onderweg

Sommige gebeurtenissen vergeet je je hele leven niet. Dit is al weer bijna dertig jaar geleden, geloof ik. Ik stond met Bernhard ergens tussen Etten-Leur en Zundert te liften toen er vlak voor onze ogen een auto over de kop sloeg en zwaar gekneusd midden op de weg bleef liggen. Het was de eerste auto die daar langs kwam in de anderhalf uur dat we daar hadden gestaan.

Ik rende meteen naar de telefooncel die vlakbij in de berm stond. We hadden ons er al over verbaasd, hé, een telefooncel midden op het platteland, maar nu kwam hij goed van pas. Ik rukte de deur open, graaide de hoorn van de haak en toetste het alarmnummer in. Het meisje aan de andere kant had een accent dat ik niet zo gauw kon thuisbrengen.

‘Ik sta hier tussen Etten-Leur en Zundert,’ zei ik, ‘en er is hier een auto…’

‘Wat vond u van de manier waarop ik de telefoon aannam?’ vroeg het meisje.

‘Hè?’ zei ik. ‘Ik sta hier tussen Etten-Leur en Zundert…’

‘Kwam ik een beetje naturel over of dacht u, hé, wat geforceerd?’

Ik hing op en duwde de deur open. Bernhard stond bij de verongelukte auto en probeerde door de gebarsten voorruit naar binnen te turen. Hij stond op zijn tenen, alsof hij dacht dat hij in die houding nog genoeg tijd had om weg te springen als de auto zou ontploffen. ‘Komen ze?’ riep hij zonder om te kijken. ‘Ik zie helemaal niets daarbinnen, maar ze kunnen maar beter snel zijn, denk ik.’

‘Nee,’ zei ik, ‘ze zijn hier een beetje gek geloof ik.’

Nu keek Bernhard wel om. ‘Bel dan nog eens, lul!’ riep hij.

Ik ging de telefooncel weer binnen en toetste nog eens het alarmnummer in. Gelukkig nam nu een oudere vrouw op.

‘Ik sta tussen Etten-Leur en Zundert,’ zei ik , ‘en er is hier een auto over de kop…’

‘Was u dat, die net ook al belde en zomaar ophing?’ vroeg de vrouw. ‘Mijn collegaatje zit naast me te huilen. Bent u trots op uzelf?’

Ik verbrak de verbinding en liep de cel uit. ‘Ze zijn hier echt gek,’ zei ik.

‘Willen ze niet komen?’ vroeg Bernhard.

‘Ze zoeken het maar uit,’ zei ik. We keken naar de auto.

‘Een Datsun,’ zei Bernhard, die de merken beter kende dan ik.

‘Tja,’ zei ik. ‘Zullen we dan maar verder gaan?’

Bernhard pakte onze tassen uit de berm en keek nog eens naar de auto. ‘Ja, laten we maar gaan,’ zei hij. ‘Van hem krijgen we toch geen lift meer.’

Als deze gebeurtenis zich ervoor had geleend in kroegen verteld te worden, was die laatste opmerking natuurlijk een klassieker geworden; maar ik geloof niet dat we het er later ooit nog met iemand over hebben gehad.

 

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in verhalen en getagged met , , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s