de grote verdwijntruc

Vroeger ging ik na een dag hard schrijven wel eens naar het terras van Bloemers of Sarfaat, beide aan de Ceintuurbaan, maar toen werden de Van Woustraat en de Rijnstraat gezegend door een langzaam-maar-zekere vorm van oprukkende verhipping en nu kan ik op loopafstand van mijn voordeur kiezen uit drie Coffee Company’s en een groeiend aantal andere (maar soortgelijke) zaken. Sinds een paar jaar kan ik overal om me heen koffie drinken die is gezet van handgeplukte bonen uit een Ethiopische vallei die slechts een paar dagen per jaar toegankelijk is, op smaak gebracht met een extract uit exclusieve Noord-Italiaanse hazelnoten die door speciaal voor dit doel afgerichte eekhoorns zijn verzameld – of in ieder geval koffie die zo duur is dat-ie een dergelijke exclusiviteit doet vermoeden.

Met andere woorden, de buurt gaat erop vooruit (ja, echt; die koffie is bovendien goed) en het is een ontwikkeling die niet te stoppen lijkt. Er komt alleen maar meer bij, het is een dynamische bende. Nieuwe winkels willen nog wel eens een trage, uitgestelde dood sterven (ik voel me altijd bezwaard wanneer ik langs zo’n zieltogende winkel kom, hoewel ik er ook weinig aan kan doen; soms loop ik naar binnen en dan koop ik wat, maar dat maakt het alleen maar erger, nu duurt het nog langer voordat ze hun deuren voorgoed kunnen sluiten), maar gelegenheden waar kan worden gedronken en gegeten zijn altijd meteen een doorslaand succes. Er kan bij mij in de buurt geen spaghetteria, macaronia of boerenkolia geopend worden, of vanaf dag één zit de zaak de hele dag stampvol, en niet zomaar stampvol, maar stampvol met mensen tussen de twintig en de vijfendertig, al dan niet met een opengeklapte laptop, allemaal jong, allemaal mooi – de jongens met onschuldige, lieve ogen, als gereïncarneerde puppy’s, de meisjes met de zachte huid van bleke veulens die nog door geen enkele zandstorm zijn geteisterd. Ze lijken me aardiger dan welke voorgaande generatie dan ook, maar ik betwijfel of ze echt bestaan.

Want waar komen ze allemaal vandaan, en hoe komt het dat de voorraad blijkbaar onuitputtelijk is? Misschien gaat het om massaproductie en kan je ze als ondernemer gewoon ergens kopen, of krijg je er ze gratis bij wanneer je zo’n zaak opent. De jongens hebben allemaal een baard, misschien verbergt die begroeiing een serienummer of een bedieningspaneel. Er moet in ieder geval iets aan de hand zijn, ze kunnen niet opeens met z’n allen in de buurt zijn komen wonen, verhuisbewegingen op zo’n grote schaal kunnen niet onopgemerkt plaatsvinden. Ik heb ook nog even gedacht dat ze de kelders van die zaken bewonen, dat ze ’s morgens naar boven worden gejaagd en na sluitingstijd weer naar beneden moeten. De waarheid is natuurlijk dat ze niet echt bestaan, of dat ze in ieder geval alleen maar bínnen die zaken bestaan. Je moet maar eens opletten ’s avonds,  zodra ze naar buiten stappen beginnen ze te vervagen, tegen de tijd dat ze de volgende hoek hebben bereikt, zijn ze al helemaal verdwenen.

Maar het is natuurlijk andersom, het is een generatie-ding, je bent het zelf die verdwijnt.

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in leven en getagged met , , , . Maak dit favoriet permalink.

5 reacties op de grote verdwijntruc

  1. Metsike zegt:

    Mooi! Goed kort voorleesverhaal ook.

  2. wendykroy zegt:

    Ik zag je gisteren of eergisteren zelfs op mijn TV!

  3. aly freije zegt:

    pracht verhaal

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s