een blik op het register

 P1010741

‘Dat is dus allemaal in orde,’ zei de specialist. ‘We zullen de uitslagen naar uw huisarts doorsturen, maar hier zijn we eigenlijk wel klaar met u.’

Ik keek langs hem heen naar de parkeerplaats van de polikliniek, die vaag zichtbaar was achter de vitrage. Ja, dan houdt het op, dacht ik. Hij zegt het zelf, hij kan niets meer voor me doen. Terwijl ze dat meestal zeggen als de patiënt tegenover hen ongeneeslijk ziek is. En de patiënt kijkt naar zijn schoenen en dan naar buiten (fluitende vogels, het verkeer dat gewoon doorgaat) en reserveert alvast euthanasie, meestal met zinsneden als: zult u me helpen dokter als het zo ver is.

Vertel mij niets, je doet de tv aan en de engste ziektes komen voorbij. Het lijkt wel of er geen enkele gecompliceerde operatie meer plaatsvindt zonder dat er een cameraploeg bij aanwezig is, met een regisseur die zijn cameraman op het hart drukt toch vooral zoveel mogelijk in te zoomen. Telkens wanneer de klapdeuren van de operatiekamer opengaan omdat er weer een steriel verpakte verpleegkundige in of uit moet, roept hij vanaf de gang: ‘Inzoomen op de organen! Inzoomen op de organen!’ Er zijn ook camera’s die in het lichaam ingebracht kunnen worden, en het wachten is op de tv-operatie die begint met een zwart beeld waarin het topje van een scalpel een streepje licht snijdt, waarna achter de snede langzaam het hoofd zichtbaar wordt van de vriendelijk knikkende chirurg.

‘Dus, ’ zei ik. Ik zag mijn dossier dichtklappen. Dit was ernstiger dan ik dacht.

‘Dus we zijn klaar’, zei de specialist, en hij glimlachte flauwtjes. Ik wist dat hij dat zou blijven doen, wat ik ook verder nog tegen hem zei. Kunnen we niet nog wat praten. Valt er niet nog ergens een kweekje van te maken. Is er geen divan waar ik op kan gaan liggen. Er is vast nog wel ergens een plekje te vinden dat zeer doet als ik er op druk. Ik kreeg vroeger tenslotte al jeuk als ik naar Medisch Centrum West keek. Moet ik niet ergens geopereerd worden. Ik was zo graag op tv gekomen. En als je gezond net kom je niet op tv. Bij nader inzien gold dat trouwens niet alleen voor medische programma’s.

Ik stond op en trok mijn jas aan. De specialist bracht me naar de deur, schudde mijn hand en zei dat hij me niet meer terug wilde zien, zonder dit persoonlijk te bedoelen. De standaardgrapjes van het vak. Daar bestond vast een bundel van, die elke arts bij zijn afstuderen plechtig kreeg overhandigd.

 *

 ‘Jongens, wat gaan we doen,’ vroeg ik toen ik buiten stond. Zinnige antwoorden bleven uit. Het was godbetere het nog ochtend. Als ze dan toch door lieten schemeren dat we allemaal gore hypochonders waren, waarom hadden ze dan geen speciale avondspreekuren? Dan kon je na afloop tenminste meteen naar huis om de dekens over je kop te trekken. Ik kon doorgaan tot ik van alle ziekenhuizen in de wijde omgeving ponsplaatjes had verzameld, maar alle poliklinieken waren alleen maar ’s ochtends open, dat was altijd al zo geweest, alleen daarvan zou je al ziek worden. En elk ziekenhuis lag aan een park waar net een dag eerder de laatste bladeren van de bomen gevallen waren, waar bejaarden met de hele dag nog voor zich keiharde stukjes groen uitgeslagen brood naar kalende eenden gooiden, in het gezelschap van honden met huidschurft en trechters om hun nek. En omdat ik steeds een tram te vroeg nam, moest ik altijd eerst een paar rondjes door zo’n park lopen voor ik me met goed fatsoen bij de receptie kon melden.

‘Dus wat gaan we doen,’ mompelde ik. Ik knoopte mijn sjaal om zodat niemand kou kon vatten en begon te lopen.

