lou reed en de mogelijkheid van een prinses

P1010687

Pas de laatste jaren ben ik echt naar Lou Reed gaan luisteren. The Velvet Underground was in de jaren tachtig, toen ik ze leerde kennen, eigenlijk meteen al een cliché, omdat ze de inspiratiebron waren van vrijwel alle alternatieve bandjes die toen opkwamen. Lou Reed zag ik ooit op Pinkpop spelen, toen hij inviel voor The Smiths, die niet konden komen omdat ze opeens niet meer bestonden; ik was voor The Smiths gekomen. John Cale heb ik in die tijd twee, drie keer in Paradiso gezien, en die vond ik veel beter dan Lou Reed. Ik gaf de voorkeur aan de galmende, gierende wanhoop van Music For A New Society boven de ijzige, zwarte sluipmoord van Berlin.

Maar dat was toen; nu overtuigt de eenvoud van Lou Reed veel meer dan de barok van John Cale. Vertaald naar absolute leeftijd is John Cale de verwarde, bozige puber van zeventien die het voornamelijk over zichzelf heeft, en Lou Reed het pesterige, sardonische jongetje van dertien dat voor het eerst ontdekt in wat voor krankzinnige wereld zijn ouders hem hebben gedumpt.

En dat jongetje wint. Die eenvoud van tekst en melodie geeft de beste liedjes van Reed een mythische uitstraling, zoals kinder- of volksliedjes dat kunnen hebben. Ze zijn persoonlijk, maar tegelijk universeel, product of echo van een collectief bewustzijn. Een voorbeeld van die eenvoud, uit ‘Coney Island Baby’, een van zijn mooiste nummers. Het begint met een autobiografisch aandoende herinnering (‘playing football for the coach’), daarna spreekt de schrijver de luisteraar (of zichzelf) toe:

When you’re all alone and lonely […]
And you begin to think ‘bout
all the things  that you’ve done
And you begin to hate
just ‘bout everything…

Tot nu toe wordt alles zacht, bijna fluisterend uitgesproken, maar dan stijgt het volume:

But remember the princess who lived on the hill
Who loved you even though she knew you was wrong
And right now she just might come shining through
Glory of love, glory of love
glory of love, just might come through

Die prinses komt uit het niets, nergens  in de voorgaande regels is er naar haar bestaan verwezen, en juist daarom begrijpen we meteen de lading van deze strofe. Het gaat vooral om de eerste twee regels: de prinses op de heuvel die van ons hield ook al kende ze al onze fouten. We zitten opeens in een sprookje, een mythe. We herinneren ons haar natuurlijk helemaal niet, want ze bestaat niet, we hebben meteen door dat het om een onhaalbaar ideaal gaat, en juist dat maakt deze regels zo goed. Het biedt hoop – de onvoorwaardelijke liefde bestaat, hij noemt haar in zijn lied, dan móet ze toch wel bestaan? – en tegelijkertijd weten we dat ook deze prinses er niet is, en dat iedereen die haar rol in ons leven had moeten spelen (ouders, vrienden, die footballcoach) te kort is geschoten.

Natuurlijk, meteen daarna wordt de Glory of Love bezongen, maar die is net zo mythisch als die prinses op de heuvel, dus dat zal ook wel niets worden, en verderop in het lied wordt bovendien het dubieuze karakter van je vrienden en de stad bezongen, zaken die de kans op de Glory of Love ook niet echt vergroten – maar toch is dit geen pessimistisch lied, omdat dan toch maar de mogelijkheid van die prinses op de heuvel wordt bezongen, en aan die mogelijkheid kunnen we ons vasthouden; en als we dat doen, houden we ons vast aan niets minder dan de kracht van de verbeelding. Ze bestaat niet, die prinses met haar onvoorwaardelijke liefde, maar we kunnen in ieder geval verzinnen dat ze er is. We bezingen ons gemis door net te doen of ze er wel is – en voor even biedt die illusie troost. En misschien gaat daar op het eerste gezicht minder troost uit dan van de Glory of Love, maar in tegenstelling tot die veronderstelde glorie is de kracht van de verbeelding echt.

Vergeleken bij Lou Reeds mythologie is John Cale een autobiograaf. Hij bezingt geen prinses, hij is er zelf een: de prinses op de erwt die zich luidkeels beklaagt dat ze zo slecht geslapen heeft. Mythologie wint het van autobiografie – in dit geval tenminste, en dat vind ik een prettige conclusie, waaruit je van alles zou kunnen afleiden over de functie en het wezen van kunst, al zou ik niet meteen durven beweren dat bij elk treffen tussen deze twee de autobiografie het onderspit moet delven en uiteindelijk is het natuurlijk ook geen gevecht – net zoals de schalen van een weegschaal niet met elkaar in gevecht zijn, ongeacht hun onderlinge positie.

 

 

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in muziek en getagged met , , , , , , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s