ik kan nu niet praten (ik sta in het paleis)

praag 1 uitzicht vanaf burcht

1

Je mag niet klagen over de drukte in Praag als je daar zelf drie dagen lang een lichaam aan toevoegt – maar leeg is het er niet. Trage rijen bewegen zich door de smalle straten van de oude stad, over de Karelsbrug, omhoog naar de Burcht, en weer terug, alsof een filmmaatschappij bezig is met een opname waarvoor duizenden figuranten in vrijetijdskleding zijn opgeroepen, uit alle delen van de wereld. En ze hoeven weinig te doen, alleen maar een beetje rondkijken en zo nu en dan een trdelník kopen, een verondersteld traditioneel broodgerecht waarvan de stalletjes een zelfde weezoete geur verspreiden als de Nutella-winkels in Amsterdam. Qua drukte is Praag Amsterdam-over-een-paar-jaar. Maar kijk, ook dat is slechts schijnbaar. In de oude stad slaan we vanuit de beklemmende drukt een zijstraatje in naar een café dat ooit gefrequenteerd werd door Kafka en Max Brod en anderen uit diezelfde literaire kring, en meteen is het uitgestorven, net als het café overigens, waarvan de oude grijze barkeeper met zichtbare reserve reageert als ik een alcoholvrij biertje bestel.

 

2

Ik ben hier niet alleen, ik logeer bij Chrétien Breukers, die hier al vijf maanden woont en werkt, en de stad goed kent, ook van vorige bezoeken; hij komt hier sinds de vroege jaren negentig, en heeft de stad leger meegemaakt, en minder opgeknapt. In die tijd kon je op zaterdagmiddag nog in normaal wandeltempo de Karelsbrug oversteken. Dat is natuurlijk om jaloers van te worden. Wanneer we als onderdeel van de massa rondlopen over de Burcht, dat indrukwekkende cluster kerken en kastelen dat vanaf zijn hooggelegen plek aan de overkant van de Moldau uitkijkt over de oude stad, lijkt elk contact en logisch verband tussen ons en de omgeving te ontbreken, alsof we tijdreizigers zijn, of ruimtereizigers die een planeet aandoen waarvan de oorspronkelijke bewoners al lang geleden zijn vertrokken. Onze aanwezigheid in dit decor heeft iets wezenloos, iets dat er niet toe doet – en het decor dreigt door die zelfde wezenloosheid getroffen te worden, alsof we het door onze massale aanwezigheid besmetten, alsof het door ons het idee krijgt opgedrongen dat het alleen nog voor ons bestaat. Eigenlijk zou massatoerisme alleen goed werken wanneer wij, de toeristen, over het vermogen zouden beschikken ons onzichtbaar te maken, en onstoffelijk, zodat we elkaar niet zouden zien en de oorspronkelijke bewoners door ons heen konden lopen.

Het zijn de details het contact herstellen. Zoals een gewelf in het zestiende-eeuwse praag 5 gewelf paleis burchtKoninklijk Paleis, onderdeel van de Burcht, dat me opeens aan Jugendstil doet denken, of een man in pak die te midden van langsdrommende toeristen in een hoekje van de reusachtige, schemerige Ridderzaal van datzelfde paleis in zijn telefoon zegt: ‘I can’t talk right now, I’m standing in the palace.’ Gedempt, ernstig, als een late echo van alle hofintriges en conflicten die hier moeten hebben plaatsgevonden; een paar zalen verder komen we langs het raam van de defenestratie die in 1618 de Dertigjarige Oorlog inleidde.

