interview met mijzelf

Op de achterpagina van de boekenbijlage van De Standaard, De Standaard der Letteren, wordt elk weekend een schrijver door zichzelf geïnterviewd. Vorige week was het mijn beurt.

Ik las ergens dat je niet uitkeek naar al die corona-romans die momenteel ongetwijfeld geschreven worden. Waarom is dat?

O, kom op zeg, daar moet jij toch ook niet aan denken? Ik begrijp de mensen niet die zich daarop verheugen. Die vreemde drang om meteen alles wat we meemaken in literatuur terug te willen zien. Alsof het pas echt is gebeurd wanneer er een roman over is geschreven. Ik vind dat een zeldzaam idioot idee.

Is dat niet erg kort door de bocht? Het is toch ook zo dat…

O ja, het wordt in perspectief geplaatst hè, er wordt kunst van gemaakt. Dat is wat veel lezers van literatuur verwachten: dat ze iets zegt over de tijden die we meemaken, dat ze duiding geeft, dat we doordat de verbeelding erop is losgelaten, de werkelijkheid beter gaan begrijpen, en daarom onszelf.

Dat klinkt toch niet slecht?

Nee, nu ik het zo formuleer zou ik er zelf bijna ook nog in gaan geloven. Kijk, als je wilt  weten wat er nu gebeurt, moet je over vijf jaar de non-fictieboeken lezen die over deze periode uitkomen. En nu zijn er al dagboeken, voor als je niet kan wachten, van Octavie Wolters, van Ilja Pfeiffer…. Goed geschreven en erg nuttig om het allemaal weer in herinnering te roepen. Maar romans, waarom in godsnaam romans?

Waarom in godsnaam niet?

Volgens mij is het allemaal terug te voeren op die aloude, steeds weer terugkerende straatrumoer-discussie. De schrijver moet de straat op, uit zijn studeerkamer, we willen literatuur die weergeeft wat er in de maatschappij speelt, waar we doorheen gaan met z’n allen, anders wordt de literatuur irrelevant, ingeslapen, navelstaarderig. Maar valt je niets op?

Ja, je gaat steeds harder praten en loopt een beetje rood aan.

Het zijn altijd mensen die midden in de literatuur staan die dit soort dingen zeggen. Schrijvers, recensenten, doorgewinterde lezers…  Maar niemand van hen heeft ooit gedacht: goh, wat leven we in hectische tijden, ik wou dat er een roman verscheen die daarover ging zodat ik weet wat ik ervan moet denken. Ze hebben geen behoefte aan duiding, maar aan een beter zelfbeeld. Ze willen niet dat de literatuur de wereld weerspiegelt, maar henzelf. Ze zien zichzelf als mannen (het zijn vooral mannen volgens mij) die middenin de wereld staan, ze willen ook een literatuur die midden in de wereld staat. Stoere en actuele literatuur, daar worden we zelf ook een beetje stoer en actueel van. Literatuur die de actualiteit omhelst is de moeite waard, en als wij dat lezen zijn we ook de moeite waard. Het is niet alleen die straatrumoer-discussie, het is ook de aloude vraag naar het nut van literatuur. En die vraag komt voort uit vaag schuldgevoel. Is het wel nuttig wat we doen, al dat schrijven en lezen, betekent dat wel iets? Want actuele romans of niet, in werkelijkheid zitten we met z’n allen gezellig in de literaire bubbel en daar veranderen ook corona-romans niets aan. Al die kinderen die vroeger zo veel boeken lazen! Dit is er van ze geworden.

Jij was toch ook zo’n kind?

Nou en of, breek me de bek niet open. Ik was een lezend kind, net als al die anderen die in die bubbel zitten. Nou, dan weet je het wel. Terwijl de klasgenootjes hun sociale vaardigheden oefenden door samen te voetballen, te elastieken, touwtje te springen of doktertje te spelen, zat ik thuis te lezen. Pas later, op de middelbare school, op de universiteit, kom je een paar gelijkgestemden tegen, en voor je het weet maak je dan deel uit van een gewaardeerde subcultuur. Terwijl je het ook gewoon een verslaving kan noemen hè, dat lezen. De wereld kenden we niet, dus wilden we dat de literatuur die weerspiegelde, dan werden we alsnog mannen van de wereld, maar dan op veilige afstand. Misschien is dit het: we hebben de beste jaren van ons leven aan de literatuur vergooid, en nu willen we onze investering terug door van literatuur relevantie te eisen. Maar literatuur is niet relevant.

Hè? Echt niet?

Alleen op individueel niveau, tussen lezer en boek. Daar vindt de echte ontmoeting plaats, de vervoering, de ontroering, het plezier, wat al niet.

Dat klinkt hopeloos romantisch, toch?

Dat moet dan maar. Literatuur gaat in wezen tussen een lezer en een boek. En dan moet die lezer zich nog van veel ballast ontdoen, en het boek ook.

Maar je kan zowel lezer als boek toch niet isoleren, die bevinden zich toch in een bepaalde tijd, een bepaalde cultuur?

Toch kunnen ze daar ook buiten treden, al is het maar deels, voor even, al is het dan een illusie.

En de schrijver speelt geen enkele rol?

De schrijver is een noodzakelijk kwaad. Zonder schrijver geen boeken, maar daarmee is zijn of haar rol wel uitgespeeld. De schrijver is het materiaal waarvan de literatuur zich bedient om zich te manifesteren. De tubes die ze uitknijpt. Op het eind kan je ze openknippen om de laatste restjes eruit te schrapen maar daarna kunnen ze weg.

Sorry hoor, is dit niet gewoon gesublimeerde zelfhaat?

Wie weet, en wat dan nog? Schrijvers zonder zelfhaat vertrouw ik niet.

Ik wilde je calvinistische opvoeding er eigenlijk buiten laten, maar dit riekt toch naar …


Hou toch op. Het is een dubieus beroep, schrijver, het is helemaal geen echt beroep, soms denk ik dat we ontzettend boffen met z’n allen dat we zo serieus worden genomen, dat literatuur als verschijnsel zo hoog wordt aangeslagen.

Dat zal best, maar is alles wat je zegt in feite niet één grote manoeuvre om de aandacht af te leiden  van je eigen coronaroman-in-wording?  Ik bedoel, er zit in je laptop een mapje dat Grand Hotel Corona heet, is dat niet …

Nee, nee, dat is, eh, dat is heel wat anders, er is ook helemaal niet zo’n mapje, dit heb je gewoon verzonnen, nogal raar dit hoor, eerlijk gezegd.

.

Dit bericht werd geplaatst in Geen categorie en getagged met , , , . Maak dit favoriet permalink.

4 reacties op interview met mijzelf

  1. Ben zegt:

    Maar lezing van de Rabbit romans vond je op een zeker moment wel nuttig…

  2. Ze maken er zich tegenwoordig gemakkelijk vanaf die kranten. Interview jezelf. Haha. Ik dacht even dat je de interviewer een lel ging verkopen. Wie zou de kosten betalen? Niet De Standaard denk ik. Wat het interview zelf betreft: ik volg de schrijver wel. Romantiek, gezond verstand, zelfhaat (dat laatste hoeft niet echt, zelfrelativering is ook goed): like it. En die interviewer … die kwam bij mij niet meer binnen.

  3. Joke van Overbruggen zegt:

    Tja, wat moet ik hier nu op zeggen?
    Krijg maar geen Corona en schrijf vooral
    geen roman daarover, gatverdamme zeg

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s