protesting against myself, of: ben je nu (eindelijk) tevreden?

 

1

Wat was kunst ook weer? Ik was een middag in Gent, ik moest mezelf drie uur in m’n eentje vermaken voordat er weer andere dingen zouden gebeuren, het regende en ik dacht: ik ga naar het Stedelijk Museum voor Actuele Kunst, kortweg S.M.A.K.

‘Hier is het droog,’ zei de vrouw die mij m’n kaartje verkocht, en dat is inderdaad een voordeel van musea: het is er droog. Ik stopte mijn tas in een locker en hing mijn natte jas aan een kapstok waaraan al meer jassen hingen. Kon ik het aan om rustig en geconcentreerd urenlang door het museum te dwalen terwijl ik wist dat in de garderobe werkelijk iedereen er met mijn jas vandoor kon gaan? Dat is een ander voordeel van musea: je kan er gratis je neurosen laten testen.

In de eerste zalen die ik binnenliep was een tentoonstelling gaande van de Roemeense kunstenaar Ciprian  Mureşan. Ik zag een videoscherm. In beeld stond een verrijdbare vuilcontainer waaruit een handpop stak met een bord in zijn hand. Zo nu en dan zag je de bovenkant van de schedel van poppenspeler (ongetwijfeld Mureşan zelf) die zich in de bak verborgen hield. De container stond in een rustige straat. De pop sprak repetitieve teksten uit die in het Engels werden ondertiteld. ‘I’m protesting against myself,’ zei de pop steeds, en dan volgde een regel waarin hij de reden van het noemde, een mengeling van morele en neutrale uitspraken. Omdat ik gewend ben geraakt aan de vuilcontainer. Omdat mijn haargrens opschuift. Enzovoort. Sluit je aan bij mijn protest. Van alles werken die ik die middag in het S.M.A.K. zou zien raakte dit (I’m protesting against myself, 2011) me het meest. Door het statische, licht hypnotiserende karakter, door de melancholie van de wat treurige stem en de stille straat, door het relativerende maar tegelijk tragische, zelfbeschuldigende karakter. Door de dubbelzinnige oproep Join my protest against myself.

IMG_20191214_143724002 IMG_20191214_143729300

Misschien had ik drie uur voor dat scherm moeten blijven zitten, maar ik liep verder, ik las het tekstbord waarop informatie over Mureşan was te vinden. Hij ‘hercontextualiseert voortdurend historische anekdotes, iconische kunstwerken, religieuze cultuurvormen en ontwricht op deze manier de welomschreven verhalen uit de (kunst)geschiedenis. Mureşans deconstructieve werkwijze typeert zowel zijn video’s en sculpturen, als zijn tekeningen en installaties.’ Dat was even slikken, en niet alleen door het jargon. Want het was waar. Zo was er een korte video waarin een scène uit het iconische kunstwerk Un chien Andalou van Luis Buñuel werd nagespeeld door geanimeerde karakters uit Shrek, en een zaal verder werden religieuze cultuurvormen gehercontextualiseerd door middel van een groot kamerscherm op rails. Door het taaie curatorproza zag ik ook opeens de zelfbeschuldiging uit I’m protesting against myself in communistisch perspectief. Maar dat wilde ik allemaal niet weten, ik wilde al die associaties niet,  ik wilde vrije kunst die vrij is in te vullen, ik wilde melancholische kunst waarop ik kon associëren zonder conclusies te bereiken, als de betekenis werd verwoord en aangereikt gold het niet meer. Maar misschien zijn dat allemaal kinderachtige en narcistische verlangens, want wilde ik uiteindelijk dan niet dat het werk over mij ging?

Een ironische conclusie ook, want verder door het museum dwalend bleek eens te meer dat veel kunst juist over de maker gaat, en over de kunst. Geen bordjes lezen in musea, dat kan helpen. Aan de andere kant, als ik curator was wist ik het wel, dan hing ik overal bordjes op met de tekst: Ja hoor, dit werk gaat óók al over jou. Ben je nu (eindelijk) tevreden?

 

2

Uiteindelijk won de wereld het van de kunst. Er was een Broodthaerskabinet, gewijd aan het werk van (inderdaad) Marcel Broodthaers, en die twee boven elkaar gelegen zaaltjes hadden ramen die uitkeken op een verbijsterend grote, geheel lege hal met een gietijzeren overkapping – een groot negentiende-eeuws station waar de sporen uit waren verwijderd en vervangen door tegels. De hal maakte geen deel uit van het museum, er was geen enkele deur of doorgang, het was een raadselachtige verschijning, ontzagwekkend, melancholisch stemmend ook, ik dacht: dit  is het grootste kunstwerk dat Kiefer nooit gemaakt heeft; maar die associatie kon ontstaan zonder dat de werkelijkheid het aflegde tegen de kunst. Verderop in het museum zag ik toen ik naar buiten keek een zonovergoten uitzicht over een tuin en een oude imposante gevel. Ook dat ingekaderde uitzicht maakte meer indruk dan de kunst binnen, en niet alleen (maar ook) omdat het buiten op glorieuze wijze droog bleek te zijn geworden. Er was geen ruimte voor vragen – zowel die mysterieuze stationshal als dat optimistisch stemmende uitzicht ging niet over mij, ik verlangde er niets van, erkenning bijvoorbeeld. Het feit dat ik het zag bewees dat het bestond, en ik ook, en dat besef vulde de hele ruimte.

 

3

Mijn jas hing er nog. Ook dat was nooit over mij gegaan. Als die was verdwenen was niet mijn jas gestolen, maar een jas.

IMG_20191214_143705217

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Dit bericht werd geplaatst in kunst en getagged met , , , , , , , , , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s