met ongeknipte nagels over straat

 

van der elsken.png

Met Chrétien Breukers naar de tentoonstelling van Ed van der Elsken in het Stedelijk. De tentoonstelling is al net zo onoverzichtelijk als het museum-na-de-verbouwing. Er zijn witte zalen die elk aan een aparte locatie zijn gewijd, aan begin en eind zijn er zwarte zalen met vitrines en filmloops en waar je dezelfde dingen tegenkomt als in de witte zalen, maar dan toch anders. Veel kende ik al, het wilde maar niet indrukwekkend worden, misschien ontbrak het ons ook aan de nodige concentratie. Of misschien hou ik gewoon niet zo van het extraverte geklofte jongenimage dat Van der Elsken zich aanmat. In de jaren vijftig was hij op zijn best.

Filmbeelden van Amsterdam zoals het ooit was doen het altijd goed, omdat het vergelijkingsmateriaal is. Gruiziger, die stad van vroeger, en met veel meer kaalslag. De afbraak van de jodenbuurt, de met onkruid overwoekerde woestijn waar ooit de Stopera zou worden opgetrokken – het is allemaal zo lang geleden dat die Stopera inmiddels aan haar eerste ingrijpende renovatie toe is.

De stad zag er terloopser uit, geïmproviseerder, en de mensen ook. Kijk naar de vrolijke, kleurige straatbeelden uit begin jaren tachtig, uit Van der Elskens film My Amsterdam. (Dat is ook weer zoiets, die irritante toe-eigening met dat bezittelijke voornaamwoord). Het is alsof al die mensen hun eigen kleren droegen, terwijl we nu door winkels worden aangekleed. Kijk naar de punkjongen op 11.49. Hondenhalsband, colbertje, groen shirt met panterprint, die ontelbare buttons, alles in orde, en dan daarboven het metalen montuur met dubbele neusbrug dat hij ooit nog in de slaapstad waar hij is opgegroeid met zijn moeder heeft uitgezocht bij het plaatselijke filiaal van de Brilmij. Het heeft iets onbekommerds, ‘Nu is het al af’, waarom zou je naar perfectie streven, je ziet toch al dat ik besta?

Het grote zandstralen moest nog beginnen, in het centrum en de negentiende-eeuwse gordel. Toen heerste daar nog duisternis. Nu is alles veel mooier, opgeknapt, autoluw, gerenoveerd, gegentrificeerd, en wij lopen er ook beter bij, gekapt, gesaneerd, met de juiste schoenen. Voor wie doen we dat eigenlijk allemaal? Verwachten we iemand? De stad legt nu een nieuwe entree aan die daadwerkelijk De Rode Loper heet. Voor wie? Wat doen we als Hij of Zij niet komt?

Na het bezoek aan het Stedelijk aten we met Metsike bij Nieuw Albina op de Albert Cuyp. Daarna liepen we even door de Govert Flinckstraat om het pand te zien waar Chrétien ooit woonde. De avond viel, de straat waar we doorheen liepen was nog niet gezandstraald, hier en daar zaten nog de kunststof kozijnen in de gevel die er in de jaren tachtig in waren geduwd. Het is er allemaal nog, waar zou het ook naartoe moeten zijn gereisd. Een dag later liep ik van huis naar de OBA. Overal schemerde de oude stad. Er liggen laagjes over het verleden, maar met een goed geheugen en een nagel die scherp genoeg is om die laagjes weg te krabben blijkt er weinig veranderd. Onder het plaveisel nog steeds drijfzand.

 

 

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in leven en getagged met , , , , , . Maak dit favoriet permalink.

3 reacties op met ongeknipte nagels over straat

  1. Dit is op Weblog van Chrétien Breukers herblogden reageerde:
    Heel even was ik weer in de Govert Flinckstraat, ter hoogte van nummer 280-D, waar ik zes jaar woonde. ‘Onder het plaveisel nog steeds drijfzand.’

  2. pdrift zegt:

    Mooie laatste zin.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s