gratis aangeboden: fragment voor schrijvers m/v die bezig zijn aan een dystopische roman (en wie is dat niet, tegenwoordig)

[…]

In die tijd, tegen het midden van de eenentwintigste eeuw, begonnen ook de eerste processen tegen romanpersonages. Sommige historici trokken meteen parallellen met de rechtszaken die in de middeleeuwen tegen dieren waren aangespannen maar hen werd algauw duidelijk gemaakt dat het hier om iets anders ging en dat we inmiddels niet meer in die middeleeuwen in kwestie leefden.

De eerste maanden werden aangeklaagde personages voornamelijk veroordeeld wegens discriminatie, minachting voor het andere geslacht, toxische masculiniteit, bordeelbezoek, gebruik van drugs, het bezigen van inmiddels niet meer acceptabele terminologie en het onvermogen te leren van het verleden, hoewel er ook personages om andere redenen werden aangeklaagd – zo was er het geruchtmakende proces tegen Holden C. uit The Catcher in the Rye, die werd veroordeeld wegens het zich voordoen als een zestienjarige (de aanklager wist aan te tonen dat Holden minstens een al wat ouwelijke man van zesentwintig moest zijn), en de niet minder beruchte zaak tegen Sal P. en Dean M. uit On the Road wegens het voortdurend zonder doel per auto onderweg zijn en zodoende een niet door nut of noodzaak gepardonneerde bijdrage aan de opwarming van de aarde leverend.

De processen waren goed bezochte bijeenkomsten waar lezers en anti-lezers (in die jaren waren ook de eerste anti-leesclubs ontstaan) zich op de tribune van de rechtszaal verdrongen. Ook werden ze uitgebreid  besproken in talkshows van de publieke omroep als De Rechtse Vooravond en De Iets Minder Rechtse Vooravond, die waren bedoeld om het gehele politieke spectrum te bedienen. Nooit eerder was er op tv en op sociale media zo intensief over literatuur gesproken.

Een nieuw stadium werd bereikt toen de heer Rodion R. uit Misdaad en straf werd aangeklaagd wegens een moord op een hospita die hij in de roman waarin hij de hoofdrol speelde al had bekend. De advocaat van R. voerde aan dat dit een geval was van Ne Bis in Idem, met andere woorden, dat zijn cliënt niet twee keer voor hetzelfde feit kon worden veroordeeld. De aanklager in kwestie, die inmiddels was uitgegroeid tot de grote ster van deze serie processen en luisterde naar de merkwaardige naam Alfons van de Letteren, pareerde de advocaat succesvol met de stelling dat het hier ging om veroordelingen in verschillende dimensies, die van het boek en die van de wereld waarin dat boek werkzaam was, en dat het Ne Bis in Idem-principe alleen geldig was binnen één bepaalde dimensie.

De veroordeling van R. opende de deur tot een vloed van andere processen, waarvan het bekendste ongetwijfeld het massaproces was  dat werd aangespannen tegen de daders uit de verzamelde detectiveromans van Agatha Christie. Niemand van hen ontsnapte de dans, waardoor het percentage  vrouwen onder de veroordeelden ook weer wat steeg.  

Gaandeweg de processen werden Van de Letteren en zijn mede-aanklagers er steeds vaker van beschuldigd dat ze vooral personages van inmiddels overleden schrijvers voor de rechtbank sleepten. Waarschijnlijk toch enigszins geraakt door die kritiek werden er vervolgens meer personages van nog levende auteurs gedaagd. Dit veranderde weinig aan de procedures, aangezien er voor de schrijvers geen enkele rol was weggelegd. Die moesten zich elders maar verantwoorden, mochten ze daar behoefte aan hebben; er werd voor dat doel zelfs een bescheiden subsidiebedrag vrijgemaakt.

Telkens wanneer een personage was veroordeeld (van vrijspraak was eigenlijk nooit sprake) werd een symbolisch aantal exemplaren van de roman waarin het desbetreffende personage optrad (doorgaans ging het om enkele honderden exemplaren; soms moest er worden bijgedrukt) opgestapeld in een cel van een tot een gevangenis omgebouwde vleugel van het Letterenmuseum, waarna die cel symbolisch, maar wel met echte stenen, werd dichtgemetseld. Lezers en anti-lezers werden uitgenodigd in hun directe omgeving hetzelfde te doen met hun eigen exemplaren, en zo verschenen op de trottoirs van de witte middenklassewijken de inmiddels niet meer uit het straatbeeld weg te denken houten gevangeniskastjes waarin buurtbewoners hun besmette romans kwijt konden. Elk gevuld kastje werd vervolgens door een buurtcoördinator verzegeld. Dat die gevangeniskastjes grote overeenkomst vertoonden met de weggeefboekenkastjes die enige decennia eerder in diezelfde wijken zo populair waren geweest, was geen toeval: veel van die gevangeniskastjes waren omgebouwde weggeefkastjes die ergens uit een schuurtje of kelder waren opgediept.

Dit bericht werd geplaatst in leven, lezen en getagged met , , , , , , , , , , , , , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s