een koetsje in je hart

Toen ik de vorige blogpost schreef, over De grachtengordel van Meijsing en De ontdekking van de hemel van Mulisch, was ik Kraken aan het lezen, een behoorlijk krankzinnige fantasyroman van China Mieville, en toen ik dat boek een dag later uit las, merkte ik tot mijn verbazing dat die roman op een bepaalde manier met De ontdekking van de hemel te vergelijken was – bij Mieville ging het niet om een God die uit onvrede over de wegen die de mensen waren ingeslagen zijn Tien Geboden terug wilde, maar (spoiler, spoiler) over een krankzinnige geleerde die met terugwerkende kracht Darwins evolutietheorie uit de wetenschapsgeschiedenis wilde verwijderen. Het zijn verder totaal verschillende romans, maar toch, je zou ze in de boekenkast bijna naast elkaar zetten om telkens wanneer je blik er op valt iets te kunnen mompelen als ‘nou nou, bien étonnés de se trouver ensemble’.

*

Maar eigenlijk wilde ik het over heel andere schrijvers hebben, of over een verschijnsel, iets dat je als lezer kan overkomen: dat je volledig bereid bent een schrijver goed te vinden en dat het dan toch niets wordt. Je bent niet zozeer bereid als wel voorbereid. Je was de naam van de schrijver al herhaaldelijk tegengekomen, jarenlang, telkens in veelbelovende contexten, het was een raadsel dat je hem nog niet gelezen had, het leek een interessante schrijver, misschien wel een geestverwant, een schrijver naar je hart; en je had dat hart al wagenwijd opengesteld, er reed zelfs al een koetsje naar binnen – maar dat koetsje was leeg; als je wilde dat de schrijver daarin zou zitten, moest je toch eerst daadwerkelijk diens werk lezen.

En als je dat dan uiteindelijk had gedaan, kwam er uit dat koetsje een bleek aardmannetje gestapt dat een beetje vreemd rook en raar uit zijn ogen keek.

Het overkwam me onlangs met Pessoa en Cioran.

Verleden jaar kocht ik eindelijk Het boek der rusteloosheid van Fernando Pessoa. Altijd al willen hebben, veel over gehoord, mensen wier smaak ik serieus nam prezen het: het moest iets voor mij zijn, dat kon niet anders. Mooie privé-domein uitgave dan ook nog, via boekwinkeltjes.nl tweedehands gekocht bij een antiquaar in Amsterdam. Toen ik van de zomer daar was heb ik het boek zelf opgehaald bij de verkoper, in een hoekje van Bos en Lommer waar ik nooit eerder was geweest, met straten vol wederopbouwblokken waar het optimisme waarmee ze ooit waren opgetrokken nog vanaf spatte omdat de zon zo mooi scheen, aardige man ook nog, die verkoper, ik fietste door naar de Sloterplas om het boek daar op een bankje open te slaan, zonlicht schitterde op het water, het boek lag goed in de hand, ik appte een foto van het boek naar L. in Brussel om dit kleine maar belangrijke geluk met haar te delen, ik bladerde door het fotokatern, het was een prachtige middag vol verwachting én innerlijke rust – maar ja, er stond ook tekst in het boek en daar ging het een beetje mis.

Wat kan ik ervan zeggen? Het klikte niet. Aantekeningen vol, ja, vol met wat, sombere zelfbeschouwing. Ik probeerde het te lezen als de roman die het in feite is, maar dat veranderde weinig. Ik wist dat ik iets las wat een lezer diep zou kunnen  raken, iets dat diezelfde lezer iets over zijn of haar eigen leven kon bijbrengen over berusting, lijdzame fierheid, tragische aanvaarding van het eigen lot, van ieders lot – maar ik was niet die lezer. Of niet meer. Er moest een manier zijn om deze tekst te lezen zonder dat het woord ‘zelfbeklag’ bij je opkwam, waar zich dan op een gegeven moment ook nog het bijvoeglijk naamwoord ‘koket’ voor wurmde, maar ik kende die manier niet. 