 

3

Het is een uitkomst om door iemand op sleeptouw te worden genomen die de stad goed kent, en ook de rustige straten weet. Maar het is toch het mooist wanneer je iets tegenkomt waarnaar je niet op zoek was. (Zoek hier zelf de toepasselijke dichtregels bij.) Wanneer we van het Karelsplein richting Moldau lopen, wijs ik op een behoorlijk afgebladderde gevel van een of ander paleis en zeg bijna opgelucht dat niet alles hier gladgetrokken is. Maar Chrétien herkent iets van een ooit geziene foto bij een ooit gelezen reportage – het is geen paleis, het is de zijgevel van de kerk waar in 1942 de Tsjechische soldaten zich schuilhielden die de aanslag op Heydrich hadden gepleegd. Nadat ze waren verraden, werd de kerk door achthonderd ss’ers belegerd en pleegden de soldaten uiteindelijk zelfmoord. (Zoals allemaal te lezen staat in HhhH van Laurent Binet; ik vond het boek tegenvallen toen ik het een paar jaar geleden las, maar het verhaal is fascinerend en gruwelijk.)

De crypte blijkt geopend. In een klein voorzaaltje is een expositie met veel foto’s en een paar voorwerpen, daarachter ligt de crypte zelf, achter een vreemde, uit een plaat roestig ijzer bestaande kanteldeur waarvan de werking niet meteen duidelijk is. Wanneer iemand heeft gezegd waar we moeten duwen, komen we in een kleine, lage ruimte. Met een aantal andere bezoekers nemen we zwijgend dan wel fluisterend alles in ons op, en wanneer we weer weg willen, krijgen we die kanteldeur niet meer open. We besluiten onopvallend en rustig te blijven wachten tot andere bezoekers naar buiten gaan, maar niemand maakt aanstalten. Wanneer Chrétien de deur nog eens probeert, laat die zich opeens heel eenvoudig opzij kantelen. Misschien stonden al die andere aanwezigen ook wel te wachten tot iemand anders de deur open kreeg; een paar schieten in ieder geval opgelucht samen met ons naar buiten. Het is een vreemde toestand, we vragen ons af of de ontwerper van de deur de bezoekers van de crypte toch even een klein moment van passende onrust heeft willen bezorgen.

We lopen door naar de Moldau, omdat Chrétien me het Dansende Huis wil laten zien. Ik zie het en we lopen verder. Het is een glorieuze herfstnamiddag met laat, geel zonlicht, aan de overkant van de rivier ligt de Burcht boven bomen die beginnen te verkleuren. Het is een prachtig gezicht, ook omdat we daar een dag eerder zijn geweest, zodat ik dit uitzicht kan plaatsen. Pas wanneer je het onbekende een beetje hebt veroverd, krijgt het de kans zich voor je ontvouwen.

(Ik wist toen nog niet dat de herfst nog veel meer, en nog veel mooier licht voor me in petto had, dat wist ik pas twee dagen later, in een trein van Praag naar Berlijn die Robert Schumann heette. Vooral het deel tussen Praag en Dresden was adembenemend, omdat de zon was doorgebroken en omdat we langs de Elbe reden, maar dan ook vlák langs, met links oprijzend kale zwarte, met netten overspannen rotswanden en rechts de rivier, en met achter die rivier beeldvullende oude bergen, begroeid met bomen in herfstkleuren, en achter die bergen vagere bergen, en op de smalle strook tussen rivier en bergen oude landhuizen en hier en daar een dorp; alle huizen in oude pastelkleuren, en alles in een glinsterend zacht ochtendlicht, licht dat zelf ook weer licht geeft, licht dat werd uitgegoten en niet ophield; bij bochten in de rivier valleien waar het licht ín werd gegoten, zodat de weilanden zacht oplichtten tegen de donkerder bomen op de oprijzende hellingen daarachter – het was een landschap waar de camera van mijn telefoon zich met een gelaten glimlach van afkeerde, ‘je kan dit wel willen vastleggen, maar dat gaat natuurlijk niet lukken jongen, geef het op, geef het op’ – en hij schakelde zichzelf  resoluut uit, als iemand die alleen wil worden gelaten met zijn machteloosheid. Het was een magnifiek uitzicht en het ging maar door, die hele twee uur van Praag naar Dresden, door wat het hart van Europa is. Voor mijn generatie heeft dit deel van het continent altijd opgesloten gezeten in de term ‘Oostblok’, waardoor we onwillekeurig de indruk kregen dat het ver naar het oosten lag, al bijna in Rusland, maar ook toen was het ’t midden, net als daarvoor; wij wonen ergens aan de rand.)

