een hindernisbaan voor melancholie

Van Boshuizenstraat 

Verleden week moest ik naar de endodontoloog, die praktijk hield in een bleek jarentachtigblokkendoosje in Buitenveldert, aan het eind van de Van Boshuizenstraat – recht tegenover de flat waar in de jaren zestig, begin jaren zeventig tante A. en oom H. woonden, en naast het grote hoekpand met veel glas dat met één kant aan de Buitenveldertselaan ligt en waarin toen een autohandel zat, en nu een beddenwinkel.

Misschien eens per jaar reden we met het gezin naar Buitenveldert om tante A. en oom H. op te zoeken, eerst vanuit Holthone, later vanuit Rijssen, over de oude E-8, in de Dafs van mijn vader – de rode Daffodil, de donkergrijze 44, daarna de oranjeroze 55 die als kenteken 89-10-RH had (waarom bewaren mijn hersens dat? Het nummer van mijn mobiele telefoon vergeet ik voortdurend). De status van Amsterdam-Buitenveldert verwarde me altijd een beetje; kon ik op school nu zeggen dat ik een tante in Amsterdam had, of was Buitenveldert toch iets anders, iets dat niet helemaal met Amsterdam samenviel?

Ik herinner me dat we onderweg, vlak voor Amsterdam, door de Bijlmermeer in aanbouw kwamen. Vanaf de achterbank zag ik veel zand en langgerekte parkeergarages met knikkende bouwlagen en dof, grauw glas. Ik had natuurlijk geen idee dat dat ‘de Bijlmermeer in aanbouw’ was; zo’n herinnering neemt in de jaren die volgen allerlei nieuwe informatie in zich op en wat je echt zag, weet je niet meer.

*

Ooit reden we na een van die bezoeken aan tante Ans en oom Herman via Amsterdam-Zuid terug naar de snelweg. Zo reden we anders nooit, maar er werd ergens aan de weg gewerkt. Oom H. had verteld hoe we moesten rijden. We reden via de Berlagebrug (die naam had oom Herman genoemd) de stad uit, en ik herinner me hoge straatgevels van lichtbruine baksteen. Dit was het echte Amsterdam, dit was een stad. De hoge bebouwing gaf me een gevoel van geborgenheid en lichte opwinding, die werd versterkt door het drukke verkeer. Het zal avond geweest zijn, misschien waren in de appartementen de lampen aan, wie weet was het herfst, zoals nu. De geborgenheid was vermengd met een nieuwe, nog onbenoembare melancholie, een vreemd gevoel van verlatenheid – alsof het een vergissing was dat we verder reden, dat hele stuk dwars door het onherbergzame platteland naar huis, waar het donker zou zijn als we aankwamen.

Natuurlijk zijn die gevoelens van toen niet terug te halen, ook hier hebben de herinneringen zich volgezogen met latere informatie en gevoelens. De oorspronkelijke emoties zijn niet op het moment waarop we door Amsterdam-Zuid reden opgeslagen om onveranderd te worden bewaard, keurig aan de herinnering vastgeplakt, als de geluidsband van een film. Ze zijn vervormd, net als de beelden die erbij horen. Zo zie ik ons, om maar wat te noemen, in de Daf via de Berlagebrug de stad ín rijden, en dat is wel erg onlogisch, vanaf Buitenveldert. Dat ik een zekere mate van geborgenheid ervoer, is verklaarbaar: mijn ouders kwamen uit het westen, we hadden vlakbij Amsterdam gewoond, wat moesten we in het oosten?

Maar het gedeelte van Amsterdam tussen de Berlagebrug en het Olympisch stadion symboliseert voor mij nog steeds het begrip ‘stad’, meer dan welke andere buurt ook.  Alles klopt: de hoogte van de bebouwing, de breedte van de hoofdstraten, de smalle kloven van de zijstraten. Er zit ook iets van benauwenis in, door al die bruine baksteen, en de stilte die er kan heersen, vooral in die zijstraten. Toch prijs ik me gelukkig dat ik in een klein, afgeschoten hoekje van die wijk woon, en als ik door Plan Zuid loop, voel ik nog steeds een echo van die uiteindelijk geruststellende combinatie van geborgenheid en melancholie die ik misschien zou moeten overwinnen maar die ik niet als een nederlaag beschouw.

