de laatste gewone kassa

Een stevige jongen die ik nooit eerder had gezien plukte me uit de rij bij de kassa en nam me mee naar achteren. ‘Ik heb niets gestolen hoor,’ zei ik, ‘ik kom hier al twintig jaar.’ Beide elementen van deze uitspraak waren waar, maar ik zag zelf ook in dat het gelegde verband op z’n minst zwak te noemen was. ‘Geen probleem,’ zei de jongen, ‘u mag vrijwillig met me mee.’ Ook dat was een rare uitspraak, we waren nog maar een paar seconden bezig en nu was alles al vreemd. Met zachte hand voerde de jongen me mee naar een onopvallende deur naast de broodafdeling. Hij toetste een code in. Achter de deur bevond zich een betonnen trap. ‘Je mag naar boven.’ De jongen legde een hand op mijn rug en duwde voorzichtig, tot ik mijn voet op de onderste tree zette. Hij volgde me omhoog. Boven was nog een deur, zonder code, die ik zelf mocht opendoen. ‘Niet trekken, duwen,’ zei de jongen. Toen ik de deur achter me had gesloten hoorde ik hem de trap afdalen, haastig, alsof er nog meer vrijwilligers op hem wachtten.

Ik bevond me in een fel verlichte, vensterloze ruimte met kale muren. Achter een tafel met een formica blad zat een man die me zakelijk toeknikte. Hij maakte een gebaar naar de lege stoel aan mijn kant van de tafel en zei: ‘U mag plaatsnemen.’ Op het tafelblad lag alleen een tablet, waarop hij zijn blik richtte toen ik ging zitten. Ik was nieuwsgierig. Ik had nog steeds niets gestolen, dus wat kon mij gebeuren. Zonder op te kijken stelde de man tegenover me zich voor als Fleetscheerder. Misschien verstond ik dat verkeerd, maar ik vroeg er verder niet naar. Hij noemde mijn naam en een nummer. ‘Dat is niet mijn telefoonnummer,’ zei ik. Geen idee waarom ik dat zei, laat ze maar bellen, zolang ze mij maar met rust lieten. ‘Het is het nummer van uw bonuskaart,’ zei Fleetscheerder. Hij had een scherp accent, dat alle zware klanken omhoog tilde. Misschien heette hij Vlootschouwer.

‘Vlootschouwer?’ vroeg ik.

De man keek me verrast aan. ‘Is dat een woord?’ Hij veegde over zijn kin. ‘Vlootschouw, ja, dat bestaat wel, geloof ik,’ mompelde hij, ‘maar kan je dan iemand die dat doet, die schouwt, beschouwen als…’ Hij brak zichzelf af. ‘Waar we mee zitten is dat u geen gebruik maakt van de zelfscankassa’s. In het begin heeft u het een paar keer gedaan, dat is zeker waar, maar daarna zoekt u altijd uw toevlucht tot de ouderwetse, door mensen bediende kassa.’ Hij keek me recht aan. ‘We zouden graag zien dat dat verandert.’

Ik rechtte mijn rug. Hier had ik een mening over. ‘Ik begrijp dat het voor jullie goedkoper is, er zijn minder caissières nodig, de doorstroming gaat sneller et cetera, en het zal efficiënter wezen, maar wat mij opviel, die paar keer dat ik de zelfscankassa’s gebruikte, was dat ik alleen nog maar contact met het personeel had wanneer iemand met een scanner in mijn tas wilde kijken of ik wel alles had afgerekend.’

‘Een kleine steekproef,’ zei Fleetscheerder.

‘Ik weet wat het is,’ zei ik. ‘Maar het komt er dus op neer dat in dit systeem –’ Fleetscheerder veerde op bij het woord – ‘dat in dit systeem wantrouwen de enige reden voor persoonlijk contact is. Verder spreek je niemand meer. Dat voelt niet goed, contact betekent nu slecht nieuws. U weet hoe dat gaat, als je gecontroleerd wordt voel je je al een halve verdachte, een beetje bezoedeld loop je de winkel uit.’

