B-DAABÓM, B-DAABÓM, B-DAABÓM

P1010728

In de boekenweekspecial van Vrij Nederland roept Jamal Ouariachi Nederlandse schrijfsters op om nu eindelijk eens serieus aan het werk te gaan. ‘Vrouwen, leg de lat eens hoger!’ heet zijn stuk; een plagerig en niet aan al te veel zwaartekracht onderhevig betoog dat er voornamelijk op neer lijkt te komen dat Nederlandse schrijfsters hun onderschikte rol in de literatuur te danken hebben aan het feit dat ze te dunne boeken schrijven. In Ouariachi’s slotalinea’s klinkt een tegelijk minzame en bekommerde toon door, die mij toch vooral doet denken aan progressieve radiodominees van vroeger. Want ziet, ook Ouariachi’s boodschap is een blijde:

Ik zal echt niet ontkennen dat vrouwen het lange tijd moeilijk hebben gehad in de literatuur. Maar de tijden zijn veranderd. Ik hoef maar om me heen te kijken om te zien dat de mogelijkheid er voor elke vrouw met een originele geest en een spannend gevoel voor taal ligt: het schrijven van Een Boek Dat Alle Andere Boeken Overbodig Maakt. Dus, vrouwelijke collega’s: laat je toch niet zo verschrikkelijk betuttelen. Schrijf een boek waar recensenten niet omheen kunnen.

Is het nou betuttelend om anderen voor te houden dat ze zich niet moeten laten betuttelen, of niet? Daar ben ik nog niet uit. Het probleem is dat de meeste Nederlandse vrouwen parttime werken, en als schrijver kom je dan niet ver, volgens Ouariachi.

Spoel die parttimementaliteit door de plee: dump eventuele kinderen bij je geliefde (m/v) en schrijf de beste roman ooit,

houdt hij zijn vrouwelijke collega’s voor. Kijk, dat zijn adviezen waar je iets aan hebt. Zelf heb ik onder het schrijven nooit last van eventuele kinderen, maar ik ben dan ook geen schrijfster. Aan de andere kant, ik schrijf ook parttime, ik doe er van alles bij: ik vertaal, doe redactieklussen, schrijf recensies… Dat wordt dus nooit wat; volgens Ouariachi leidt alleen fulltime schrijven tot boeken die ertoe doen. Wat tot de conclusie leidt dat je alleen boeken die ertoe doen kunt schrijven wanneer je al van het schrijven kunt leven, of wanneer je een werkbeurs hebt, of wanneer je een partner hebt (m/v) die wél geld verdient.

Er verschenen reacties op Ouariachi’s stuk op de Contrabas (hier, door Chrétien Breukers) en het blog van Tirade (hier, door Lieke Marsman). Mij gaat het verder vooral om wat Ouariachi benoemt als het doel waarnaar iedere schrijver zou moeten streven: ‘het schrijven van Een Boek Dat Alle Andere Boeken Overbodig Maakt.’

Je komt die kwalificatie vaker tegen (“boek dat alle andere boeken overbodig maakt”: 3190 google hits), en het is dan ook niet niks. Zo’n roman zouden we allemáál wel willen schrijven. In één klap alle andere boeken overbodig maken, hoe stoer klinkt dat niet? Masculien, zou je bijna zeggen. Maar als je er even over nadenkt, blijkt het toch vooral een gruwelijk idee.

Want stel dat het een schrijver daadwerkelijk lukt. Daar is-ie dan, het Boek Dat Alle Andere Boeken Overbodig Maakt (laten we ’m voor het gemak afkorten tot BDAABOM). Goed, nu zijn alle andere boeken dus overbodig. Fijn. Daar sta je dan, met je goedgevulde boekenkast. Het kan allemaal naar zolder, of de papierbak in. Opruimen dan maar, er zit niets anders op. Je reduceert je boekenkast tot één plank, loopt naar de boekhandel, koopt het BDAABOM  (‘Wilt u het boekenweekgeschenk erbij?’ ‘Nee, dank u, dat is overbodig’), en als je weer thuis bent (onderweg zag je overal mensen dozen vol boeken aan de straat zetten) plaats je het BDAABOM plechtig op die ene plank. Het is een dik boek (dat kan niet anders), maar er blijft nog genoeg ruimte over om er een bloemstukje naast te zetten, of een smaakvolle kaars, of (ja, dat is een fijn idee) een ingelijste foto van de schrijver van het BDAABOM. Het is niet moeilijk om aan zo’n foto te komen, die schrijver is alomtegenwoordig, hij staat in alle kranten en tijdschriften en praat mee in alle televisieprogramma’s, overal waar hij gaat en staat wordt hij enthousiast begroet. Hij heeft het ’m toch maar gelapt, die schrijver van het BDAABOM.

Je gaat er eens echt voor zitten en je leest het BDAABOM met aandacht, want het is het boek der boeken. Als je het uit hebt, ben je eindelijk klaar met lezen. Alle andere boeken kan je vergeten,  wat een voldaan gevoel geeft dat! Je hebt alles gelezen wat er toe doet, niemand kan je nog iets maken, elke literaire discussie zie je met vertrouwen tegemoet. Nooit meer de vraag: ‘Maar heb je dát dan niet gelezen?’ Je hebt alles gelezen.

Maar dan. Na verloop van tijd begint de onvrede toe te slaan. Je hebt het BDAABOM een paar keer herlezen, maar eigenlijk zou je wel weer iets anders willen openslaan, iets nieuws, of desnoods iets ouds; als het maar niet dat dikke boek is dat daar pontificaal op die ene plank staat, als een dictator, een massamoordenaar; wat een ellende, de hele literatuur zo dood als een pier, uitgewist door één boek, dat je na verloop van tijd in je slaap kunt opdreunen. Je verlangt terug naar de tijd dat in literaire bijlagen nog wel eens over andere boeken werd geschreven. Maar nee, en voor het eerst in je leven ben je blij dat de boekenbijlages steeds dunner worden, want het gaat altijd weer over dit ene verdomde boek.

En dus is het met de roem van de schrijver van het BDAABOM gauw afgelopen. Wanneer hij over straat loopt, hoort hij de ramen openschuiven, en ja hoor, daar wordt hij weer door een gefrustreerde lezer met zijn eigen boek bekogeld. Had hij nu maar een dunner boek geschreven. Bloedend uit vele wonden haast hij zich naar huis.

*

Maar wacht, het is toch nog anders. Want waarom zou het DBAABOM zelf niet te verslaan zijn? Het BDAABOM mag dan in staat zijn om alle andere boeken overbodig te maken, maar dat geldt natuurlijk alleen voor boeken die al verschenen zijn.  Het zou zo maar kunnen dat een week nadat jouw BDAABOM is verschenen, een andere schrijver een volgend BDAABOM publiceert. Dan is jouw BDAABOM in één klap zelf overbodig geworden, weggevaagd door zijn opvolger. Daar gáát je eeuwige roem, een weekje heeft het geduurd. En kijk, een dag later, wéér een BDAABOM. En later die middag: de volgende! Wat een weelde, het lijkt verdorie wel op de literaire wereld die we zo goed kennen, die competitieve wereld waarin vele boeken wanhopig vechten om een plekje op de top van de Olympus. Die top blijft vooralsnog in nevelen gehuld.

 

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in boek, lezen, schrijven en getagged met , , , , , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s