*

Ik was te vroeg bij de Verwijspraktijk, dus fietste  ik in langzaam tempo de Van Boshuizenstraat af, en weer terug. Het is geen lelijke straat, maar je moet het willen zien. Mooi is niet het goede woord, wat je ondergaat is nauwelijks een esthetische ervaring, het is bijna een vorm van ontzag, maar dan met een kleine vleug verdriet. Die rijen witte drive-in woningen, parallel met de straat, ooit heel fris en modern, en nu een beetje vervallen, verveloos zelfs hier en daar; veel garages zijn inmiddels bij de woningen getrokken. En de al even witte flats die de rijen drive-in woningen onderbreken, en die genoemd zijn naar bouwheren uit de Gouden Eeuw (Vingboons, Van Campen, Post); de naam staat bij elke flat in zwarte letters op de speelse maar hoekige ingangspartij. En aan de overkant, tussen de wat traditionelere en waarschijnlijk iets oudere flats (baksteen, zadeldaken, dakpannen), een paar kenmerkend lelijke jarenzestigkerken. Je ziet de frisgewassen gezinnen er zondags naartoe marcheren toen deze wijk nog nieuw was, maar die gezinnen hebben nooit bestaan, al bevolkten ze ongetwijfeld de visioenen en schetsen van architecten en stadsvernieuwers. Nou ja – misschien hebben ze even bestaan, een paar seconden, nog vóór de verhuiswagens de straat uit waren. Meteen daarna is iedereen en alles ouder geworden. Maar dat kan je de architectuur niet verwijten. Je moet niet vergeten hoe blij jonge echtparen met deze nieuwe, lichte en ruime appartementen en huizen zijn geweest – ja, de echtparen, maar de kinderen die ze hier kregen niet, die hadden de nauwe, tochtige etages van de binnensteden nooit gekend, die wisten niet beter en begonnen zich te vervelen, en die verveling is nooit meer uit deze straten verdwenen.

*

Toen de endodontoloog zijn second opinion gegeven had (het viel mee) fietste ik nog een stukje de Buitenveldertselaan af, richting Amstelveen. Herfst in Buitenveldert, grote bomen met donkere stammen, helgele natte bladeren op straat, grijze wolkenlucht, grijze flats, lage blokken met winkels, witte dakranden met algen, en daar achter dan nog Amstelveen, waar ik geboren ben maar waaraan ik geen herinneringen heb, en dat ik pas de afgelopen jaren heb leren kennen, omdat Metsike er is opgegroeid. Hier ontbreekt de baksteenbenauwenis van Plan Zuid, hier is alles weidser, breder opgezet, je zou er pleinvrees van krijgen.

Ook deze omgeving is voor mij een archetype van het begrip ‘stad’, maar persoonlijker, anders dan Plan Zuid: dit heb ik vanuit de kinderwagen gezien, hier had ik op kunnen groeien. En in zekere zin ben ik hier ook opgegroeid, niet op deze locatie, maar wel in deze tijd: de tijd waarin niet alleen Buitenveldert en Amstelveen gebouwd werden, maar ook de woningwetwoningen en de twee-onder-een-kaphuizen in de provincies waarin ik dan uiteindelijk opgroeide, in plaats van hier. Maar hier is beter dan daar, in het oosten.

*

Die iets te gemakkelijk verkrijgbare melancholie waarmee het fietsen en slenteren door deze straten in de herfst gepaard gaat, probeer ik te neutraliseren met verbazing – de verbazing dat dit allemaal bestaat, en dat alle straten en wijken waar je je doorheen beweegt een groot gelaagd openluchtmuseum vormen waarvan de niveaus elkaar overlappen, en dat je geboorte de museumkaart is die je recht geeft op een levenslange ongelimiteerde toegang. Maar ook dat is nog te zoet, die verbazing is alleen maar vermomde melancholie; je geboorte is geen toegangsbewijs, het is een contract, en je bent geen bezoeker, je bent hier in dienst.

Dan maar bewondering, in plaats van verbazing? Bewondering omdat dit allemaal, al die straten en wijken en alles daaromheen, lichtjaren ver, dan toch maar op een of andere manier in stand gehouden wordt? Waarom niet, alles om het de melancholie niet al te gemakkelijk te maken. Dat is wat ik moet gaan bouwen, in die straten en wijken en alles er omheen: een hindernisbaan voor melancholie. Want melancholie is als slappe koffie met veel melk; je kan het de hele dag drinken, je merkt er niets van, maar ’s nachts doe je geen oog dicht.

(foto: de Van Boshuizenstraat)
Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in kind van de verzorgingsstaat, leven en getagged met , , , , , , , . Maak dit favoriet permalink.

Een reactie op een hindernisbaan voor melancholie

  1. Marc zegt:

    De melancholie en je prachtige verhaal geven mij troost zodat ik vanavond lekker kan slapen. Dank voor je mooie verhaal. Gr. Marc

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s