de schrijver als rups (advies aan jonge schrijvers)

P1010717

In 1934 kreeg Ernest Hemingway bezoek van de jonge Arnold Samuelson, die droomde van een carrière als schrijver. Hemingway stelde voor Samuelson een lijst samen met boeken die hij per se moest lezen; er stonden veel grote namen op, van Flaubert tot E.E. Cummings. Op de site van HP/De Tijd wordt elke week een Nederlandse schrijver gevraagd om een dergelijke lijst op te stellen. Indrukwekkende lijstjes zijn dat, vol onmisbare klassiekers. Een paar schrijvers zetten ook een titel van zichzelf op hun lijstje. Dat lijkt brutaal of megalomaan, maar is toch vooral vertederend.

Ik weet niet welke boeken ik zelf zou aanraden aan iemand met literaire ambities. Toen ik begon te schrijven, las ik veel Bomans en Carmiggelt, en zelfs Herman Pieter de Boer. Schrijvers die ik nu niet meer zo goed (Carmiggelt) of helemaal niet meer (Bomans en De Boer) kan lezen. Maar als het om stijl gaat, zou een beginnende schrijver nog wel het een en ander aan Carmiggelt kunnen hebben. Een praktische tip voor zo’n jonge schrijver die op de site van HP/De Tijd op zoek gaat naar goede raad: lees eerst eens een boek van die gearriveerde schrijvers die al die mooie lijstjes vol klassiekers samenstellen, om uit te vinden bij wie het lezen van meesterwerken ook tot het schrijven van meesterwerken leidt. Zo weet je meteen welk lijstje je serieus moet nemen.

Zelf las ik van mijn vijftiende tot mijn twintigste vooral MAD-magazine, en weinig klassiekers, en ik geloof niet dat ik veel aan dergelijke indrukwekkend leeslijstjes zou hebben gehad.

Bovendien, de boeken die me bijbleven en die belangrijk voor me zijn geweest, waren de boeken die ik toevallig op het goede moment tegenkwam, doordat ik ze bij iemand in de kast zag staan (Moby-Dick), of doordat er net een goedkope editie van hun werk uitkwam (Kafka), of doordat ik bij een antiquaar een exemplaar tegenkwam (Het boek Le Grand van Heine), of doordat ik ergens, ik weet niet eens meer waar, iets interessants over de schrijver las (James Tiptree jr.). De boeken waarnaar je in een opwelling je hand uitstrekt en die zich op dat moment al van de plank losmaken om in die hand te springen – die staan niet op lijstjes, die komen later op je eigen lijstjes terecht. Met andere woorden: het enige lijstje dat ertoe doet, is je eigen lijstje. En zelfs dat niet, want jíj kent al die boeken al.

Waarna er eigenlijk geen ander advies aan jonge schrijvers overblijft dan dit: “Zoek het  zelf maar uit.” En daar zou je dan nog aan kunnen toevoegen: “En als het goed is, ben je daar al druk mee bezig, want als je nu al niet redelijk fanatiek aan het lezen bent, begrijp ik niet helemaal hoe je in elkaar zit. Wat je ook kan doen: vergeet vooralsnog die klassiekers en zoek uit wat je generatiegenoten voor boeken schrijven. Kijk of je daar bij wilt horen, of dat je ze wilt overtreffen, of dat je ze één voor één wilt vernietigen. (In dat laatste geval hoop ik dat je een uitgever met strenge redacteuren treft.) Wat ook nooit kwaad kan: een goede vogelgids, drie kookboeken en Eenvoudige fietsreparaties voor beginners. En verder: gewoon veel schrijven,  je moet die spreekwoordelijke tienduizend uur vol maken. Onderweg zal je schrijvers tegenkomen die beweren dat je er als schrijver van overtuigd moet zijn dat je beste van de wereld bent; als je dol bent op gevoelens van miskenning, is dit een opvatting die je je zeker eigen moet maken. Maar het ligt net iets anders: wat je schrijft, moet het beste zijn waartoe je op dat moment in staat bent. De rest is relatief. Welke plek je vervolgens op allerlei vage ranglijsten gaat innemen, doet er niet toe – dat is aan de goden, of aan lagere wezens als lezers en recensenten; hoeveel waarde je aan die rangschikking toekent, is aan jou. Net zoals je zelf de waarde van andermans lijstjes mag bepalen. En wat die lijstjes betreft: uiteindelijk gaat het er niet om wat je gelezen hebt, maar wat je geschreven hebt. Het gaat dus ook niet om jou, het gaat om die boeken. Die willen ter wereld komen, en daarvoor hebben ze schrijvers nodig; je bent niet meer dan een noodzakelijk kwaad, de rups waaruit de vlinder kruipt, de afgeworpen huid van de slang. Veel succes.”

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in leven, lezen, schrijven en getagged met , , , , , , , , , , , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s