 

4

Na het Dansende Huis en het uitzicht op de Burcht lopen we in het gouden namiddaglicht door naar de Oude Stad, ik word meegenomen naar De Gouden Tijger, een van de cafés waar Bohumil Hrabal vaak kwam en waar Chrétien hem begin jaren negentig nog heeft zien zitten; er hangt een reliëf van zijn hoofd, en een foto waarop hij met Clinton en Havel aan een tafeltje zit. Het is een café met een eenvoudig concept: je schuift aan een van de lange tafels aan en zodra je zit wordt er een groot glas Pilsner Urquell voor je neergezet, en als dat op is, wordt er meteen een nieuwe voor je neergezet. Ze hebben maar één soort bier, alleen als je iets wilt eten hoef je iemand aan te spreken, voor de rest gaat alles vanzelf, ze houden je score bij op een papiertje. Ik onderwerp me aan het proces, hier om alcoholvrij bier vragen lijkt me geen goed idee, en even zijn we heel gelukkig. Het is een wonder dat wij niet zingen.

 

5

Toen het er nog hing ben ik nooit achter het IJzeren Gordijn geweest en soms vind ik dat jammer, alsof het communistische Praag op de een of andere manier echter zou zijn dan de toeristenstad van nu. Zo heb ik haar vroeger leren kennen uit kranten en uit geschiedenisboekjes, het is het Praag waarmee ik begon. Maar in de geschiedenis van de stad is het communisme een korte episode en de stad heeft niets te maken met de manier waarop ik haar heb leren kennen. Het communistische Praag is er niet meer, de bijna lege straten uit de fotoboeken over Kafka zijn er niet meer, dat hele sepiakleurige Praag is er niet meer, nooit geweest ook, het is een robuuste stad, in kleur. Niet heel erg toegankelijk, al doen die drommen toeristen anders vermoeden. De gevels zijn imponerend, niet uitnodigend, het is geen stad die je zelf haar sleutels overhandigt en door haar knieën zakt om je het sleutelgat te wijzen. Zoek het zelf maar een beetje uit.

Wanneer je logeert bij iemand die de stad kent heb je het voordeel dat je niet alles zelf hoeft uit te zoeken en ook in andere delen dan het centrum komt en zo krijg ik ook Žižkov te zien, een negentiende-eeuwse arbeiderswijk die over een paar jaar waarschijnlijk ook geheel gegentrificeerd zal zijn, maar waar vooralsnog nog niet alle hoogoprijzende gevels van nieuwe verflagen zijn voorzien. Er lopen Tsjechen over straat, er zitten Tsjechen in de tram, muren bladderen, er zijn ramen dichtgetimmerd, gaten tussen de huizen zijn niet opgevuld.  Er is nog verval, en dat verwarren we al gauw met authenticiteit. Maar authentiek zou deze wijk pas zijn als ze als vervallen arbeiderswijk was gebouwd. Authenticiteit en nostalgie moet je uit elkaar zien te houden. Verlangen naar verval is verlangen naar het verval van anderen. Zo gaan we op een pijnloze manier de confrontatie aan met ons eigen dreigende verval: we projecteren het op objecten buiten ons. We kijken naar ons eigen verval, geprojecteerd, weggestuurd en van veilige afstand bekeken. We kijken dus naar onszelf, en het beste is natuurlijk om zodra je de deur uit bent niet meer naar jezelf te kijken, maar naar iets anders. Zo lang je naar jezelf kijkt, zijn steden onzichtbaar.

