la grande bellezza vs. la vie d’adèle

Ik denk erover om een tijdelijk genootschap op te richten voor mensen die niet lyrisch zijn over La Grande Bellezza. Zodat we een, twee keer bij elkaar kunnen komen om ons over de vraag te buigen of die bejubelaars nou zo gek zijn of dat wij verloren zijn voor de kunst. Ik zou bijna nog op het laatste gaan hopen, want sommige van die bejubelaars mag ik erg graag.

Een visueel spektakel, zeker, met zwier en flair gemaakt en wat al niet. Die dansscènes. Die kleuren. Ja, ja, inderdaad. Die giraf! Die flamingo’s! Nee, nee, daar gaat het bijvoorbeeld al mis. Die scènes met de giraf en de flamingo’s komen al te duidelijk uit de afdeling ‘licht vervreemdende poëtische effecten met dieren’. Het ligt er iets te duidelijk bovenop, we roepen ‘oh’ en ‘ah’ op afroep, hier is eerder sprake van bevrediging dan van verwondering. En ik zie dan meteen buiten beeld die dierenoppassers staan met hun lok-etensbakjes en stokken en netten.

En vond je die hoofdpersoon dan niet goed? Ja, uitstekend, geef hem een klein oscartje. En de satire, was die ook niet… Nee, die satire was aan mij niet besteed. Mooie tirade tegen die tevreden linkse welgestelde babyboomster, toch? Hm – nou, die scène had toch ook we iets zelfgenoegzaams. En dan zou je nog kunnen aanvoeren dat hier dan misschien óók de zelfgenoegzaamheid van de hoofdpersoon (degene die de tirade aflevert) wordt aangepakt, maar bij de zelfgenoegzame manier waarop de kerk werd neergezet (bijvoorbeeld door middel van die oude kardinaal die het alleen maar over recepten wilde hebben) ontbreekt de mogelijkheid van zo’n dubbele bodem. En wat hebben we dan? Kritiek op zelfgenoegzaamheid die zelf ook weer zelfgenoegzaam is – ja, dat schiet niet op natuurlijk.

La Grande Bellezza van Paolo Sorrentino is zo’n film waarbij de regisseur functioneert als een dirigent die duidelijke tekens geeft, terwijl wij in de zaal het orkest zijn dat op afroep hartelijk lacht dan wel vergenoegd gniffelt in de gerust stellende wetenschap dat we zelf buiten schot zullen blijven.

Wel mooi was het lange shot onder de aftiteling. Camera op een boot en dan de Tiber af, van brug tot brug, zonder verhaal of wat dan ook. Dat had van mij wel wat langer mogen duren.

Misschien ben ik ook gewoon te calvinistisch voor zo’n katholieke film. Wat ik een veel betere film vond: La vie d’Adèle, van Abdellatif Kechiche, die net als La Grande Bellezza zo’n drie uur duurde. (Veel lange films de laatste tijd – nog even en je moet in de bioscoop opgeven wat je de volgende ochtend voor je ontbijt wilt.) Eenvoudig verhaal (meisje wordt verliefd op jonge vrouw, meisje en vrouw krijgen een relatie, vrouw maakt het na een paar jaar uit, meisje wil haar terug), en eenvoudiger middelen (geen giraffen of flamingo’s, gewoon de camera dicht op de huid van de actrices), maar een veel meeslepender film. Mooie, lang aangehouden shots die hier en daar bijna documentair aandoen. Natuurlijk bespeelt Kechiche de kijkers net zo veel als Sorrentino, maar hij programmeert ze minder voor, hij geeft ze meer ruimte om hun eigen conclusies te trekken. Hij houdt zijn kijkers meer op afstand, en vreemd genoeg was dat net de afstand die je nodig hebt om het verhaal (nou ja, verhaal) ingezogen te worden.

En als je er inzit, blijf je niet buiten schot. Neem die beruchte seksscènes, waarvan er een tien minuten duurt. Dan gebeurt er wel wat – je gaat niet nadenken over film, maar over seks, want dat is wat je ziet; je gaat nadenken over opwinding en banaliteit, en je gaat nadenken over jezelf. Maar waar je ook over nadenkt, geen moment zijn je gedachten bij camera of crew of oppassers met etensbakjes.

En hoe goed wordt er geacteerd. De scène waarin Adèle haar ex uitnodigt om iets te drinken in een winebar en moet inzien dat haar poging om haar terug te winnen gedoemd is te mislukken – die ene scène bevat meer ontroering en rauwe poëzie dan de hele Grande Bellezza bij elkaar.

Wat doet Kechiche beter dan Sorrentino? Hij wil minder pleasen, behandelt je meer als volwassene. ‘Dit is mijn film, zie maar wat je ermee doet.’ Terwijl Sorrentino zegt: ‘Dit is mijn film, kijk, daar heb je een giraf, ja, in Rome, daar kijk je van op, hè, ja, dat dacht ik wel. En straks komen er nog flamingo’s, en een moeder Theresa-achtige heilige van 104, die heeft rimpels man, je gelooft je ogen niet; dit heb ik allemaal voor je verzameld, je kijkt je ogen uit.’ Kechiche is de kok die de maaltijd voor je op tafel zet en dan weer in de keuken verdwijnt. Sorrentino is de ober die steeds weer wijn komt bijschenken, de ene wijn nog beter dan de andere, hij vertelt er precies bij hoe het smaakt, en als het kon, zou hij zelf nog het glas aan je mond zetten.

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in film en getagged met , , , . Maak dit favoriet permalink.

3 reacties op la grande bellezza vs. la vie d’adèle

  1. Elke zegt:

    Ja precies! Dat vind ik nou ook he-le-maal.

  2. Ard zegt:

    De ironie die iedereen ontgaat: La grande bellezza werd geproduceerd door Berlusconi-bedrijf

  3. Metsike zegt:

    Hear, hear…!

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s