Wacht, ik pak het boek er even bij en sla het op een willekeurige plek open.

Het vereist enige geestelijke moed van een mens om onverschrokken te erkennen dat hij niet méér is dan een menselijk vod, een overlevende miskraam, gek op de rand van opname […]

Nee, dat gaat niet, ik word geestelijk moedeloos van zo’n opmerking. ‘Ach, wie zal mij redden van te bestaan?’ vind ik ook nog ergens, al bladerend.

Waar is mijn antenne voor het tragische gebleven, ik had dit veel eerder moeten lezen, op mijn vijfentwintigste, overdag met de gordijnen dicht, gezellig Joy Division erbij opgezet, dát was de goede tijd geweest voor dit soort zelfkwellende berusting, toen was ik daar oud genoeg voor, als lezer ben je als vijfentwintigjarige op je oudst…

*

Toch zie ik het ook als een gebrek van mezelf dat ik deze teksten niet weet te waarderen. Ik heb het boek bovendien bij lange niet helemaal gelezen, dus wat kan ik er nu eigenlijk over zeggen? Dat ik er zelf rusteloos van word, rusteloos genoeg om dit boek weg te leggen en een ander open te slaan; maar toch met enige spijt en een niet helemaal zuiver geweten.

Met Cioran ging dat makkelijker. Ik kocht, ook tweedehands, maar deze keer in Arnhem, Geboren zijn is ongemak, een van de in het Nederlands vertaalde boeken van de Roemeense filosoof-aforist, in een mooie synopsis-editie uit 1984. Ook deze schrijver zweefde al jaren in de wolk Veelbelovende Auteurs Aan Wie Je Door Eigen Laksheid Nog Niet Was Toegekomen, wat kon er mis gaan – nou, alles eigenlijk. Om er poëzie van te maken: ik schoot in de lach/ van zoveel zelfbeklag.

Ciorans aforismen waren kernachtiger dan die van Pessoa, maar niet beter. Een boek als een monotone dreun, bijna elk aforisme was een variatie op de titel, zodat je de man al na een paar onzalige pagina’s zou willen toeroepen: ‘Get over it!’ Natuurlijk heeft hij gelijk, geboren zijn is ongemak, zeker wanneer de luieruitslag toeslaat en de eerste tandjes doorkomen, maar kan je niet éven opkijken, naar buiten kijken? Van Cioran is bekend (maar deze anekdote verzin ik ter plekke) dat hij alleen maar naar buiten keek als het donker was, zodat hij in het raam de weerspiegeling van zijn eigen gezicht zag, en niets anders.

Dat het tussen Cioran en mij niet boterde kwam misschien ook uit het wat al te hagiografische nawoord dat de editie bevatte die ik had gekocht, geschreven door Fred Backus. Ergens citeert hij uit een brief van Cioran:

Ik heb in een dorp, niet ver van Nanter, enkele dagen als metselaar gewerkt. Alleen het handwerk kan me bevrijden van mijn onthopen. Voor de rest ben ik als Hadewijch: Mi gruwelt dat ic leve.

Was dan gewoon blijven door metselen, ben je dan geneigd te zeggen. Dat ‘enkele dagen’ klinkt toch een beetje aanstellerig, als een intellectueel die een middag lang helpt met de oogst om zich even verbonden te voelen met de landarbeider, en om die heerlijke spierpijn de volgende ochtend. Ik weet verder weinig of niets van Cioran, dus misschien doe ik hem met deze opmerkingen groot onrecht. Wie weet is hij toen van een steiger gevallen of waren na enkele dagen alle stenen op.

*

Maar iets weet ik toch wel over Cioran, want in De Groene Amsterdammer van 24 maart las ik een artikel van Marijn Kruk dat ‘De privileges van een aristocraat’ heet. Kruk schrijft over Le consentement, het boek waarin Vanessa Springora afrekent met de Franse schrijver Gabriel Matzneff, die jarenlang relaties had met pubermeisjes, onder wie Springora, en daarover schreef, en daar mee weg kwam. In haar boek beschrijft Springora hoe ze als zestienjarige haar toevlucht zoekt bij Cioran, een vriend en mentor van Matzneff. Ze is wanhopig omdat Matzneff haar weer eens heeft bedrogen.

