het hoofd van de patrouille of: how i learned to stop worrying and love the gun

 

Ik dacht dat ik aardig op de hoogte was van de laatste ontwikkelingen, maar op station Weesp stapte er een patrouille in de trein die blijkbaar van hogerhand de opdracht had gekregen om alle passagiers op wapens te controleren. Ik legde mijn boek weg, haalde mijn pistool uit mijn holster, stak het omhoog en dacht dat ik ervan af was, maar ze pakten het van me af om het te onderzoeken.

‘Een LZM!’ riep het hoofd van de patrouille opgewekt, ‘we hebben een LZM!’ Hij pakte mijn tas en rommelde er met zijn hand doorheen. ‘Zie je wel, hier ook niets!’

Ze trokken me door de openstaande deuren het perron op. ‘Maar dit is mijn trein!’ riep ik. ‘Nee, deze trein is van de spoorwegen,’ zei het hoofd van de patrouille. ‘Dat weet je zelf ook wel.’ Ik moest mee de trappen af naar beneden, de legerschoenen van de patrouille klosten op de treden, andere passagiers maakten ruim baan. ‘Opgepast!’ riep het hoofd, ‘LZM coming through!’

‘Wat is een LZM?’ vroeg ik. ‘Dat ben jij!’ riep het hoofd van de patrouille. ‘Een Lul Zonder Munitie!’ Hij keek me minzaam grijnzend aan, alsof ik een jonger broertje was dat niet helemaal serieus genomen hoefde te worden. ‘Ik dacht het meteen al, toen ik je met een boek in de trein zag zitten: daar hebben we weer zo’n softe klootzak. Laat anderen er maar voor opdraaien. Maar maak je niet bezorgd, we leren het je meteen af.’

Ze namen me mee door de helverlichte betegelde gang onderaan de trappen, daarna sleepten ze me de donkere avond in, naar een grote bouwkeet in die vlak voor de ingang van het station was neergezet, slordig en scheef, alsof orde, regelmaat en het bewaren van een vrije doorgang iets waren uit een vorige, veiliger versie van de wereld. Er waren geen ramen, de ruimte werd verlicht door tl-lampen.

Het hoofd van de patrouille maakte een kast open waarin wapens waren opgeslagen, en allerlei soorten munitie. Terwijl hij zijn hand zoekend langs de planken en dozen liet gaan, vroeg hij aan mij wat voor boek het was. ‘Boek?’ vroeg ik. ‘Wat je aan het lezen was in de trein, hoe heette het?’ ‘De Toverberg,’ zei ik onwillig. ‘Een kinderboek? Lees jij kinderboeken? Is dat voor je werk of zo? Of ben je pedofiel?’ ‘Het is geen kinderboek,’ zei ik. ‘Nee, dat zal wel niet,’ zei het hoofd. ‘Met zo’n titel. Hocus pocus pilatus pas. Bovenop de toverberg, neukte ik een koude dwerg. Hier hebben we het.’ Hij hield mijn pistool omhoog en schoof er een magazijn in. ‘En nu mag je laten zien dat je een man bent.’

* * *

Eerder die middag had ik mijn moeder bezocht in het zorgcentrum waar ze al een aantal jaren woont. Toen ik op Amsterdam RAI op de trein naar Naarden-Bussum stond te wachten, viel me weer eens op hoe vriendelijk iedereen voor elkaar was. Het was een omzichtige vriendelijkheid, want nu iedereen gewapend was, moesten misverstanden en opwinding vermeden worden. We waren ook anders gaan lopen, zag ik. Omdat we ons wapen zichtbaar moesten dragen, had vrijwel iedereen voor een heupholster gekozen, en daar kregen we iets cowboy-achtigs door, iedereen liep wat breder, trager; kauwgum werd langzamer gekauwd dan vroeger, toen de grootste aanslagen nog moesten komen.

