de straat waar de tour de france langskwam

We waren te gast in een huis aan een straat waar de Tour de France langs zou komen. Eerder hadden we op een rotonde in het stadje een reusachtige gele fiets zien staan, en in de straten gendarmes in donkerblauw, en in bochten rode en witte blokken.

We hingen uit de ramen van de eerste etage. Schuin tegenover ons stond iemand van de paraplufabriek uitgeklapte gele paraplu’s in het hek langs de weg te hangen, voorzichtig, een voor een. Op het trottoir stonden of zaten hier en daar wat mensen, veel waren het er niet. In de kamer achter ons stond de tv aan, zodat we konden zien hoe ver de renners al waren. Eerst kwam de reclamekaravaan, bestaande uit tot reusachtig kinderspeelgoed opgeblazen auto’s, van waaruit mannen en vrouwen kleine voorwerpen wierpen naar het spaarzame publiek op het trottoir – petjes, balpennen, verpakte koekjes. Een gezette man met een bolletjestrui begroette elke wagen die in de verte verscheen met gewuif en verzamelde gebukt rennend de hem toegeworpen schatten.

Het zag er vreemd uit. Niet als een reclamekaravaan in elk geval, eerder als een sadistisch project van een groep rijken die zich wilden vermaken met het gewone volk; of als een mobiel theaterstuk dat deze mentaliteit nu juist aan de kaak wilde stellen. In plaats van een reportage over een etappe zou ik wel eens een rechtstreeks verslag van de reclamekaravaan willen zien, van start tot finish, een hele etappe lang.

En wat dachten die achteloos aalmoezen uitstrooiende mensen die op die auto’s zaten en stonden, wat voor mensbeeld vormde zich in hun hoofden tijdens zo’n dag van gegrabbel op de straten beneden hen? Waarschijnlijk dachten ze aan het schamele uurloon dat ze hiermee verdienden.

De reclamekaravaan had een beslissende voorsprong op de rest, en daar kon je ook van alles in zien qua symboliek, tijd zat, de straat was weer leeg. De toeschouwers op het trottoir bleven staan of zitten, achter mij in de kamer werd door mensen die de regio beter kenden naar aanleiding van de tv-beelden gediscussieerd waar de renners zich precies bevonden – maar daar kwamen ze al om de hoek, eerst een kopgroepje van vier waarvan drie Belgen, een minuutje later de groep met de Nederlander in de gele trui. Daarna motoren en auto’s met fietsen op het dak. Zes minuten later volgde het peloton.

Het geluid van dat peloton, van al die dunne bandjes over het asfalt, dat was wel wat. Hoe dat te omschrijven? Het had iets zuigends, maar nee, dat was het niet. ‘Als water,’ zei M., en dat was het, nat, stromend in plaats van zuigend. Water vanuit een kraan met zo’n kop met een zeefje, zodat er geen draaiing in zit, zoeffff en daar waren ze weer weg.

Daarna nog meer motoren, en nog meer auto’s met fietsen op het dak, alsof er van werd uitgegaan dat elke renner minstens drie keer van fiets zou willen wisselen. En nog meer politie en auto’s; uiteindelijk een busje met een lichtkrant die het einde van de wedstrijd aankondigde.

De straat bleef leeg. Daarna begon het gewandel. Mensen liepen terug naar waar ze vandaan kwamen, met tassen, met baby’s, met de ingeklapte tuinstoeltjes van waaruit ze de langskomende etappe hadden bekeken. Even was de straat voetgangersgebied geworden. Toen de wandelaars verdwenen waren, was de straat weer leeg. Daar kwam een camper om de hoek. Was die dan de voorbode van het normale verkeer dat zijn rechten hernam? Nee, op de zijkant stond het logo van de Tour. Even later een ander busje, zou dat dan… Nee, ook een logo. Daarna lag de straat er weer roerloos bij.

Dit was het moment, het nu – een vreemde, lege tussenvorm van de straat waarin de Tour de France langskwam en de straat waarin dat ooit had plaatsgevonden.

Dit bericht werd geplaatst in leven en getagged met . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s