Nu staat ze ineens in de huiskamer van de beroemde misantroop. Ze legt uit dat ze het niet meer aankan, de leugens, de mysterieuze absenties, de meisjes die aan de deur komen kloppen. ‘Vanessa’, zo onderbreekt hij haar, ‘Matzneff is een kunstenaar, un très grand écrivain, en op een dag zal de wereld zich daar rekenschap van geven […] Hij bewijst je een enorme eer door jou uit te kiezen. Jouw rol is het om hem te begeleiden op de weg van de schepping, en je te voegen naar zijn grillen.’

Zie je wel, denk ik als ik dit lees, ’t is een grote lul, die Cioran, een bombastische zak, heb ik even gelijk dat ik die teksten van hem nooit serieus genomen heb. Ja ja, literatuur gaat vóór het leven, vooral het leven van anderen dan; het eigen leven wordt koket beklaagd, het leven van anderen niet serieus genomen.

Maar die vreugde deugt natuurlijk niet, al was het alleen maar omdat ze gepaard gaat met gevoelens van superioriteit ten opzichte van iedereen die Ciorans teksten al die jaren wel vol bedachtzame eerbied en trage knikken van herkenning tot zich heeft genomen.


Want stel dat het hier om een schrijver was gegaan wiens werk ik wel bewonderde, dan had ik uiteraard de oude waarheid van stal gehaald dat je auteur en werk van elkaar moet kunnen scheiden, dat je gedrag en oeuvre los van elkaar moet kunnen zien, dat waarde van een werk niet tenietgedaan wordt door gedrag van de maker dat misschien wel jaren voor of na de productie van het werk in kwestie plaatsvond. Et cetera. En de naam die dan meteen bij iedereen opkomt is Céline, en laat ik nu net als lid van leesclub De Kapsalon diens Reis naar het einde van de nacht aan het herlezen zijn.

Ook dat boek valt bij tweede lezing niet mee. Ik las het lang geleden voor het eerst, misschien wel overdag met de gordijnen dicht, of iets later – van die lezing kan ik me eigenlijk alleen nog maar herinneren dat ik er om een of andere reden vanuit was gegaan dat de hele roman zich tijdens de Eerste Wereldoorlog afspeelde; en dus was ik nogal verbijsterd toen de loopgraven al na een bladzij of zeventig werden verlaten en de rest van het verhaal zich honderden pagina’s lang afspeelde in het interbellum.

En ja, ook bij Céline volop nihilisme over de menselijke conditie. In dit geval verwoord op een stoere toon die ooit vernieuwend zal zijn geweest maar die nu algauw een beetje gaat vervelen.

*

Céline, Cioran en Pessoa: bien étonnés de se trouver ensemble, ongetwijfeld, maar toch lijkt het even een logisch verbond. Céline heeft zijn aforismen tenminste nog op enige afstand van elkaar gezet en de tussenruimte opgevuld met verhaal, dat heeft als voordeel dat er bij hem sprake is van een wereld, en andere personages dan alleen de verteller. En er is ook ontroering, maar die verdrinkt helaas voortdurend in een lauwzout bad van sentimentaliteit. Bij Cioran en Pessoa is die sentimentaliteit ook aanwezig, maar bij hen zit het tussen de regels. Hoe hard en stoer ze op het eerste gezicht ook klinkt, zelfbeklag is zacht beklag. En dan zijn de waterlanders nooit ver weg. Kom hier, mama heeft een zakdoek.

Misschien zijn deze drie, hier min of meer toevallig samengeworpen auteurs vooral geschikt voor oudere lezers die dat übersentimentele boek uit hun jeugd nooit helemaal te boven zijn gekomen en terug willen vinden in alles wat ze lezen: Kees de jongen.