Ik had nog tegen de wapenplicht gedemonstreerd, voor het eerst sinds jaren dat ik weer voor (of liever: tegen) iets de straat op ging, maar het had niet geholpen. Wel was de leeftijdgrens uiteindelijk omhoog gegaan van vijftien naar achttien, wat ongetwijfeld veel doden heeft gescheeld. Doden vielen er natuurlijk toch, dat viel niet te vermijden. Toch waren het er minder dan ik had verwacht. In tegenstelling tot de voorspellingen van diverse onheilsprofeten werden niet alle ruzies met vuurwapens beslist. Die profeten hadden niet zien aankomen dat er veel minder werd geruzied dan vóór de wapenplicht, iedereen liep op eieren. Om af te reageren werden levenloze objecten onder vuur genomen. In het Amsterdamse Bos hoorde je voortdurend knallen van mensen die op bomen schoten, boswachters reden dag en nacht van hot naar her om orde op zaken te stellen, want hoewel men op bomen schoot vielen er toch doden: kogels ketsten af op kogels die eerder door anderen in de boom waren geschoten.

De eerste dagen na invoering van de wet had iedereen iedereen angstvallig in de gaten gehouden. Op straat en in winkels werd nauwelijks gesproken, het enige wat je hoorde waren verontschuldigingen en beleefdheden als ‘na u’ en ‘gaat u voor’. Als er dan ergens een knal klonk, dook iedereen in elkaar en greep naar zijn holster. Er was dan altijd wel iemand die ‘Ha, net een film!’ riep. Als er een meningsverschil ontstond stroomden van alle kanten mensen toe om de boel te sussen. ‘Maak vooral geen ruzie als er geen andere mensen in de buurt zijn,’ luidde een van de tips in de folder die de overheid had verspreid. De Zwarte Piet-discussie had er een nieuwe dimensie bij gekregen; sinds iedereen bewapend was, maakte een kogelvrij vest standaard deel uit van het Pietencostuum.

Terroristen lieten zich niet meer zien, wat dat betreft had de algemene bewapening van de bevolking succes gehad. Maar met alle doden die ondanks de heersende omzichtigheid vielen, leek een leven toch minder waard geworden te zijn. Conservatieve Amerikanen juichten dat Europa eindelijk volwassen was geworden. Zelf kon ik maar moeilijk aan de nieuwe situatie wennen. Veiliger voelde ik me niet. Het leek alsof ik in een virtual reality rondliep, en al die kinderen die op straat met hun speelgoedwapentjes stonden te zwaaien en volwassenen opriepen om terug te schieten werkten op mijn zenuwen. Het magazijn van mijn pistool liet ik altijd thuis, en ik nam aan dat ik niet de enige was, dan maar geen held, ik had eens gelezen dat ook in oorlogen veel soldaten nooit een kogel afvuurden. Ik ging niet zo ver om zonder wapen van huis te gaan. Ik had geen zin in het voortdurende gezeik van omstanders, en je kon meegenomen worden naar het politiebureau om verplicht naar onthoofdingsvideo’s te kijken.

In de bus van station Naarden-Bussum naar Huizen zag ik hoe de chauffeur een bebaarde man met een donkere huidskleur onder schot nam omdat die geen zichtbaar heupholster droeg. De man moest zijn jas openknopen om te laten zien dat hij geen bomgordel droeg. ‘Ik heb een okselholster,’ zei de man, ‘net als James Bond.’ Hij liet het zien, en inderdaad, geen bomgordel, een okselholster. ‘Doe dat nou niet,’ zei de chauffeur. ‘Ik word daar zo moe van. En bovendien, sinds wanneer neemt James Bond de bus?’ De man had hier zo gauw geen antwoord op, en bij de volgende halte stapte hij uit.

In het zorgcentrum liep een gewapende bewaker rond, verder was alles daar bij het oude. Mijn moeder wees hoofdschuddend op mijn pistool, alsof me eigenlijk te oud vond voor cowboytje spelen.

