geen blijvende stad

Algemeen_uitbreidingsplan_amsterdam1935

comeniusstraat bos en lommer luchtfoto slotermeer colenbranderhof, osdorp

Naar het stadsarchief in gebouw De Bazel voor de tentoonstelling Een Betere Stad, over de Amsterdamse stadsuitbreiding die het gevolg was van het Algemeen Uitbreidingsplan van 1935. Vier kleine zalen, waarin steeds een moment uit de ontwikkeling van het plan centraal staat, van de eerste bijeenkomsten in de jaren dertig tot de renovaties van de eenentwintigste eeuw. Veel kaarten, films en foto’s – en hoorspelen. Zo hoorde je in een van de eerste zalen een nagespeeld interview met Cornelis van Eesteren, de grote man achter het Plan dat er uiteindelijk voor zorgde dat de stad zich zou verdubbelen. Erg gelukkig pakte die keuze voor hoorspelen niet uit. In de laatste zaal was een nagespeeld overleg te horen tussen bestuur, woningbouwvereniging en bewoners over de sloop dan wel renovatie van Jeruzalem, het wederopbouwwijkje in de Watergraafsmeer, in een eeuwigdurende loop van een minuut of tien, je hoorde het al van verre, het stond zo hard dat het eigenlijk ondoenlijk was om de in die zaal tentoongestelde zaken en teksten te bekijken dan wel te lezen. Ik neem aan dat dat niet de bedoeling van de makers was maar misschien was het toevallig Hardhorenden-middag toen ik er was.

Hoogtepunt was de diashow een zaal eerder (met het woordelijk verstaanbare Jeruzalemoverleg op de achtergrond) waarin een eindeloze rij zwart-witfoto’s werd getoond over de totstandkoming van de wijken Buitenveldert, Slotermeer, Geuzenveld, Slotervaart, Overtoomse veld en Osdorp. Het begon steeds weer met uitgestrekte polders met smalle wegen en hier en daar een boerderij, daarna kwamen de bouwketen, het zand, de hei-installaties, de steigers en de bouwvakkers, en daar waren de huizenblokken, de gloednieuwe straten, de gloednieuwe strokenbouw, nieuwe wijk na nieuwe wijk na nieuwe wijk, luchtfoto’s die niet van maquettes zijn te onderscheiden – het zijn onthutsende foto’s, de vanzelfsprekendheid waarmee die wijken nu deel van Amsterdam uitmaken wordt met terugwerkende kracht vernietigd, eerst was er niets, eerst was er polder.

En dan die nieuwe wijken zelf, net uit het ei, met brede straten waar zo en dan iemand doorheen fietst, nog voor de Tijd de kans heeft gekregen er met een brede kwast zijn patina overheen te sausen, gloednieuw, en modern. Want dat valt ook op: alles is ouderwets op die foto’s, behalve de bebouwing zelf. De hoogwaardigheidsbekleders die voor elke wijk weer een eerste paal slaan, de bouwvakkers op houten steigers, de apparatuur die ze gebruiken, de kleding van de bewoners, de auto’s en de bussen en de trams die door de straten rijden wanneer de wijken eenmaal klaar zijn – alles maakt een ouderwetse, vooroorlogse indruk. Die wijken waren hun tijd letterlijk vooruit, dat kan je gewoon op die foto’s zien, het zijn nieuwe wijken die vragen om nieuwe vormen, pas op foto’s uit de jaren zestig begint het een beetje recht te trekken, dan gaan mode en auto’s bij de bebouwing passen, al blijven de autobussen te oud, als relicten uit een ver verleden dat eigenlijk door deze nieuwe wijken uitgewist zou moeten zijn.

En ik besef nu ook weer eens dat het polderlandschap rond Amsterdam waar ik graag doorheen fiets (weilanden, sloten, lage horizon, veel hemel, vooral veel hemel, en altijd autosnelwegen op de achtergrond) vroeger groter was, er was meer van, er zijn grote delen bezet door de groeiende stad – en ook het landschap waar ik doorheen fiets zal opgeslokt worden, ook de bewoners van die toekomstige wijken zullen door de polder fietsen zonder zich ervan bewust te zijn dat ze zelf op voormalige weilanden wonen.

Alles verandert, soms heb je fotoseries nodig die je dat weer eens inprenten. Als je maar lang genoeg ergens woont, zie je de veranderingen zelf ook. Ik woon nu zesendertig jaar in Amsterdam en heb de stad voortdurend zien veranderen – nee, dat klopt niet helemaal; je ziet de verandering niet, je beweegt je in een veranderend geheel, pas als je even stilhoud of ergens een tijd niet bent geweest, zie je wat er de afgelopen jaren is veranderd. Je beweegt je in verandering, je bent onderdeel van een transformerend geheel, dat zelfs geen geheel is, en zelf ben je niet anders. Het is een fascinerend gezicht. Het houdt  niet op, ook als jij dat wel doet. Soms denk ik dat de zin van het leven eruit bestaat je omgeving te zien veranderen.

 

op de foto’s onder de kaart van het Algemeen Uitbreidingsplan van links naar rechts: Comeniusstraat, Slotermeer, Colenbranderhof (foto’s afkomstig van de beeldbank van het Amsterdamse Stadsarchief, waar honderden foto’s van de nieuwe wijken te vinden zijn)
Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in kunst, leven en getagged met , , , , , , , , , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s