humphrey bogart en de geketende danseres

Brugge heeft een agorafobieverwekkend stationsplein, maar toen ik dat eenmaal was overgestoken naar de oude stad, moest ik vooral aan W.G. van de Hulst denken, aan boeken als Peerke en zijn kameraden en Willem Wijcherts. Niet om de inhoud, maar om de illustraties, van Isings en Van de Hulst junior: oude huizen van verweerde baksteen met poorten, en met achtergevels die in het water van stille grachten staan.

In de discussie over de toevloed aan toeristen hoor je altijd dat Amsterdam geen Brugge moet worden, maar vanmorgen zal het er daar erg rustig uit. Weinig toeristen op straat, de stad kon het prima aan, in het Groeningemuseum was het zelfs opvallend stil, terwijl het daar toch vol hangt met briljante Vlaamse primitieven van vijfhonded jaar oud. En ook met moderner werk, maar dat valt weg als je net Rogier van der Weijden, Jan Provoost en Pieter Pourbus hebt gezien. Er kregen een paar schoolklassen les, maar die waren weer snel weg, en toen waren er alleen wat oude Amerikanen over, en ik.

Vandaag niet geraakt door een aapje, maar door een Portret van een monnik door een onbekende meester, uit de eerste helft van de zestiende eeuw: een oudere monnik in een grijswitte pij met strakke plooien, op een vaalgroene achtergrond. Ernst, devotie, zorg; een individu, geen generieke monnik. Het mooie van die Vlaamse primitieven is de afstandelijke toewijding waarmee alles is geschiderd. Zorgvuldigheid, geen emotionaliteit, in ieder geval niet in de manier van aanbrengen. De emotie zit verborgen in de zorgvuldigheid waarmee is geschilderd.

portret van een monnik, anonieme meester, 1500-1549

’s Middags was het drukker in het centrum van Brugge, met groepen en leiders met vlaggetjes en groepen zonder leider. Het begon me op te vallen dat de verhouding tussen toeristen en bewoners tien staat tot één was, voor zover je zoiets kunt bepalen zonder mensen te vragen waar ze vandaan komen. Toen kreeg ik toch het idee dat ik door een openluchtmuseum liep; en dat heb ik in Amsterdam nooit, daarvoor zijn er daar teveel bewoners op straat.

In Brugge geen groepen toeristen op fietsen gezien, dat was dan weer een voordeel. Wel veel selfiesticks; het zijn net kleine metaaldetectoren, behalve dat de eigenaars niet op zoek zijn naar schatten in de bodem, maar onzichtbare stoffen in de lucht. En wat ze dan ook hopen te detecteren, blijkbaar bevalt de uitslag ze, want ze lachen er allemaal vrolijk bij.

Het centrum zag er zo goed onderhouden uit, dat je de indruk kreeg dat de helft van die oude panden pas onlangs was gebouwd. Mooi is het wel, maar ook een beetje popperig, een stad gebouwd voor mensen die iets kleiner waren dan wij. Ook het verbijsterend grote aantal chocoladewinkels valt op, niet in het minst door de mierzoete geuren die vanuit die winkels de straat op zweven. Ik merkte dat de stad er mooier op werd naarmate je langzamer liep.

Het is een kleine stad die indruk maakt zonder al te imposant te zijn. Het enige onrustbarende dat ik zag, was de deuropening met Humphrey Bogart en de geketende danseres. Alsof de eigenaar van  de nachtclub even buiten een sigaretje rookt en de geketende danseres aangeeft wat er binnen allemaal op het programma staat.

P1020056

En ja, ook de sardonische hotdog die zich in het eethuisje waar ik een broodje at iets te enthousiast onder spoot, had iets verontrustends.

P1020057

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in leven en getagged met , , , , , , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s