Toen ik terugging, was het donker, en dan is iedereen nog meer op z’n hoede. Bij de bushalte stonden we ver uit elkaar, en in de bus stonden mensen liever in het gangpad dan dat ze naast iemand gingen zitten. Op station Naarden-Bussum at ik in afwachting van mijn trein een bakje ravioli bij de Julia’s. De meisjes die daar werkten zagen er heel anders uit nu ze rondliepen met wapens bungelend op hun heup. Door de donkere riemen en holsters die scherp afstaken tegen hun maagdelijk witte uniformen kregen ze iets ongenaakbaars, don’t fuck with us, ze liepen met hun kin omhoog, en ik zag nu ook dat ze zwarte laarzen droegen, hadden ze dat vroeger ook al gedaan? Het was zo opwindend dat ik noodgedwongen besloot de rest van mijn ravioli op het koude perron naar binnen te werken, anders kreeg ik geen hap meer door mijn keel. Toen ik in de trein zat te lezen, zag ik ze nog steeds, in slow motion liepen ze dwars door de pagina’s van De Toverberg op me af, met dansende donkere wapens op hun heup, hun haren los, hun uniformen los – totdat bij Weesp die patrouille de trein in kwam en ik mijn pistool moest laten zien.

* * *

Het hoofd van de patrouille nam me mee naar buiten. Naast de bouwkeet was een geïmproviseerde schietbaan aangelegd. In de verte stonden uit hout gezaagde silhouetten van mannen in jurken die door felle lampen werden verlicht. Een aantal van hem vertoonde grote gaten. Het hoofd duwde me mijn geladen pistool in de hand. ‘En nu ga je schieten,’ zei hij.

‘De wereld is gek geworden,’ zei ik, want opeens kreeg ik het idee dat deze man een bondgenoot zou kunnen zijn.

‘Juist daarom moeten we ons verdedigen,’ zei hij. ‘Schieten, kom op, we hebben niet de hele avond, straks komen ze met de volgende LZM aanzetten en dan moet jij klaar zijn.’

Ik richtte mijn pistool op een van de doelwitten en bleef roerloos staan.

‘Je doet niks,’ zei het hoofd. ‘Slap vingertje? Moet ik er even overheen wrijven? Of heb je liever dat ik hem in m’n mond neem?’ Hij bracht zijn mond bij mijn oor. ‘Ik stop hem in m’n mond en zuig hem helemaal groot en sterk. Jouw kleine vingertje. Jouw kleine slappe vingertje. Ik zuig tot het eruit komt, pief paf poef.’ Ik voelde zijn warme adem op mijn wang. ‘We worden al een beetje hard hè? O, we worden steeds harder hè, meneertje met zijn boekje? Een lekker hard vingertje, dat is lekker hè? Pief paf poef.’ Bij elke p-klank kwam wat speeksel mee. ‘Voel je wapen. Voel het gewicht in je handje. Het is geladen, het is eindelijk geladen, voelt dat niet goed?’

Hij had gelijk, ik kon er niet onderuit. ‘Ja, het voelt goed,’ knikte ik. ‘Zie je wel,’ fluisterde het hoofd van de patrouille, ‘zie je wel.’ ‘Heel lang geleden, toen ik nog op school zat, op het lyceum,’ zei ik. ‘Pardon?’ vroeg het hoofd van de patrouille. ‘Toen was er ooit een actie,’ zei ik, ‘hoe heette het, een fancy fair. Zo noemden we dat toen. En de opbrengst was voor kinderen in Malawi.’ Ik verzon dit niet, het was een echte herinnering, die opeens naar boven kwam. ‘Heel interessant,’ zei het hoofd van de patrouille, ‘maar waar wil je naartoe met dit verhaal?’ ‘Er waren allerlei dingen, blikken gooien, suikerspinnen maken, op leraren gooien met natte sponzen… Meer dan dertig jaar geleden was dat, al die Malawinezen die we toen het leven hebben gered, zijn nu al bijna van middelbare leeftijd, dat is een vreemd idee.’ ‘De juiste term is Malawiërs,’ zei het hoofd van de patrouille. ‘Het is een kwestie van respect om dergelijke dingen te weten. Maar hoe relevant is dit allemaal voor de huidige situatie?’ ‘Een vriend van me had een computerspel meegenomen naar die fancy fair, heel primitief waren die toen nog, een zwartwit-tv waarop een puntje heen en weer gleed en dan kon je met een geweer op dat puntje schieten.’ ‘Ach,’ zei het hoofd van de patrouille, ‘nu komen we ergens.’ ‘Ik was toen heel links op die school,’ zei ik, ‘en heel pacifistisch. Maar dat geweer, dat voelde erg goed, ik zie me nog zitten daar, in afwachting van klanten, met dat geweer op mijn schoot, langs mijn schouder, in mijn armen. Heel stoer vond ik dat opeens. Alsof ik iemand anders was, even. Groter, volwassener. Nou ja, ik weet ook niet waarom ik daar nu aan denk.’ Ik voelde me opeens erg kinderachtig. ‘Nee, dat is juist heel goed,’ zei het hoofd van de patrouille, ‘gebruik die herinnering. Die komt niet voor niets omhoog, heel goed dat je dat met me hebt gedeeld.’ Hij legde een hand op mijn schouder en bracht zijn mond nog dichter bij mijn oor. ‘En nu schieten lul!’