‘Bij de oude kassa hangt ook gewoon een camera die opneemt of er niets in uw karretje achterblijft,’ zei Fleetscheerder. ‘Wat is het verschil? En het is ook weer niet zo dat u bij de ouderwetse kassa’s altijd van die diepgaande gesprekken hebt hè. Weet u hoeveel woorden u het afgelopen jaar met de caissières hier hebt gewisseld?’ Hij raadpleegde zijn schermpje. ‘Niet veel hoor, zeg ik er alvast bij. En er zit ook niet veel variatie in. De langste zin is O wacht ik moet mijn bonuskaart nog scannen. Teert u daar een hele dag op, op zo’n moment van diep menselijk contact?’ Hij moest er zelf om grinniken. ‘Ik mag u dit niet vertellen,’ zei hij, ‘maar als te veel klanten dat tegen een bepaalde caissière zeggen vliegt ze eruit. Ze moet u zelf aan uw bonuskaart herinneren. Maar goed. Wantrouwen. Potentiële verdachte. Vat ik uw bezwaar zo goed samen?’

Nog voor ik iets kon zeggen legde hij me met een handgebaar het zwijgen op. Hij kwam overeind, wenkte me en liep naar de achterwand van het zaaltje. Toen ik naast hem stond veegde hij de muur opzij. Door een grote glaswand keken we van bovenaf in de winkel. We stonden boven de kassa’s. ‘Kijk dan,’ zei Fleetscheerder.

Ik keek. Bij de zelfscankassa’s ging men kalm en efficiënt zijn gang, zo nu en dan kwam er een meisje met een stralende lach iemands boodschappentas controleren, anderen rekenden ongemoeid af en checkten opgewekt uit met het bonnetje. Bij de laatste gewone kassa stond een lange rij, waarin geen enkele voortgang zat, want de oude man die aan de beurt was zocht op handen en voeten naar zijn kleingeld, dat hij blijkbaar uit zijn portemonnee had laten ontsnappen. Terwijl de caissière wachtte tot de man ook de laatste cent had teruggevonden peuterde ze met haar vingers iets tussen haar tanden vandaan.

‘Dit is een animatie,’ zei ik.

‘Uiteraard,’ zei Fleetscheerder, ‘u staat zelf in de rij.’

Ik keek nog eens, en inderdaad, daar stond ik. Met gebogen rug staarde ik somber naar mijn half gevulde mandje. Toen de oude man zich met zijn weer teruggevonden voorraad kleingeld aan de kassa omhoogtrok, puffend, blazend, en met een vuurrood hoofd, schoof ik het mandje met de punt van mijn schoen  een paar centimeter naar voren, alvast inspelend op de doorstroming waarvan zo meteen hopelijk weer sprake zou zijn.

‘U staat er lekker bij hè?’ zei Fleetscheerder. ‘Nee, dat voelt goed, een beetje voor je uit staren. Op weg naar weer zo’n diepzinnig gesprek met de caissière.’

‘Een oefening in geduld,’ zei ik. ‘Dat kan heel waardevol zijn.’

‘O ja, u bent er zo eentje. Maar kijk dan eens naar de flow van de mensen die zelf afrekenen. Ononderbroken gaan ze hun weg, niets stokt, één vloeiend geheel vanaf het moment dat ze de winkel binnenkomen tot ze weer naar buiten stappen. En afgezien daarvan, denk nou eens na. Zelf afrekenen! Dat is het onvermijdelijke volgende stadium van onze ontwikkelingsgang. Eindelijk volwassen! Maar u wilt uw boodschappen nog steeds langs een symbolische moederfiguur laten gaan om van haar toestemming te verkrijgen ze mee naar huis te nemen.’ Hij liep terug naar de tafel en liet zich in zijn stoel vallen. ‘Over tien jaar weet u niet beter!’ riep hij naar me. ‘Waarom zou u nu daar niet alvast mee beginnen? Een winst van tien jaar. Ik zou het wel weten hoor.’ Hij zuchtte opeens vermoeid.

