‘i’m just a poor boy and nobody loves me’

 

‘Queen niet wéér op nummer 1’,  lees ik op de site van De Telegraaf. Het blijkt te gaan over de Top 2000, waarvoor binnenkort de stembussen weer opengaan. ‘Bohemian Rhapsody’ zou wel eens van de toppositie kunnen worden gestoten.

Bijna de helft van de Nederlanders (49 procent) vindt de klassieker de terechte nummer één, maar 47 procent vindt dat het tijd wordt voor een nieuwe lijstaanvoerder. Dit bleek donderdag op het Top 2000 Symposium in Beeld en Geluid in Hilversum, waar een onderzoek van Motivaction werd gepresenteerd.

De Top 2000 is intussen zo’n instituut geworden, dat het niet eens verbaast dat er een symposium aan wordt gewijd. Ook mooi dat dit instituut algemeen bezit is geworden, en dat we het met z’n allen tijd kunnen vinden voor een nieuwe lijstaanvoerder. We willen ons niet vervelen.

Opvallend is dat juist de stemmers van 45 jaar en ouder Bohemian Rhapsody op de eerste plaats beu zijn. Uit het onderzoek blijkt dat zij steeds meer naar Hotel California van The Eagles overhellen.

Dat is een mooie passage, waaruit de ernst van de onderneming blijkt: de zaak is te belangrijk om meteen een keuze te maken. Er moet eerst een periode van twijfel zijn, van overhelling, voordat over dit gewichtige onderwerp een beslissing kan worden genomen. We willen ons niet vervelen, maar de vernieuwing moet ook niet weer té abrupt komen. Je kan er lacherig over doen, maar ik ben zelf ook 45 jaar en ouder, en laten we eerlijk zijn: tenzij het echt oorlog wordt, zal dit voor de meerderheid van ons de meest revolutionaire beweging zijn die we ooit nog zullen maken: het langzaam overhellen van ‘Bohemian Rhapsody’ naar ‘Hotel California’.

En laten we nogmaals eerlijk zijn: het is lood om oud ijzer. Het zijn allebei draken van nummers. Ik was twaalf toen ‘Bohemian Rhapsody’ uitkwam, en veertien toen ‘Hotel California’ verscheen. ‘Bohemian Rhapsody’ was geluid én beeld, een donkere, bizarre, met edelstenen bezette draak, ‘Hotel California’ was als draak bescheidener, zanderiger, omdat er geen duidelijk beeld bij zat, maar het waren allebei nummers waar je op wilde klimmen om je weg te laten voeren van je alledaagse bestaan; daar ging je al, je  hield je je goed vast om niet te worden meegevoerd in de turbulentie van de trage vleugelslagen links en rechts van je.

Als ik met een tijdmachine terug zou kunnen naar die tijd (wat ik alleen zou doen als ik zeker wist dat ik ook weer terug kon) en tegen mijn vroegere ik zou zeggen dat over veertig jaar de grote vraag voor onze generatie zou zijn welk van deze twee nummers het beste nummer aller tijden is, zou ik een glazige blik van mezelf terugkrijgen. ‘Is er dan later helemaal geen muziek meer gemaakt?’

‘Natuurlijk wel,’ zou ik antwoorden, ‘maar dit is de leeftijd waarnaar later met nostalgie zal worden teruggekeken.’

‘Maar hoe kán dat nou?’ Hij maakt een machteloze armbeweging, en ik voel wat hij wil zeggen: maar ik ben nu toch helemaal niet gelukkig?

‘Zo gaat dat nu eenmaal. Het zal later allemaal om de muziek uit je puberteit blijken te gaan.’

‘Maar het wordt toch wel béter?’

Ik vraag me af wat hij bedoelt: het leven of de muziek.

 

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in leven, muziek en getagged met , , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s