Ik schrok zo dat ik schoot, en ik bleef schieten, want hij bleef in mijn oor schreeuwen. Ik had geen idee of ik een doelwit raakte, ik voelde schokken in mijn armen en schouders, ik schoot in het wilde weg, zolang de man schreeuwde schoot ik, en hij bleef schreeuwen tot ik geen munitie meer had.

‘Nou, was dat nou zo moeilijk?’ riep het hoofd van de patrouille tevreden toen ik klaar was. Passanten applaudisseerden en riepen bemoedigende woorden. Ik stak mijn nog warme pistool in mijn holster. Bang bang shoot shoot. Het hoofd van de patrouille pakte mijn tas en stopte er wat magazijnen in. ‘Voor onderweg!’ zei hij opgeruimd. ‘Nu ben je een LMM.’ Hij wilde gaan uitleggen van de afkorting betekende, maar ik knikte dat ik het al begrepen had. ‘Ja ja, snel van begrip zijn jullie wel,’ zei het hoofd van de patrouille. ‘Jullie?’ vroeg ik. ‘Jullie lezertjes,’ zei hij. Hij gaf een van zijn mannen opdracht me naar het perron te brengen, alsof ik de weg terug in mijn eentje niet meer zou kunnen vinden. De man liep met me mee de tunnel in, het was nog een jongen, hij had puistjes in zijn mondhoeken. Hij bleef wachten tot de volgende trein kwam, alsof ze niet het risico wilden lopen dat ik mijn voorgenomen terugreis niet zou voortzetten.

De trein kwam, ik stapte in en ging zitten, de jongen met de puistjes bleef op het perron staan tot de deuren dichtschoven. De man tegenover me las een krant. Op de naar mij toegekeerde pagina stond een grote advertentie voor echt lederen holsters die waren voorzien van ‘symbolen van onze waarden en normen’. Ik kon niet goed onderscheiden waaruit die symbolen bestonden.

De trein zette zich in beweging. Ik pakte mijn pistool uit mijn holster en woog het in mijn hand. Nu het geladen was, voelde het aanmerkelijk zwaarder, en echter; ik keek tevreden naar mijn wapen en vouwde mijn vingers om het magazijn. De man tegenover me overhandigde me haastig zijn krant. ‘Maar u was hem zelf aan het lezen,’ zei ik. De man zei dat hij hem uit had, dat hij hem voor de tweede keer aan het lezen was, wat maakte het uit, er was zoveel nieuws, het viel toch niet bij te houden. Daar had hij een punt. ‘En bovendien,’ zei hij, ‘ik heb een boek bij me, ik ga lezen, van mij heeft u geen last meer.’ Hij pakte inderdaad een boek uit het rugzakje dat naast hem stond en sloeg het open. Het was Boze geesten van Dostojevski. Daar zag je meer mensen mee de laatste weken.

Ik boog me naar hem toe en fluisterde: ‘Als u toevallig hetzelfde type hebt als ik, heb ik wel wat munitie voor u.’ De man werd rood en verstevigde de greep op zijn boek. Ik leunde achterover en glimlachte.

‘U moet zo nu en dan wel een bladzij omslaan,’ zei ik na een paar minuten. ‘Dan lijkt het echter.’ Toen ik zag dat de man nog roder werd, boog ik me weer voorover. ‘Maakt u zich niet ongerust,’ zei ik zacht. ‘Ook ik was een lul zonder munitie. Ik ben niet de vijand. Kijk maar, ik ga ook een boek lezen.’

Ik greep in mijn tas naar mijn exemplaar van De Toverberg. Het zat er niet meer in.

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in verhalen en getagged met , , , , , , , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s