het hoogste woord

 

Ik zat in lijn 100 van Huizen naar station Naarden-Bussum, in het verhoogde gedeelte voorbij de achterzijdeur en keek naar de man die voorin de bus zat, met zijn gezicht naar mij toe – een man van een jaar of zestig, kalend, rode blossen op zijn wangen, wit haar hoog op z’n hoofd. Hij praatte tegen de man die tegenover hem zat en dat deed hij zo hard dat ik hem kon verstaan. ‘Er werd een last van mijn schouders genomen!’ riep hij lachend, alsof hij het zelf nog nauwelijks kon geloven. Hij was blij, en ik werd er zelf ook een beetje blij van, want hij zag er zo vriendelijk en onschuldig uit dat je hem elke vorm van lastenverlichting meteen gunde. ‘Echt, jongen,’ zei hij tegen de man die tegenover hem zat en van wie ik alleen het achterhoofd kon zien, ‘ik voelde me kilo’s lichter.’

Ik kon niet horen of de man tegenover hem iets terugzei. Ik had geen idee of ze elkaar kenden, misschien was de spreker zo blij en opgelucht dat hij de eerste de beste vreemdeling had aangesproken. Misschien kwam hij net van de dokter en had hij gehoord dat hij toch geen kanker had.

‘En uitsluitend en alleen door Jezus, hè!’ riep de man. ‘Al mijn zonden heeft hij, poef!, vergeven.’ Hij stak een vinger omhoog. ‘Al zijn uw zonden rood als scharlaken, hij zal ze wit maken als sneeuw. Dat staat geschreven. En dat heeft hij bij mij gedaan. Halleluja!’  Hij schudde zijn hoofd, alsof hij het zelf ook nog nauwelijks kon geloven. ‘Al mijn zonden vergeven! En geloof me, ik was een zondaar. Ik wás een zondaar.’ Hij knikte peinzend, alsof  hij de herinneringen aan het verleden nog even de revue liet passeren alvorens voor altijd afscheid van ze te nemen. ‘Maar hij heeft ze vergeven. Met één beweging van zijn hand. Hij nam die last in één keer van mijn schouders. Poef!’ Hij opende zijn geheven hand alsof hij een kleine vogel vrijliet. ‘En nu ben ik gered. Voor altijd en eeuwig.’  Hij klonk opeens ernstig. ‘Halleluja,’ zei hij terwijl hij naar zijn lege hand keek. ‘Halleluja. Alleen door Jezus. Alléén door Jezus. Halleluja.’

We naderden halte Flevolaan. Daar stapt bijna nooit iemand in, maar nu stond er een man te wachten. Door zijn lange haar en zijn witte kleed herkende ik hem meteen als Jezus Christus. Hij zag er vermoeid uit en sabbelde op de rug van zijn rechterhand, waarop een lelijke wond zat. Ook op zijn andere hand, die langs zijn lichaam hing, zag ik bloed.

Nadat de bus tot stilstand was gekomen en de deur was opengegaan, liep hij langs de chauffeur de bus in. Ter hoogte van de man die zojuist het hoogste woord had gehad bleef hij staan. Hij maakte een kort gebaar naar de man die tegenover de voormalige zondaar zat, en die schoof meteen opzij, alsof hij door een onzichtbare hand werd weggeduwd. Jezus Christus liet zich op de vrijgekomen plaats zakken. Ik hoorde hem zuchten. ‘Sebastiaan de Vries,’ zei hij tegen de man die tegenover hem zat. ‘Toch? Ja, jij bent het. Kijk eens aan. Nou. Poef.’ Hij schudde zijn hoofd, als een leeuw die vliegen van zijn manen wil jagen, en maakte kleine, hectische bewegingen met zijn handen, als iemand die veel te vertellen heeft maar niet weet waar hij moet beginnen. ‘Goed,’ zei hij uiteindelijk. ‘Laat ik het kort houden.’ Hij boog zich voorover naar de man die hij als Sebastiaan de Vries had geïdentificeerd en bij wie al het bloed inmiddels uit het gezicht was weggetrokken. ‘Ik kan het in één vraag samenvatten, Sebastiaan: weet je het wel héél zeker, van die vergeving?’

Nadat hij die woorden had uitgesproken, stond hij op en liep door het gangpad naar achteren. Bij de deur keerde hij zich om. ‘O ja, en het is Christus, niet Jezus.’ Meteen daarna zwenkte de deur open, ik weet niet of hij dat op de een of andere manier zelf bewerkstelligde of dat de chauffeur op een knopje had gedrukt. Hij stapte uit en wandelde langzaam in de richting van het kruispunt met de Amersfoortse Straatweg, waarachter Hotel Jan Tabak ligt.

We bleven zwijgend achter. Niemand bewoog. Na een paar minuten trok de bus op, langzaam en een beetje onzeker, alsof de chauffeur bang was dat hij ongeschreven regels overtrad.

 

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in verhalen en getagged met . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s