de kellner in de rai

Het plein voor de RAI  was zonovergoten en leeg. Geen enkele demonstrant die zich zorgen maakte over wat ik op het punt stond mezelf te laten aandoen. Bij Ingang G stond een korte rij die vlot werd verwerkt. Een bewaker moest controleren of ik alles bij me had, ik had alles bij me en mocht naar binnen. In de voorhal was met zwarte linten een parcours afgezet waar ik doorheen wandelde tot een vrijwilliger me een balie toewees, waar mijn gezondheidsverklaring werd bekeken en van een oranje stickertje voorzien. Daarna mocht ik door naar de immense, schemerige hal waar de rest van de procedure zou plaatsvinden. Alles was hoog en grijs, zacht en groezelig viel het avondlicht naar binnen. Afgezette paden voerden naar loketten die leken op douanehokjes. Er liepen mannen en vrouwen in donkerblauwe overalls die alles regelden, op hun rug stond in rode letters GOD AMSTERDAM.

Team God! Ik was in goede handen, door hen wilde ik me wel laten vertellen waar ik heen moest en wat ik daar, eenmaal aangekomen, moest doen. Opeens begreep ik waar ik me bevond: dit was het Laatste Oordeel, met al die routes die van barrière naar barrière voerden, tot aan de loketten, waarachter zich de bestemming zo niet bevrijding moest bevinden. In een film zou je ’t meteen geloven, dus waarom niet in het echt? Ik had net De kellner en de levenden van Vestdijk gelezen, dat zal ook geholpen hebben. Toen ik beter keek bleek er op de rug van de blauwe overalls GGD AMSTERDAM te staan.

Ze waren streng, mijn gezondheidsverklaring werd op drie verschillende momenten gecontroleerd. Maar ook weer niet al te streng: bij het laatste loket stond ik achter een vrouw met een ongeldig paspoort – zelfs vanuit mijn positie anderhalve meter achter haar zag ik de uitgestanste gaten; het duurde even maar ook zij mocht naar binnen. En daarna ik. Een hokje, een prik, een pleistertje en daarna een groene loper naar de wachtruimte waar we vijftien minuten moesten blijven zitten.

Er stonden vrijwilligers bij de ingang van de zaal maar er was geen prikklok of een ander apparaat dat inkomsttijden registreerde. Overal zaten mensen op stoelen, de meesten raadpleegden hun telefoon. Ik werd een van hen. Er klonk zachte muziek. Al weken ergerde ik me aan mensen die meteen na hun vaccinatie foto’s van hun pleisters of grappen over5G op sociale media plaatsten. Ik maakte een foto van mijn pleister, stuurde hem aan een paar mensen door, vergezeld van een grapje over 5G; blijkbaar was dat onvermijdelijk.

Aan de muur hing een grote klok, een ouderwetse, met wijzers. Ik moest nog tien minuten. Ik dacht na over de dingen des levens, en wat er in mijn wereld speelde. Er moest van alles gebeuren, dat was duidelijk. Een schrijver had zich druk gemaakt over de voortschrijdende ontlezing en riep op om er iets aan te doen. Schrijvers die zich druk maken over ontlezing doen me altijd denken aan schoenmakers die wijzen op de gevaren van het lopen op blote voeten. Ze mogen niet altijd ongelijk hebben, maar het blijven schoenmakers. Er was nog meer gebeurd, er was geprotesteerd tegen de pulp die door scholieren werd gelezen en bekroond, gestimuleerd door hun leerkrachten. Ook hier had iemand vast niet altijd ongelijk maar al dagen had ik me afgevraagd waar dit me toch aan deed denken. Hier, in de wachtruimte, schoot het me te binnen: aan de protesten tegen het lezen van stripverhalen in de jaren vijftig. Toen mijn broer en ik in de jaren zeventig strips begonnen te lezen en te tekenen wist mijn moeder te melden dat ook onze vader in zijn hoedanigheid als onderwijzer destijds nog een lezing tegen het gevaar van het stripverhaal had gegeven.

Ik had nog vijf minuten. Mijn gedachten verdampten. Er kwamen mensen binnen, er stonden mensen op maar desondanks werd de ruimte overheerst door stilstand. Dit was dus het hiernamaals waartoe ik via het Laatste Oordeel toegang had gekregen: een grote anonieme ruimte waar een landerige verveling heerste. Het leek wel passend en ik voelde de verleiding langer te blijven zitten, om te zien of dit stadium inderdaad geen einde zou kennen.

Maar tegelijkertijd hield ik de klok in de gaten, mijn tijd zat er bijna op. Op elk moment had ik kunnen opstaan om naar buiten te lopen, maar ik had het niet gedaan. Waarom niet – om de hele procedure mee te maken, om het toch vooral goed te doen, om niemand reden te geven mij te straffen? Misschien was het altijd hier om gegaan, draaide het hele experiment (die pandemie, de vaccinatiecampagne, alles wat we de afgelopen anderhalf jaar hadden meegemaakt) om de vraag of, en zo ja welke, mensen bereid waren vijftien minuten in een zaal te blijven zitten als ze was aangeraden dat te doen, zonder dat er sprake was van dwang of corrigerend toezicht, en wat dat over die mensen zou zeggen.

Toen mijn tijd erop zat, stond ik op en liep ik naar buiten. Nog steeds weet ik niet of ik nu geslaagd ben of gezakt. Wel voelde ik de uren daarna een opluchting die zo groot was dat ze me verbaasde.

Dit bericht werd geplaatst in leven en getagged met , , , , , , . Maak dit favoriet permalink.

Een reactie op de kellner in de rai

  1. Pingback: Quote du Jour | Ben ik nou gezakt of geslaagd? - Sargasso

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s