elke dag was groundhog day

1987, gemaakt door peter

’s Avonds, in de bibliotheek op het Oosterdokseiland. Ik ben hier in de namiddag naartoe gefietst, door de blauwgrijze schemering. Half november – de koude grijze periode waarin ik tweeëndertig jaar geleden Amsterdam leerde kennen, omdat ik er toen voor het eerst meerdere dagen verbleef, al woonde ik nog in Ede. Mijn oudste zus woonde toen in Amsterdam-Oost, in een van die lange nauwe Oosterparkstraten. Haar toenmalige vriend zat in het buurtcomité dat meehielp met de organisatie van de grote demonstratie tegen kruisraketten van 21 november.  Via hem kwamen mijn broer en ik terecht in de groep vrijwilligers die meehielpen met het grote standbeeld dat tijdens die demonstratie op het Museumplein moest worden geplaatst. Het werd vervaardigd door een Joegoslavische beeldhouwer, die een atelier had in een van de havenloodsen van het KNSM-eiland.

*

Grauwe, koude stad, tochtige etages verwarmd met petroleumkacheltjes, iedereen links; herinneringen die van felle kleuren zijn ontdaan, zoals veel herinneringen aan (of: uit) de jaren tachtig – alsof het geheugen net zo snel verbleekt als de gemiddelde kleurenfoto.

Koude, natte straten, waar ik op een gammele geleende fiets doorheen fietste– de donkere kloof van de Czaar Peterstraat, de grijs geschilderde ijzeren voetgangersburg over het spoorwegemplacement daarachter, het KSNM-eiland waar toen nog schepen aanlegden. Of overdag de lange Ceintuurbaan af naar het Stedelijk, en ’s avonds naar de bibliotheek op de Prinsengracht.

En later, vanaf 1983, op eigen fietsen, vanaf eigen adressen – nog steeds naar het Stedelijk en de bibliotheek, maar nu ook naar bijkantoren van de Sociale Dienst en het Ziekenfonds, naar afgebroken studies, tijdelijke baantjes, en naar andere bijkantoren van de Sociale Dienst – ik weet nog waar die bijkantoren zaten, soms kan ik naar die tijd terug verlangen met een niet-gemeend heimwee.

Als dit een hoofdstuk was uit mijn herinneringen, zou het de titel ‘Ik was een kind van de verzorgingsstaat’ moeten krijgen. Alles was toen nog zonder consequenties. Niet alleen doordat die staatsverzorging honger en dakloosheid voorkwam (en dan hield je nog genoeg over voor café- bioscoopbezoek), maar  ook, vooral, doordat je jong was; het leven was nog statisch, het kon elke dag opnieuw beginnen, elke dag was Groundhog Day.

Pas later begon de vaart erin te komen, en toen ging het opeens ook hopeloos snel. Je kreeg maar heel langzaam door hoe hoog het tempo werkelijk lag, pas nóg veel later kreeg je door dat het tempo dan ook nog eens werd opgevoerd, en dat ook die versnellingen elkaar steeds sneller opvolgden.

*

De heimwee naar die jaren van verzorgingsstaat mag dan wel niet gemeend zijn, toch zou ik nog wel eens één dag naar die stad van dertig jaar geleden terug willen, om erdoorheen te fietsen en te zien hoe het er ook alweer uitzag, hoe kaal het was, en grauw en arm, hoeveel dingen en ideeën en stijlvoorschriften er toen nog niet waren, en hoe weinig terrassen er waren, en dat we daar alleen op zaten als het warm genoeg was om onze jas uit te doen.

Ik denk dat Amsterdam er sinds die tijd een stuk op vooruit is gegaan. Er is misschien een hoop onzin bij gekomen, maar er is ook veel onzin verdwenen. Er zijn nieuwe stukken ontwikkeld (bijvoorbeeld het in een stadswijk veranderde KNSM-eiland), die misschien niet allemaal even goed gelukt zijn, maar de stad wel voorzien van een dynamiek die aan Rotterdam doet denken (en dat is iets goeds). Ik liep eerder dit jaar aan de overkant van het IJ vanaf het nieuwe filmmuseum een stuk naar het westen langs de nieuwbouw, en de oudbouw die een nieuwe bestemming heeft gekregen, en voor het eerst had ik het idee dat het IJ niet langs, maar dóór Amsterdam stroomde – wat betekent dat de stad er misschien eindelijk in gaat slagen zich óm het IJ te nestelen; in ieder geval verandert het idee van de stad dat ik als een innerlijke kaart met me mee draagt.

*

De bibliotheek op het Oosterdokseiland, waar ik dit nu zit te schrijven, is een van die nieuw ontwikkelde locaties. Het is avond, alles is anders dan in de oude bibliotheek op de Prinsengracht, maar veel is hetzelfde: de sfeer van de avond, die iets heeft van ontspannen concentratie, de langzame leegloop, de kleine geluiden van de overblijvers die hun rustige gang gaan; eigenlijk verschilt de stemming waarmee ik hier zit niet eens zoveel van de stemming waarmee ik dertig jaar geleden ’s avonds in die bibliotheek op de Prinsengracht zat. En ik weet niet precies wat dit bewijst: hoe onbetrouwbaar het geheugen is of hoe kort zo’n leven eigenlijk duurt.

 

(foto: ergens in de jaren tachtig gemaakt door mijn broer)
Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in leven en getagged met , , , , , , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s