in de wolkerstuin (6): hoe ik mijn verjaardag vierde

wolkerstuin 9  wolkerstuin 6 wolkerstuin 7 wolkerstuin 8

Wanneer ik op zaterdagochtend naar de muziekkapel achter het clubhuis loop om te internetten is het opeens druk op de tuin. Overal zijn mensen met tuingereedschap in de weer, ze maaien, schoffelen, wieden, of baggeren, in groepjes of apart: de verplichte uren gemeenschappelijk werk. Aan de rand van het eiland kom ik Wim Hemker tegen, hij is met een grote gemotoriseerde maaier een rietkraag aan het beteugelen. ‘Ja,’ zegt hij met zijn ironische lachje, ‘ik laat dit liever door anderen doen, maar die zijn er niet meer, of ze zijn dood.’ Hij kijkt in de verte, waar een paar mannen naderen met tuingereedschap. ‘Kijk, daar komen ze,’ zegt hij terwijl hij zijn ogen samenknijpt, ‘misschien zelfs met het juiste gereedschap.’ Even verderop staan drie vrouwen gemaaid gras bij elkaar te harken. Tenminste, één harkt, de andere twee staan, leunend op hun hark, rustig met elkaar te praten. Je kan je meteen de ergernis voorstellen die in het hoofd van die harkende vrouw groeit, en de soortgelijke kleine ergernissen die op dat moment in vergelijkbare situaties overal op dit complex ontstaan. En weer uitdoven – maar niet zonder minieme littekens achter te laten; het mag hier een paradijsje zijn, maar dan wel van ná de zondeval.

*

Wanneer ik aan de schrijftafel aan het werk ben, zie ik een ekster de tuin in vliegen, met iets in zijn bek dat lijkt op een geroosterde boterham. Hij gaat ermee naar de meest rechtse van de drie groentebakken en begint verwoed zand op te werpen. Is hij het ding nou aan het begraven? Als hij weg is ga ik even kijken. Ik zie niets, maar als ik wat zand weghaal, zie ik zijn buit liggen, geen geroosterd brood maar een groot stuk knäckebröd met sesamzaad. Ik gooi het zand er weer overheen. Benieuwd of ik hem nog terugzie – al zal ik deze ekster niet van andere eksters kunnen onderscheiden.

*

Weer een jaar erbij en ’s avonds komen Metsike en Dik eten, M. komt spontaan langs voor een kopje thee. Het is een mooie avond, wanneer ze vertrekken is de zon al onder en moet ik mee om de poort voor ze  te openen. In de hoge bomen langs de Vroegopsingel roept een bosuil, een mooi geluid, van hol fluweel, onwerelds – nee, niet onwerelds, niet van onze wereld; wel van de wereld van die uil, uiteraard. Het geluid gaat letterlijk over onze hoofden heen. Ik doe het hek weer dicht en loop terug door de verlaten lanen, beschenen door de wassende maan. Als ik terug op de tuin ben, straalt die maan tussen de twee coniferen door, als een schilderij van Matisse dat geen surrealisme of beeldgrap nodig heeft – het is allemaal al wonderlijk genoeg in het echt.

*

Het enige probleem hier in het huisje is het hete water: de geiser werkt soms wel, maar vaak ook niet. Er zijn al verschillende mannen naar wezen kijken om iets te vervangen of om ergens venijnige tikjes tegenaan te geven, en als ze vertrekken doet de geiser het prima, maar een dag later is het weer mis. Zou een aardig vervolgverhaal kunnen worden: ‘De mannen die naar de geiser komen kijken’. Vooralsnog een verhaal zonder plot.

*

Waar dit breed opgezette maar toch kleinschalige sociaaldemocratische paradijs me ook aan doet denken, wanneer ik in alle rust over de lanen loop, langs de met groen omwoekerde tuinhuisjes: de Gouw, het domein waar bij Tolkien de hobbits wonen. Een vreedzame wereld waar alles eerder is gericht op onderhoud en de eeuwige terugkeer van de seizoenen dan op verandering. Terwijl achter de bomenrijen die het complex begrenzen de nieuwe torens oprijzen van waaruit Saruman zijn begerig oog op het paradijs laat vallen (zoals je zou kunnen beweren als je van een eenvoudig goed-kwaad schema wil uitgaan).

*

 Vanmorgen zie ik een ekster op de linker groentenbak landen, waar hij meteen verwoed begint graven. Je zit verkeerd, wil ik hem toeroepen, je knäckebröd ligt in de rechterbak, maar hij graaft iets op en eet – knäckebröd, zo te zien. Later kijk ik even in de rechterbak – daar is niets meer te zien. Alsof me de ekstervariant van een goocheltruc is voorgeschoteld. Kijk, u dacht dat het knäckebröd in de rechterbak lag, maar…

 

 

 

 

 

 

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in amsterdam, lezen, schrijven en getagged met , , , , , , , , , . Maak dit favoriet permalink.

4 reacties op in de wolkerstuin (6): hoe ik mijn verjaardag vierde

  1. Debbie zegt:

    Alsof ik er zelf ben, zo beeldend beschrijf je het verblijf daar ;-). Heel mooi. En alsnog gefeliciteerd!

  2. Rob van Dam zegt:

    Van harte. De tuin heeft je nu al het belangrijkste geleerd wat een mens kan ontdekken: ”Het is allemaal al wonderlijk genoeg in het echt.” Meer hebben we niet nodig.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s