benaderingen (18)

 

brussel 49Ik heb hier geleerd alleen te eten. In restaurants bedoel ik, thuis draai ik er mijn hand niet voor om. Nooit eerder zat ik in m’n eentje op m’n gemak in restaurants, misschien hielp het dat ik me in een vreemde stad bevond. Misschien voel je je daar minder gezien. Het gaat er niet om dat je in een vreemde stad geen bekenden kan tegenkomen met de daarbij behorende angst dat ze je zielig gaan vinden (als ze deugen vragen ze gewoon of bij hen aanschuift) – in een vreemde stad kom je jezelf minder tegen, omdat je daar zelf ook een ander bent. Maar het is vooral een kwestie van gewenning. Als je bijna elke avond buiten de deur eet wordt het vanzelf normaal, op een gegeven moment zie je jezelf niet meer vanuit een camerastandpunt aan dat tafeltje zitten maar zit je daar gewoon.

En er zijn, zoals altijd, eenvoudige richtlijnen. Kies iets laagdrempeligs. Ooit zal ik in volkomen gemoedsrust restaurants binnen lopen met smetteloos wit linnen, kristallen glazen en obers als knipmessen (waarin bovendien een kurkentrekker schuilgaat) maar niet in dit leven. Kies een tijdstip waarop het niet al te druk is, tenzij je je wilt onderdompelen in de massa, maar ik gedij beter in half lege restaurants. En ja, inderdaad: neem een boek mee. Maar niet om onder het eten te lezen, onder het eten moet je eten, en een beetje om je heen kijken (bijvoorbeeld naar het ingelijste en van binnenuit verlichte diorama van een besneeuwd berglandschap bij de Thai op de Praetstraat waarin steeds weer dezelfde twee in rode jassen gehulde skiërs de helling komen afdalen, steeds weer in hetzelfde, net iets te trage tempo, en met nét iets te houterige bewegingen); het boek dient alleen om de tijd te overbruggen tussen je binnenkomst en het ontvangen van het menu, tussen het doorgeven van je keuze en het moment dat die keuze wordt opgediend, tussen  het vragen om de rekening en het moment dat die je wordt gebracht.

Romans zijn voor dit soort exercities niet geschikt, je kan beter een bundel met korte stukken meenemen, Marcus Aurelius bijvoorbeeld, of, nog beter, Hagakure, The Book of the Samurai, waarin staat te lezen dat je je leven als voorbij moet beschouwen zodra je het huis verlaat: wat er daarna ook gebeurt, je bent ‘al bij voorbaat dood’. Dan kan je verder betrekkelijk weinig meer gebeuren, ook niet als je in je eentje in een restaurant zit.

Leg onder het eten het boek altijd met de voorkant naar beneden op tafel. Als je het pontificaal met de cover naar boven neerlegt, voed je de vage, nooit helemaal aan jezelf toegegeven hoop dat iemand die langsloopt bij je tafeltje stil blijft staan, op het boek tikt en zegt: ‘Dat is een heel goed boek, dat heb ik ook gelezen’ (en dan liever iemand van het personeel dan een gast), want ook al zit je onderhand volkomen op je gemak in je eentje te eten, je diepste wens is toch te worden herkend, erkend en uitverkoren. Het zal niet gebeuren.

Behalve dan afgelopen week in de al genoemde Thai in de Praetstraat, toen de tanige, magere Thaise ober in zijn strakke zwarte T-shirt (die met zijn scherp gesneden gezicht en zijn strenge gezichtsuitdrukking in een film algauw als meedogenloze gangster zou worden gecast, en die (de ober, niet de gangster), toen ik hier eerder at bijna struikelde over een tas die een jonge vrouw die deel uitmaakte van een luidruchtig Vlaams gezelschap achteloos achter haar stoel had neergezet, en die (de ober) toen even van plan leek om met vertrokken gezicht naar dat meisje uit te halen, wat achteraf nog wel te billijken was toen datzelfde meisje een paar minuten later een borstel tevoorschijn haalde en uitgebreid haar lange haren begon te borstelen terwijl aan een tafeltje vlak achter haar een Amerikaan zat te eten, die gelukkig te zeer verdiept was in zijn telefoon om te merken wat er allemaal zijn kant op kwam waaien) toen die ober dus bij mijn tafeltje bleef staan, het boek oppakte dat ik per ongeluk  met de voorkant naar boven had neergelegd, er even een blik op wierp en toen met snauwerige dictie vroeg: ‘Samoerai?’ Ja, zei ik, samoerai. ‘In English?’ Ja, in het Engels. Hij keek er nog even naar, wierp het weer terug op tafel en beende naar de keuken. Ik weet niet wat hij daar heeft verteld, maar toen ik later naar zijn jongere collega gebaarde dat ik wilde afrekenen, stak die  breed lachend zijn duim naar me op en toen ik even later het bedrag naar boven afrondde, glimlachte hij vriendelijk en zacht, alsof we elkaar al jaren kenden, en liet hij zijn vingers met een liefdevol en verrassend intiem gebaar even op mijn bovenarm rusten. Dat was me daar nog niet eerder overkomen.

 

 

 

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in brussel en getagged met , , , , . Maak dit favoriet permalink.

2 reacties op benaderingen (18)

  1. Rob van Dam zegt:

    Een blocnote plus pen naast je bord doet wonderen als je in je eentje buiten de deur eet! Men zal denken dat je de boel komt beoordelen en hopen dat je met sterren gaat strooien.

    • Restaurantcritici komen zelden alleen, Rob – ze nemen iemand mee zodat ze meer verschillende schotels kunnen beoordelen… Dus eenzame krabbelaars aan restauranttafeltjes zijn doorgaans dichters. (Vloog dit restaurant/ Nu maar in de brand.)

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s