Ik ging weer tegenover hem zitten. ‘Als het zo belangrijk voor jullie is,’ vroeg ik, ‘waarom halen jullie die laatste gewone kassa dan niet weg?’

Fleetscheerder zuchtte nu nog dieper, ik zag opeens dat hij treurige hondenogen had. ‘Dat moet helaas,’  zei hij, ‘dat zijn de voorschriften, voor als het systeem uitvalt. Er moet altijd iemand op de vloer aanwezig zijn die de oude kassa kan aandraaien.’

‘Aandraaien?’

Hij legde zijn handen op het tafelblad en boog zich een beetje naar me toe. ‘Ik weet gewoon niet meer hoe dat heet,’ zei hij zacht.

‘Bedienen,’ zei ik.

‘O ja, zo noemden ze dat.’ Hij ging weer rechtop zitten en keek me met samengeknepen lippen aan, zijn ogen hadden nu iets katachtigs. ‘U vereist nog wat werk.’

‘Jullie hebben geen enkele macht over me,’ zei ik. ‘Ik kan gewoon naar een andere supermarkt gaan. Bij de Dirk aan het Victorieplein hebben ze nog twee gewone kassa’s, hoorde ik.’

Fleetscheerder glimlachte mat. ‘Het zijn geen gewone kassa’s, het zijn ouderwetse kassa’s. En u gaat niet naar de Dirk. U weet al twintig jaar dat die goedkoper zijn en u bent er al die tijd nog nooit geweest. U bent een gewoontedier. Ja, ga maar naar de Dirk. Dan moet u de weg leren kennen in een nieuwe winkel. Ach kom nou man.’ Hij trok zijn tablet naar zich toen en scrolde even, met een onverwacht zwierig vingergebaar. ‘We weten nog hoe onthand u was na de laatste verbouwing hier, hoe u zoekend rondreed, u was helemaal van uw stuk, het duurde dagen voor u weer een beetje op uw gemak was. U zweette toen ook wat meer dan gebruikelijk. Nou ja,’ hij schoof de tablet opzij. ‘Dan gaat u toch lekker naar de Dirk? Daar kom ik ook. Ik ben niet in dienst van één keten, ik ben in dienst van het systeem.’

‘Het systeem, het systeem… Dat klinkt alsof we in een slechte sciencefictionfilm zitten,’ zei ik.

‘Wie weet,’ zei Fleetscheerder. ‘Misschien is dat ook wel zo. Maar dat vraagstuk bevindt zich op een existentiëler niveau dan dat waarop u en ik  momenteel actief zijn.’ Hij keek opzij, naar de kale muur. ‘Ja ja,’ mompelde hij, ‘ik heb ook gestudeerd.’ Peinzend keek hij zijn eigen woorden na, daarna doorbrak hij de stilte met een harde klap op tafel. ‘Denkt u dat ik een leuk beroep heb? Ik zie uw glimlachje wel, hoor. U voelt zich superieur, maar toch, met u kan ik dan nog een beetje praten, u bezit redelijkheid, ooit krijgen we u wel mee, u begrijpt ons, of u dat nu wilt of niet. Maar ik krijg hier ook…O man, huilende bejaarden… Dat wil je niet weten…. die oude  schokkende magere schouders onder die versleten jassen van ze… En ze ruiken ook zo raar… Ze verstaan je niet, alsof er nooit gehoorapparaten zijn uitgevonden… Laatst ging er eentje halverwege de trap al dood, gewoon, zo maar, we deden niks… ’ Hij verborg zijn gezicht in zijn handen. ‘En het zijn juist díe mensen die… Mijn eigen moeder heb ik hier…’ Zijn schouders schokten. Het duurde even voor ik doorhad dat hij lachte.

(inspiratie van dit verhaal: een kleine twitterconversatie met Margriet Oostveen)

Advertentie
Dit bericht werd geplaatst in Geen categorie en getagged met , , , , . Maak dit favoriet permalink.

7 reacties op de laatste gewone kassa

  1. Jose zegt:

    heerlijk verhaal

  2. Wat leuk en inspirerend 🙂

  3. Pingback: Hoogglans – Verhalen van Renze Borkent

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s