amore mio

DSCF2773 IMG_20170613_094559490  Foto op 06-08-17 om 10.40 #2

De Italiaan was op de juiste tijd op de juiste plek. Hij had met zijn vriend zijn kat laten inenten en stond af te rekenen aan de balie toen Sawa haar magere kopje uit de reismand stak en klaaglijk miauwde, de onpersoonlijke, vreemd harde miauw die ze had na de epileptische aanval van een dag eerder; daarna was ze zo hard achteruit gegaan dat Metsike en ik op zaterdagochtend in allerijl een dierenartspraktijk hadden moeten zoeken die open was en waar ze haar konden laten inslapen.

Gelukkig vonden we er een. E. reed ons ernaar toe. Met z’n drieën zaten we op een rijtje in de wachtkamer, Metsike met de reismand op schoot. Toen Sawa zo hard miauwde, keerde de Italiaan zich meteen naar ons om. Jong nog, jonger dan wij. Hij zag het kopje van Sawa, riep ‘Amore mio!’ en stak zijn hand naar haar uit. Maar Sawa zag niet zoveel meer. De hele ochtend was ze overal tegenaan gebotst, we hadden met haar op bed gezeten en haar tussen onze armen beschermd tegen haar eigen gedwaal. De Italiaan zakte door zijn knieën en wilde haar aaien, maar hij trok geschrokken zijn arm terug toen hij Metsikes betraande gezicht zag, en hij schrok nog meer toen hij hoorde waarvoor we kwamen, en dat Sawa al zeventien was, want ze leek nog zo jong – zelfs broodmager, na een jaar nierfalen, zag ze er nog niet oud uit, en had ze nog steeds dat mooie kopje van een lynx, behalve dan dat ze geen pluimpjes op haar oren had. De Italiaan bleef voor haar zitten en praatte tegen haar, met zachte, lieve woordjes, en hij praatte tegen ons, en hij kwam overeind en wenste ons sterkte, meelevend, op de goede manier sentimenteel, flamboyant tot aan zijn kleurige kleding en goed gestyleerde hipsterkapsel-met-baard aan toe.

En als dit een filmscène was geweest, kon je het alleen maar eens zijn met de beslissing van de regisseur om juist hier, op dit moment, in deze kleine wachtkamer, een kort optreden in te lassen van een flamboyante Italiaan. Niet als comic relief – er viel niets te lachen en er móést ook niet worden gelachen, zelfs niet als afleiding, om de scène minder zwaarte te geven – maar om het verdriet uit te drukken, te personificeren en te kanaliseren. Het verdriet van anderen; zíjn verdriet zou het niet worden, hij stond op het punt om met zijn vriend en hun gezonde kat weer naar huis te gaan. In de film zou hij de intermediair zijn tussen de kijkers en de ongewilde hoofdrolspelers die op een rijtje op de stoelen langs de muur zaten, en zo zou hij de doorgever van het verdriet zijn; maar hij gaf het verdriet ook aan de hoofdrolspelers terug, openbaar gemaakt, ge-uit, verklankt en daardoor misschien iets beter verteerbaar; verwezenlijkt verdriet deelde hij uit en hij wist het zelf niet eens.

Het gaat om een bijrol van een paar minuten, maar dit is een belangrijk moment, zou de regisseur zeggen, laten we er een Italiaan van maken, en hij mag het best een beetje aanzetten, het mag best een beetje over the top, laten we niet te voorzichtig zijn, het hoeft in deze scène allemaal niet zo ingehouden, júíst niet – en hij zou zo ontzettend gelijk hebben dat hij nog jaren later brieven kreeg van kijkers die hem juist voor deze kleine scène prezen en bedankten.

 

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in leven en getagged met , , , , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s