tapir, zoon van olifant

webcam tapir P1020242

Metsike, die niet alleen een personage is uit Kind van de verzorgingsstaat maar ook een schrijfster die binnenkort debuteert (zie hier), wees me een paar weken geleden op de webcams van Diergaarde Blijdorp. Op de site van de Diergaarde is een pagina waar zowel de olifanten en de tapirs staan (en wel hier). Sinds Metsikes tip kijk ik met enige onrust naar de olifanten en ben ik verslaafd aan de tapir.

De tapir ligt wat in het stro. De tapir eet wat. De tapir loopt wat rond in het buitenverblijf. Maar de tapir ligt vooral heel veel in het stro. Wat ze ook doet, en haar leven is vrij eentonig, ze valt volledig samen met zichzelf. Vooral als ze ligt; dan ligt ze alsof ze altijd zal blijven liggen. De tapir wil nergens anders heen. De tapir heeft geen plannen. Ze is zelfs niet van plan te blijven liggen. Ze ligt, als een blok, bewegingloos, zonder toekomst; ze heeft de toekomst uitgezet. Ik kan twintig jaar mediteren maar dat stadium zal ik nooit bereiken.

Helemaal bewegingloos is ze niet; ze heeft haar bewegingen uitbesteed aan haar oren, die als sierlijke jarenvijftigvaasjes (zwart met een wit randje) op haar hoofd staan en met schokjes heen en weer draaien, klaar om alles op te vangen wat verstoring van rust zou kunnen betekenen; elke verstoring kan de toekomst inschakelen. Maar vooralsnog blijft de tapir liggen, die oren kunnen het alleen af, de toekomst begint alleen bij ernstige verstoringen.

Toen ik dankzij Metsike de webcams ontdekte, was de tapir hoogzwanger, geen wonder dat ze zo vaak lag te rusten. Maar nu ze bevallen is, blijft ze eenzelfde soort rust uitstralen – de rust die hoort bij solitaire dieren. ‘In gevangenschap kunnen ze zonder problemen met meerdere dieren bij elkaar gehouden worden,’ valt op Wikipedia te lezen, ‘maar van sociaal gedrag is geen sprake.’ En de jonge tapir ligt er al net zo autonoom bij – en ook hij heeft oren die de wacht houden.

Tapir worden! Niets aan je hoofd hebben behalve twee verrassend sierlijke oren die de toekomst op afstand houden. Maar deze tapir is niet echt; ze wordt gemonitord, verzorgd, gevoed – als ik deze tapir wil worden, en in tijden van drukte wil ik niets liever, betekent dat alleen maar dat ik terugverlang naar mijn tijd als kind van de verzorgingsstaat. Tapir van de verzorgingsstaat!

De olifanten, dat is heel iets anders. Geen solitaire exemplaren, maar een groep, met interactie. Groots en vervaarlijk lopen ze rond, met trage, zwaaiende bewegingen; maar ze blijven iets nerveus houden, alsof er altijd iets op punt van gebeuren staat, iets wat ze zelf niet helemaal kunnen controleren en beheersen. Ik moet altijd aan mijn vader denken als ik naar ze kijk.

Mijn vader was ooit groots en vervaarlijk, zoals vaders kunnen zijn wanneer je erg klein bent. Hij bewoog zich langzaam. Dat ik hem zie als olifant, zal ook liggen aan zijn over de buik gespannen grijze trui. (Als ik aan hem denk, draagt hij een grijze trui.) Nerveus was mijn vader zelden, tenminste, hij probeerde het te verbergen, misschien is hij altijd nerveus geweest. Want er stond wel altijd iets op het punt van gebeuren, hij had een vrouw en vier kinderen, en een baan. Als je het gezin om hem heen wegdenkt, hou je misschien wel een perfecte tapir over, maar hij had een gezin, en was een olifant.

Ik heb geen gezin. En nu herinner ik me opeens dat ik eerder over mijn vader als olifant schreef, jaren geleden, in Het jaar waarin mijn vader stierf, in het hoofdstuk ‘September’. Het fragment volgt hier, het begint met een citaat van Heine.

‘Eten kon ik niet, en drinken nog veel minder. De hete druppels vielen in het glas en in dat glas zag ik het dierbare vaderland, de blauwe, heilige Ganges, de eeuwigstralende Himalaya, de reusachtige bananenwouden, in welker brede lanen de schrandere olifanten en de wijze pelgrims rustig wandelen.’ Heinrich Heine, Het boek Le Grand.
Ik herlas deze passage gisteravond in bed en bij de ‘schrandere olifanten’ moest ik aan mijn vader denken. Ik zag een brede, door bomen omzoomde en met septemberlicht overgoten laan voor me, en de olifanten rechtop lopend, verbazingwekkend sierlijk – maar nee, zo is het niet, dacht ik, het zijn grote beesten die rücksichtslos tekeer kunnen gaan, het zijn dieren die zich redeloos kunnen gedragen, we moeten ze niet beter maken dan ze zijn.
Vandaar dat ik aan mijn vader moest denken. Ook van hem heb ik mijn hele leven iemand anders gemaakt dan hij is. Een beter iemand, iemand die meer consideratie en interesse voor zijn omgeving kon opbrengen, iemand die een groter hart bezat dan hij daadwerkelijk heeft. ‘Rücksichtslos tekeergaan’ zou ik niet meteen met hem in verband willen brengen, dan nog eerder ‘redeloos gedrag’, zij het niet op een exuberante manier – hoe dan ook, hij heeft meer op vier poten en minder op twee benen rondgelopen dan ik mezelf wilde, kon toegeven.
Het zegt al genoeg dat ik mijn vader met de schrandere olifanten associeerde, en niet met de wijze pelgrims. Dát er een associatie met mijn vader bij me opkwam was ook niet toevallig; ’s avonds had ik Kafka’s Brief aan zijn vader herlezen.

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in kind van de verzorgingsstaat, leven, lezen en getagged met , , , , , , , . Maak dit favoriet permalink.

5 reacties op tapir, zoon van olifant

  1. Mutsje zegt:

    (…) ‘sierlijke jarenvijftigvaasjes (zwart met een wit randje)’; geweldig mooie beschrijving van tapir Pooh. En ja, iets minder olifant en iets meer tapir; dat wens je de gehele mensheid wel toe.

  2. Viktor zegt:

    Brief aan m i j n vader dan toch.

    • Nee hoor, anders had ik dat wel geschreven. De Nederlandse vertaling van Nini Brunt in de bekende witte reeks heet Brief aan zijn vader. Als je even had gegoogeld, had je dat zelf ook kunnen ontdekken, zie bv: https://www.boekenwebsite.nl/boeken/literatuur/brief-aan-zijn-vader

      • Der Michiel zegt:

        In het Duits: ‘Brief an den Vater.’ Drukt de verhouding beter uit dan ‘Brief aan zijn / mijn vader’. Had het niet als ‘Brief aan de vader’ moeten worden vertaald? Nee, want ‘Der Franz’ of ‘Der Kafka’ is levend Duits maar ‘De Frans’ (Frans als voornaam niet als nationaliteitsaanduiding) of ‘De Kafka’ geen levend Nederlands. ‘Brief aan vader’ dan? Ook niet, want te affectief. ‘Brief aan zijn vader’ is zo gek nog niet.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s