich verzetten, waren dezelfde die ons bezig hielden; ook al waren ze van de generatie van onze ouders, ze waren onze bondgenoten in onze strijd tegen alles waar onze ouders voor stonden.

Misschien hebben ze dus het gras voor onze voeten weggemaaid. Maar we zagen ze met plezier maaien, ook al teerden ze dan op eerdere successen, en zag het gemaai waarvan wij vanaf de jaren zeventig getuige waren er vaak moeizaam uit en maaiden ze vooral paden die ze al eerder zelf hadden gebaand.

Maar omdat hun werk ook voor ons nog actueel was, hadden we geen enkele reden om met ze te breken, niet als lezers, en ook later niet, toen we schrijvers werden. Of dat goed heeft uitgepakt, is nog maar de vraag; zowel de hermansiaanse isolatie als de reviaanse ironie zijn in onze handen verworden tot achteloos inzetbare clichés waarvan niemand nog echt warm of koud wordt. Wat wil je ook, we horen bij die generatie, maar wij zijn de nakomertjes ervan, wij zijn dertig jaar te laat geboren, echt meegedaan hebben we nooit.

Natuurlijk, we hebben termen te verwerken gekregen als Generatie X en Generatie Nix, maar hoe snel vervloog dat wel niet? Dat de vraag naar een nieuwe Grote Drie de afgelopen twintig, dertig jaar nooit bevredigend is beantwoord, komt gewoon omdat die te vroeg is gesteld.

’t Is een compliment voor de reikwijdte van onze voorgangers, maar wij zitten er maar mee. En nu zijn we van middelbare leeftijd en zien we tot onze schrik dat zich onder ons, achter ons, een hele nieuwe generatie schrijvers heeft gevormd – en misschien is dát pas de nieuwe generatie die onze voorgangers opvolgt. Dat zou ons volstrekt onzichtbaar maken en dat is eigenlijk ook wel weer een aardige gedachte.

Voor de leden van die nieuwe generatie zijn onze Grote Namen historische figuren die ze kennen uit de boekenkast van hun ouders. Ze staan niet in hun schaduw, ze kijken niet tegen ze op, en opeens zou je daar nog bijna jaloers op worden, hoe zou dat voelen? Ik ken ze niet goed, maar ze wekken in ieder geval een montere indruk, misschien is het allemaal projectie, maar je ziet er weinig getormenteerde gezichten onder, vooralsnog lijken ze een vriendelijke generatie die met elkaar optrekt zonder venijn en doorzeurende vetes, de bonobo-generatie van de Nederlandse literatuur. Misschien zijn we dus niet dertig jaar te laat geboren, maar dertig jaar te vroeg.

Uiteindelijk lost het allemaal op in lucht, er bestaan geen generaties, er zijn alleen maar boeken en lezers – én de schrijvers die door die twee partijen in innige samenwerking steeds weer als noodzakelijk kwaad in het leven worden geroepen.

 

 

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in lezen, schrijven en getagged met , , , , , , , , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s