moordplannen

 

Ik zat me gistermiddag dood te vervelen bij Once Upon a Time in Hollywood, de nieuwe film van Quentin Tarantino, en tegelijkertijd vloog de tijd voorbij, dus blijkbaar zat ik geboeid te kijken. Ik zat me geboeid te vervelen – dat heb ik nog niet eerder gehad bij een film, geloof ik.

Het zag er dan ook allemaal erg mooi uit, dat Los Angeles van 1969. Als deze film, zoals je overal leest, Tarantino’s liefdesverklaring aan LA is, dan heeft hij dat goed gedaan, en waarom zouden wij er dan ook nog geboeid naar moeten kijken, liefdesverklaringen zijn doorgaans uitsluitend bedoeld voor de direct betrokken partijen, ik hoop dat Los Angeles ervan genoten heeft.

Ik keek dus als buitenstaander naar die in stoffig, vergeeld zonlicht badende stad en dat mijn verveling zich niet verveelde kwam omdat ik dacht dat de breed opgezette scènes die ik zag een verhaal zouden gaan vormen. Toen het verhaal eenmaal begon, viel het tegen en was het ook snel afgelopen. Tarantino houdt zo van het eind-jaren-zestig-Hollywood dat hij een alternatieve geschiedenis biedt voor een van de meest gruwelijke gebeurtenissen uit die tijd – en mij bekroop de oneerbiedige vraag of dat eigenlijk ook niet een beetje kinderachtig is. Aan de andere kant, meer dan Sergio Leone met Once Upon a Time in the West en Once Upon a Time in America neemt Tarantino de consequentie van zijn titel en vertelt hij inderdaad een sprookje. En als je dat beseft, val je ook niet meer zo over de karikaturale trekjes van de personages en van het geweld – al maken die trekjes de film er ook weer niet beter op, sprookje of niet.

Ik zag de film in een bovenzaaltje, met een stuk of vijftien andere bezoekers. Na twee uur ging de zaaldeur open en stommelden een man en een vrouw naar binnen, allebei op leeftijd, allebei omgeven door die rinse, altijd licht verontrustende geur van geconsumeerde en weer uitgezwete alcohol; licht verontrustend omdat je, zeker in een afgesloten ruimte, weet dat die geur de voorbode is van gedoe en onrust.

Ze gingen in mijn rij zitten, vlakbij, één lege stoel tussen mij en de vrouw. ‘Is het al lang bezig?’ vroeg de vrouw. ‘Twee uur!’ zei ik zacht maar met enige nadruk, in de hoop dat zo van deze mededeling zouden schrikken dat ze meteen weer opstonden en vertrokken.

‘Twee uur!’ zei de vrouw tegen de man. Ze nestelden zich in hun stoelen en gingen er eens goed voor zitten. ‘O, dat is Leonard DiCaprio,’ zei de vrouw. Op de een of andere manier dacht ik dat ze een echtpaar waren, ik weet niet waarom, een alcoholisch echtpaar dat na een alcoholische lunch de bioscoop was binnen gelopen en ongezien de trap naar het bovenzaaltje had genomen. De vrouw verschafte haar man nadere informatie over DiCaprio. Ze fluisterde op de manier die bij mensen die niet gedronken hebben gewoon ‘hardop praten’ heet. Ik maande haar sissend tot stilte, ze verontschuldigde zich maar het hielp maar even, er was nog veel meer te vertellen over wat ze zag, en ze hield ervan haar man op de hoogte te houden. Haar toon was verzorgd en beschaafd, wat me verraste – blijkbaar ga ik ervan uit dat mensen die ’s middags dronken bioscoopzalen binnenvallen plat praten. ‘Kijk,’ zei ze toen op het scherm een groepje in het zwart gehulde jongeren verscheen, ‘dat zijn zeker de moordenaars.’

Het was natuurlijk niet te doen. Je voelde de spanning in de zaal toenemen. Ik had maar een paar mensen in beeld en dan nog in silhouet, maar ik voelde de spierspanning van alle aanwezigen, de groeiende ergernis die vooralsnog in onze lichamen opgesloten bleef, de machteloze woede – en het onvermogen die gezamenlijk te uiten. We waren allemaal verenigd in onze verontwaardiging maar een groep zouden we nooit worden, het was ieder voor zich. Elk van ons moest de afweging maken: ga ik wat doen, negeer ik ze, haal ik er iemand bij? Wat mij betreft: ik wist niet dat ik zoveel ergernis kon bergen. Adem in, adem uit, mildheid, mildheid, concentreer je op het scherm – maar mijn innerlijke boeddhist was spoorloos, die had meteen toen het echtpaar binnenkwam de slippen van zijn pij opgetild en het op een rennen gezet, nog voor de zaaldeur weer was dichtgevallen stond hij al buiten.

Na nog een paar aanmaningen uit de zaal riep een man die even verderop in de rij zat woedend en afgemeten of ze nu eindelijk eens hun kop wilden houden, en dat hielp. Maar de mogelijkheid dat het harde gefluister elk moment weer zou kunnen beginnen, zorgde ervoor dat de spanning in de zaal bleef hangen, zonder dat er iemand kon ingrijpen of er iemand kon bijhalen, want er gebeurde niets. De discrepantie tussen het geweld op het doek (want het waren inderdaad jongeren met moordplannen) en de onmacht in de zaal trof me – wij konden niets doen, wij zouden niets doen, aan geweld viel niet te denken. Toch luchtte het nare geweld op – omdat het me tegenstond, omdat het ieders aandacht absorbeerde, ook die van het dronken echtpaar, en omdat ik dacht: nu is het gauw afgelopen.

Tijdens de aftiteling begon de vrouw weer druk te praten. Het was jammer dat ik daar niets van kon zeggen, er zat nog van alles in me dat eruit moest: schaamte over mijn relatieve passiviteit, de onvervulde en nu niet meer te vervullen neiging ze de les te lezen en ze besef bij te brengen van de spanning die ze hadden veroorzaakt, het idee dat ze er niet zo licht van af mochten komen. Tijdens de laatste drie kwartier van de film waren zij de enige ontspannen kijkers geweest, en dat moest eigenlijk alsnog worden gecompenseerd. Ze hadden het leuk gehad, de film hadden ze ook prima kunnen volgen, net toen ze binnenkwamen begon het verhaal een beetje op gang te komen.

Blijkbaar was het open huis in de bioscoop, want terwijl de aftiteling nog liep, kwamen al mensen binnen voor de volgende film. Het dronken echtpaar draaide zich om naar twee jonge vrouwen die achter hen waren komen zitten en vroegen: ‘Gaan jullie ook deze film zien?’ Nee, de vrouwen gingen naar Instinct, die zou zo beginnen. O, waar ging dat over? De vrouwen vertelden er iets over. Dat leek het echtpaar wel wat, die film, en tevreden nestelden ze zich weer in hun stoelen.

 

 

Dit bericht werd geplaatst in film en getagged met , , , , , . Maak dit favoriet permalink.

2 reacties op moordplannen

  1. Rob van Dam zegt:

    Bioscooppubliek: the horror, the horror! (En volgens Mulisch stinkt het.)
    Overigens, Rob: ik ben net terug uit het klooster en geloof me, een pij heeft geen slippen.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s