ivoren ibissen

P1010759

Voor de ingang van de Albert Heijn aan de Rijnstraat stonden twee meisjes die passanten wilden overhalen een abonnement te nemen of een goed doel te steunen. Een van de meisjes had donkerbruin krullend haar, felrood gestifte lippen en droeg een kort, donkerblauw jurkje; ze zag eruit alsof ze op het punt stond naar een chic diner te vertrekken, maar eerst nog even wat geld moest verdienen. Ze was op een kalme manier adembenemend, zo mooi dat je denkt: ja, maar dat is niet eerlijk, daar koop ik alles van. Toen ik de winkel uitkwam vroeg ze of ze me iets mocht vragen en ik zei nee. Ze was te mooi om naar te luisteren. Je kan niet met je lullige boodschappen in een lullig plastic tasje bij klaarlichte dag vanaf een afstand van misschien vijftig centimeter naar zo iemand blijven staan kijken, dat gaat gewoon niet, ook al heeft ze je zelf voor het onderhoud uitgenodigd. Als je bleef staan, zou je waarschijnlijk ook geen woord verstaan van wat ze zei en allerlei toezeggingen doen waarvan het ongedaan maken je naderhand minstens een hele middag zou kosten. Het was inderdaad niet eerlijk. Ook niet voor haarzelf, eigenlijk.

(Bij zoveel perfectie was haar openingsvraag, ‘Mag ik u wat vragen’, verrassend zwak. Uit Zalig uiteinde van Viktor Frölke heb ik geleerd dat je een openingsvraag moet stellen die alleen met ‘ja’  is te beantwoorden. Op een gegeven moment moet de held van die roman in een souterrain van een warenhuis grasmaaiers verkopen aan het winkelende publiek; zijn baas leert hem de aandacht van dat publiek te trekken met de enige vraag waarop geen ontkennend antwoord mogelijk is.  Die vraag blijkt te luiden: ‘Goedemiddag meneer, mevrouw, ziet u deze grasmaaier?’ En ik moet opeens weer denken aan het meisje dat me voor de ingang van Scheltema ooit een abonnement op de NRC probeerde te verkopen met de openingszin: ‘Meneer, houdt u van wereldgeschiedenis?’)

Ik liep door en zag op het terras van de Rijnbar een man met een rond glazen voorwerp in zijn hand waarin zich allerlei kleine figuren bevonden die in stralend wit ivoor waren uitgesneden. Ik zag een paar ibissen die gebogen naar voedsel zochten in een wild, barok rietlandschap. Het vreemde was dat de man die dit object vasthield nonchalant de krant zat te lezen. Hij bleek dan ook geen kostbaar kleinood vast te houden, maar een groot glas bier; wat ik voor kunstzinnig bewerkt ivoor hield, waren schuimsporen die waren achtergelaten door de slokken die hij al genomen had.

 

(Er is nu ook een facebookpagina van Reddend Zwemmen, zie de knop in de rechtermarge)

(de illustratie komt uit H. Heinzel, R.S.R. Fitter en J.F. Parslow, De Europese vogels in kleur; gids voor alle vogels van Europa, Noord-Afrika en het Midden-Oosten)

 

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in leven en getagged met , , , , , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s