nooit meer slapen (ii)

Deze week lees ik elke nacht na het nieuws van 01.00 uur een kort stukje voor bij Nooit meer slapen van de vpro. Hieronder het stukje dat ik vannacht voorlas, geïnspireerd op het feit dat de Poëziebus door Nederland en België rijdt – al heb ik me meer door het woord ‘poëziebus’ laten inspireren dan door het evenement.

de verkeerde halte

Ik had zitten suffen, of misschien had ik me laten afleiden door de verregende rouwkransen bij halte Ollekebolleke, maar hoe dan ook, ik had mijn halte gemist. Zonder er verder over na te denken verliet ik de bus bij de volgende halte. Ik had er beter wél over kunnen nadenken, want zodra ik was uitgestapt, veranderde de halte in een reusachtige slagboom en kwamen van alle kanten dikke betonnen muren op me afschuiven terwijl een zwarte zon paarsige stralen omlaag zond. Ik zag meteen mijn fout in: ik was per ongeluk uitgestapt bij Hermetische Poëzie.

Ik verdwaalde vrijwel meteen. Overal stuitte ik op hoge, met prikkeldraad bekroonde stalen hekken met cijfersloten waarvan ik geen code had. Ik toetste willekeurige combinaties in en zo nu en dan sprong er een hek open. Maar er zat geen systeem in en ik kwam nergens. Dagen ging dit zo door. Ik dacht met weemoed aan mijn overzichtelijke woning in het Sonnet, op de vijfde etage van onderen, net onder de tournure.

Na drie dagen labyrintisch dolen kwam ik een man tegen met een grote baard. ‘Ha, eindelijk een andere liefhebber!’ schreeuwde hij al van verre. Maar toen hij dichterbij kwam, moet hij aan mijn gezichtsuitdrukking hebben gezien dat hij zich had vergist. ‘Het went wel,’ zei hij troostend, ‘je moet je er gewoon aan overgeven.’ Terwijl hij met me praatte, veranderde zijn onderarm in een rotsblok van twee kilometer hoog.  ‘Ja, dat gebeurt soms!’ riep hij opgewekt. ‘Wat het betekent weet ik eerlijk gezegd ook niet precies.’

Met zijn vrije hand pakte hij een zaagje uit zijn tas en zaagde de in het rotsblok gevangen arm af bij de elleboog. Daarna deelde hij zijn brood met mij. Het smaakte naar poep. Samen trokken we verder, een uitzichtloos bestaan tegemoet. Langs de weg schommelden naar zichzelf verwijzende chrysanten zachtjes in de wind.

 

 

 

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in verhalen en getagged met , , , , , , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s