 

6

Midden in Žižkov staat de televisietoren van meer dan tweehonderd meter hoog die je overal in Praag kan zien staan, gebouwd in de jaren tachtig. Een veel bekritiseerd bouwsel, en je kan je ook wel voorstellen waarom, het is een onsubtiel voorbeeld van laat space-age brutalisme, maar ik hou van die stijl – ook als die voorliefde niet vrij van praag 10a tv torenpraag 10b tv torennostalgie, want het patina van de tijd is over dat brutalisme uit de jaren zestig tot tachtig heen gegaan, het nieuwe is eraf, en dus ook de dreiging. Dat geldt ook voor deze toren, die erbij staat als een gedomesticeerde, beetje domme dinosaurus – en toch zou hij nog ergens wat tanden over kunnen hebben, als je eronder staat ben je er niet helemaal gerust op, ergens zoemt toch unheimische dreiging rond. Gewoonlijk kruipen er wat babybeelden van David Černý over de toren omhoog, maar die zijn weg, wegens onderhoud, lees ik later. Dat vind ik niet erg, Černý is een populaire beeldhouwer in Praag maar ik vind zijn werk meestal wat al te onsubtiel, al bleek het grote uit draaiende segmenten bestaande Kafkahoofd dat ergens in het centrum staat in het echt toch sierlijker te zijn dan ik dacht.

 

7

In 1983 bracht Querido het Verzameld werk van Kafka uit in één band, een band van geel linnen met zwarte, licht verzonken letters. Een robuust boek van bijna duizend bladzijden dat ik vanzelfsprekend kocht, alsof deze editie alleen voor mij was bestemd. IMG_20171026_100559158Ik was twintig, god mag weten op welke leeftijd ik anders aan Kafka was begonnen. Natuurlijk is Kafka gevaarlijk als je jong bent, omdat je die vervreemding zo graag omarmt – op die leeftijd denken we voortdurend dat we als een monsterachtig ongedierte ontwaken, dat we hongerkunstenaars zijn die nooit iets hebben gevonden wat smaakt, en de labyrintische, onlogische bureaucratie van processen en kastelen zien we als eigenschappen van een wereld waar we nog niet bij horen en die ons wordt aangedaan, opgelegd. Maar wacht, kom op, ook als je twintig bent is er niets mis met literatuur waarin je je herkent. En Kafka’s werk is sterk genoeg om herlezen te worden, ook in de prozaïsche latere jaren waarin je elke ochtend als mens wakker wordt en daarna gaat ontbijten. Ik ben niet zo van de literaire pelgrimages (ik ben sowieso niet van pelgrimages, ik ben niet eens van het reizen, het is geen wonder dat ik nu pas voor het eerst in Praag ben) en ik ben in Praag niet op zoek naar Kafka. Maar als we na de televisietoren met de tram naar de Joodse begraafplaats aan de rand van Žižkov gaan en praag 12 bij graf kafkaik aan zijn graf sta, ben ik toch geraakt. Omdat ik ver van huis ben, en omdat ik zijn werk al zesendertig jaar ken, en omdat hij als ‘dr. Franz Kafka’ staat vermeld, niet alleen op de eenvoudige, iets uitlopende grafzuil maar ook op de bordjes die naar dat graf leiden. Zijn later overleden ouders staan ook op die zuil, en op een apart bordje staan de namen van zijn drie zussen die in concentratiekampen zijn omgekomen. Wat voor steden geldt, geldt ook voor schrijvers: voor je het weet zijn ze onzichtbaar omdat je naar jezelf kijkt. Maar ik kijk hier niet naar mijn eigen graf. Hier ligt dr. Franz Kafka die onderdeel is van een familie, wat wij van hem vinden is eigenlijk elders.

Dit bericht werd geplaatst in leven, lezen en getagged met , , , , , , , , , . Maak dit favoriet permalink.

Een reactie op ik kan nu niet praten (ik sta in het paleis)

  1. Dit is op Weblog van Chrétien Breukers herblogden reageerde:
    Rob van Essen maakte kennis met Praag.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s