Nu begon de echte conversatie. Die liep gesmeerd, omdat ik alle teksten van de artsen in kon vullen. Feilloos maakte ik duidelijk wat er allemaal aan schortte, op de juiste momenten relativerend om te laten zien dat ik mezelf doorhad zonder dat dit betekende dat er niets aan de hand was. Maar op hun vraag wat er dan gedaan moest worden kon ik niet antwoorden. Of er nou alleen een doosje tissues op hun bureau stond, of dat het overladen was met dossiermappen waaruit röntgenfoto’s en seismogrammen staken, de middelen waren niet tot hun beschikking, dat wist iedereen, nu wel althans, en nog eens liep ik naar buiten, voor ik whiskyflessen zou laten materialiseren in hun bureauladen en  schoolgaande dochters voor ze verzon die bijlessen nodig hadden in een vak dat ik toevalligerwijs uitstekend beheerste. Dat soort vakken bestond helemaal niet, en dat gold natuurlijk ook voor die dochters, zodat alles toch nog klopte.

‘Jongens, waar gaan we heen,’ riep ik nog eens, maar mijn opgewekte toon sloeg om in iets dat gevaarlijk dicht tegen de wanhoop aanzat. Waarom sprak ik mezelf nu plotseling in meervoud aan? Dat maakte het allemaal echt niet overzichtelijker. En waarom had ik er in godsnaam op aangestuurd hier officieel gezond rond te lopen; nu zou het een volgende keer alleen maar moeilijker worden. Ik kon mezelf natuurlijk tot het einde der tijden in meervoud blijven aanspreken en blijven hopen dat de omstandigheden die de dokteren niet in de hand hadden zich zouden verbeteren, maar welke garantie gaf dit optimisme mij? Als het ooit nog goed kwam kon ik later altijd nog zeggen dat het er uiteraard altijd ingezeten had, maar het zou ook slecht kunnen aflopen.

Er zijn namelijk mensen met wie het slecht afloopt. Er zijn mensen met wie het nooit beter is gegaan. Je trekt een fles wijn open en leest hun biografieën, maar die drie-, vierhonderd bladzijden hebben met hun leven weinig van doen. Het enige wat je er van meeneemt is hoe samenhangend en welbeschreven de ellende op je overkomt. Comfortabel lig je op de bank te lezen met god weet welke muziek op de achtergrond, en je geniet van het mislukte leven waar je als een gretige necrofiel over leest. En je zou het nog geleefd willen hebben ook, dat leven, al was het alleen maar omdat het al geleefd is en tussen twee schutbladen in een duidelijke letter na te lezen valt, terwijl jij nog lang niet klaar bent.

Misschien moest ik naar een boekhandel om een biografie te kopen. Het maakte niet uit van wie, als het leven maar voorbij was, zodat het zich allemaal netjes liet samenvatten.

Ik stak de parkeerplaats over. Bij de ingang van de Eerste Hulp stond een ambulance. ‘Maar wij nemen de tram’, mompelde ik, en moest om deze opmerking grinniken alsof ik dronken was. Ik stak ik het fietspad over naar de halte.

En wat nu. Als er dan toch iets moest gebeuren, dan was ik nu graag een met een camera bewapende straatinterviewer tegenkomen die mij zou vragen wat hij het liefste wilde.

Ik zou bijvoorbeeld antwoorden dat ik mijn eigen biografie wilde doorbladeren, om tussen de alfabetisch gerangschikte namen van het register op zoek te gaan naar mensen die ik nog niet kende. ‘Eén blik is genoeg,’ zou ik zeggen, ‘ik zweer het, het gaat me alleen om de namen. Ik zal de passages waarnaar verwezen wordt niet op gaan zoeken, ik wil alleen de namen zien die ik niet ken.’ En dan ’s avonds voor de tv gaan zitten om te kijken of ze het tussen de medische programma’s door zouden uitzenden.

Mijn hart sloeg een over. Stel je voor dat er in mijn register geen onbekende namen stonden. Je las het van a tot z door, en nog eens, en het was inderdaad je eigen biografie, van begin tot het einde, dit was het register van het hele boek, van je hele leven, en alle namen die er in stonden kende je al.

Ik wachtte tot mijn hartslag weer tot rust gekomen was. Geen paniek, zolang het register nog niet bij de drukker lag, was er niets aan de hand. Bovendien, ik stond op een tramhalte bij een ziekenhuis. Ook al was ik net helemaal gezond verklaard, mij kon niets gebeuren.

 

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in verhalen en getagged met , , , . Maak dit favoriet permalink.

4 reacties op een blik op het register

  1. Marc zegt:

    Je schrijft prettig en weer een mooi verhaal.

  2. Aly Freije zegt:

    Mooi, en spannend, met ook dreiging in de lucht. Maar ik ben wat gevoelig, lees net het boek van Charles Jackson, Het verloren weekend, door Louis aangeraden.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s