zeven fokking euro

 

Toen ik om elf uur ’s avonds klaar was op Crossing Border liep ik door een druilerig en donker Den Haag terug naar het station. Onderweg kwam ik J. tegen, die even over was uit de stad B. in het land N. Ook hij was naar Crossing Border geweest, ook hij was onderweg naar het station, ook hij moest naar Amsterdam, we reisden samen verder. Er reden alleen sprinters naar Amsterdam Centraal, zo waren we meer dan een uur onderweg, in een traag oprukkende, bij elk station voller wordende trein, lang niet iedereen kon zitten.

We waren zelfs nog langer onderweg dan gepland, doordat er een jonge vrouw met een fiets was ingestapt, niet ver van waar wij zaten. De vrouwelijke conducteur die even tevoren onze plaatsbewijzen had gecontroleerd kwam langs en hield de jonge vrouw voor dat die fiets daar niet kon staan en dat ze naar binnen had moeten gaan bij de deur met het fietslogo. Ja maar, zei de jonge vrouw, daar was het heel vol, ze lieten me gewoon niet binnen daar! Toch kon die fiets hier niet blijven staan, zei de conducteur, hier was het ook vol. Ondertussen waren we gestopt op station Sassenheim. Ze moest met die fiets naar de fietsdeur. Ja maar dat zeg ik u toch, daar was het te druk! Toch moet uw fiets hier weg, dat kan echt niet zo, niemand kan er hier door, dat is gevaarlijk. Ja maar bij die andere deur…! Als er geen plaats is moet u niet instappen met uw fiets. Ja maar ik heb zeven euro betaald voor een fietskaartje! Die fiets moet nu naar buiten. Ja maar…

De gemoederen liepen hoog op. De trein bleef staan, omstanders begonnen de jonge vrouw terecht te wijzen, wat haar verontwaardiging alleen nog maar vergrootte. Ze werd kwader en kwader, ze had zeven euro voor een kaartje betaald alleen al voor die fiets en bij die andere deur hadden ze haar er helemaal niet door willen laten en… Zo nu en dan werd ze bijgestaan door de vriend die ze bij zich had. De conducteur bleef herhalen dat die fiets hier niet kon staan, de vrouw bleef op hoge, verontwaardigde toon herhalen dat ze niet anders kon en dat ze ervoor betaald had.

Het was laat, iedereen wilde naar huis, dit was het laatste wat we nodig hadden. Toch ontstond in de trein niet eenzelfde machteloze spanning als laatst bij dat dronken echtpaar in de bioscoop, uit de vorige blogpost. Hier vormden alle andere aanwezigen wel een groep. De ruimte was verlicht dus we konden elkaar zien; de trein was vol, dus we bevonden ons binnen elkaars bereik. We konden hoofdschuddend blikken en korte observaties uitwisselen met mensen om ons heen, om de spanning te relativeren. J. en ik doodden de tijd door op zachte toon het meningsverschil tussen de jonge vrouw en de conducteur samen te vatten en te becommentariëren. ‘Blijkbaar moet bij dergelijke conflicten elk argument zeven keer worden herhaald,’ zei ik, ‘en wist jij dat een fietskaartje zeven euro kostte?.’ ‘Zeven fokking euro,’ zei J., die beter had opgelet dan ik.

De trein bleef staan, er kwam een andere conducteur bij, alle argumenten werden nog eens herhaald, en daarna begeleidde de tweede conducteur vrouw, vriend en fiets alsnog naar de fietsdeur even verderop, waar nu blijkbaar wel plaats werd gemaakt. Daarna gingen we rijden en leek alles weer normaal.

Na een paar minuten worstelde de jonge vrouw zich langs de staande passagiers in het gangpad naar voren, op weg naar de vrouwelijke conducteur, die nog steeds bij de deuren stond waar de fiets in de weg had gestaan. Ze kwam verhaal halen, en dat deed ze ook, op hoge toon. Hoe had de conducteur tegen haar kunnen zeggen dat..  Waarom had ze niet willen inzien dat…  Ze wond zich steeds meer op, de conducteur bleef afgemeten antwoorden en wij, de passagiers verbaasden zich over deze toegift, we konden allemaal naar huis, de vrouw zelfs mét haar fiets, alles klopte nu toch?

We bereikten station Hoofddorp. De vrouw was inmiddels zo opgewonden aan het schreeuwen dat de conducteurs (de collega was er nu ook bij) haar bevalen uit te stappen. Daar werd de vrouw niet meteen rustiger van. Maar ze moest er nu echt uit anders kreeg ze een boete. De andere conducteur liep over het perron langs de trein en even later zag ik vanaf mijn zitplaats bij het raam hoe er een fiets uit de trein werd geduwd. De vrouw en haar vriend stapten uiteindelijk ook uit, briesend.

We reden weer verder, nu was alles echt normaal. De kleine verbroedering tussen de passagiers ebde langzaam en gemoedelijk weg, tegen de tijd dat we in Amsterdam uitstapten werden hier en daar wat knikjes uitgewisseld om het tijdelijke deelgenootschap nog even te bevestigen voordat iedereen weer zijn of haar weegs ging en dat was het dan. J. en ik namen de metro naar de Pijp en praatten nog even na over wat we hadden meegemaakt.

Want waarom had de jonge vrouw zich helemaal vanaf de fietsdeuren weer naar de conducteur geworsteld om alsnog verhaal te halen? Wat was nu haar probleem geweest, alles was toch goed afgelopen? Ja, maar niet voor haar; die goede afloop was blijkbaar juist het probleem. Haar argumenten waren weggewuifd, ze was op haar nummer gezet, ze was zonder respect behandeld. En het was nog niet klaar. Ze was het slachtoffer van rigide, onbeschoft en onterecht toegepaste regelzucht geweest, maar zelfs als slachtoffer was ze niet serieus genomen, want het was nog niet klaar, de onrechtvaardigheid die ze ervoer moest nog worden bekroond en voltooid. Om haar slachtofferschap te vervolmaken ontbrak er nog één ding; en dus worstelde ze zich naar voren om haar straf te komen halen.

 

 

 

 

Dit bericht werd geplaatst in leven en getagged met , , , , , , , , . Maak dit favoriet permalink.

2 reacties op zeven fokking euro

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s