Over bien étonnés gesproken. Ik zie leesclubs voor me vol mannen op leeftijd die zichzelf jongens zijn blijven noemen, met half lang haar en truien onder hun colbertjes, tranen wegslikkend terwijl ze hun Pessoa, Cioran, Céline en Theo Thijssen lezen; en zich in stilte verheugend over die tranen, en hun ontgoocheling koesterend.

Ik zal me voor dit karikaturale beeld van leesclub Mama’s Zakdoek straffen door Het boek der rusteloosheid van a tot z te lezen en wie weet verwijder ik Pessoa dan alsnog uit deze toch vrij wankele en associatieve vergelijking. Hoewel, ik kan in plaats daarvan ook een volgend boek van China Mieville lezen, ik heb er nog eentje staan.

*

Nu ik dit nog eens overlees: eigenlijk is dit hele stuk een pleidooi voor humor.

Dit bericht werd geplaatst in lezen en getagged met , , , , , , , , . Maak dit favoriet permalink.

7 reacties op een koetsje in je hart

  1. Rob van Dam zegt:

    Mooi stuk, Rob. Bijna helemaal met je eens, al doet dat er niet toe. “Als lezer ben je op je vijfentwintigste op je oudst…” is zeer raak. (Dylan: “I was so much older then, I’m younger than that now” – dat rekt de reikwijdte nog wat uit, en m.i. terecht.) Toevallig heb ik net zelf Pessoa klaar liggen 😉

    Mag ik even schoolmeesteren: In “Ik wist dat ik iets las wat een lezer diep zou kunnen raken, iets over zijn of haar eigen leven kon bijbrengen, (…) zit een knallende taalfout.

    • ja hoor dat mag altijd, maar geef dan ook meteen even die fout aan – ik krijg wel vaker reacties die aangeven dat er ergens iets fout zit zonder die fout zelf te benoemen; en ik ben ondertussen koppig genoeg om dan rustig te wachten tot het avond wordt. (Ik dacht trouwens ook aan dat citaat van Dylan, onder het schrijven.)

      • Rob van Dam zegt:

        Hou je vast: je gebruikt “een lezer” eerst als lijdend voorwerp, om het daarna weg te laten terwijl het dan, na de komma dus, de functie van meewerkend voorwerp heeft. Zo’n weglating is alleen toegestaan – hier spreekt de schoolmeester – als de betreffende woorden dezelfde functie vervullen. Here endeth the lesson.

  2. marc schoorl zegt:

    Ik heb je stuk met herkenning gelezen: ik herkende mezelf erin als liefhebber (ha!) van Pessoa, Cioran en Céline. ‘De Reis’ vind ik het beste boek dat ik ken en ik vind dat Cioran humor had. Jawel. Sardonisch, maar toch. Al die heilige boeken: God leest niet. En: ‘De mens is de kanker van de aarde.’ Er lijkt me weinig tegen in te brengen. Ik heb dat boek ook, voor mij gesigneerd. Ik schreef twee beschouwingen over zijn werk. Nog een tip: hij was hartstikke fout voor de oorlog, net als Céline. En dan ben ik óók nog eens liefhebber van Joy Division waarover ik Neerlands eerste en enige boekje maakte: ‘Ode aan Joy Division’. Van harte aanbevolen. En verder lach ik me een kriek om de dwaasheid der mensen, inclusief mijzelve.

    • alles goed en wel, maar ‘de mens is de kanker van de aarde’ is nu juist zo’n uitspraak die voor mij geen enkel hout snijdt, een slordige vergelijking, alleen gericht op het effect. Klinkt stoer, vol zelf-verwerping – maar stiekem juist vol zelfvergroting. Wij zijn zo belangrijk dat we aarde bedreigen. Maar de aarde zal zich aan ons niets gelegen laten liggen, die overleeft ons echt wel, die gaat gewoon nog even door, we zijn helemaal niet zo belangrijk dat we een ziekte van de aarde zijn. (En als hij nu per se een ziekte moest kiezen lijkt schurft me veel beter.)

  3. Pingback: Motregen boven Manchester (vangst #10) – Aanlegplaats

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s